Vroeger had Stef wel eens een driftbui

Stef (12) zag me zitten in onze binnentuin, kwam naar me toe en gaf me een knuffel.

“Zo, waar heb ik dit aan te danken?”, vroeg ik.
“Gewoon, zo maar.”
“Wij zien elkaar niet veel de laatste tijd, hè.”
“Nee, maar jij bent ook gewoon aan het werk.”

Stef en ik hebben een lange geschiedenis samen. Een aantal jaar geleden had hij nogal eens driftbuien. Zo heftig dat hij fysiek in bedwang gehouden moest worden om te voorkomen dat hij een ander kind iets zou aandoen. De eerste keren als zoiets gebeurt, moet je op zoek naar een manier die werkt om hem weer rustig te krijgen. Tijdens een van die keren was Stef in het kantoortje terecht gekomen dankzij een mannelijke collega. Hij ging zo tekeer dat deze collega de deur op slot had gedaan en maar achter zijn laptop was gaan zitten omdat hij het ook even niet meer wist. Als een gekooid dier beukte Stef tegen de deur, de tranen en het snot vlogen letterlijk om hem heen. Dat was het moment dat bij mij de adrenaline begon te stromen, zonder adrenaline kon ik hem gewoon niet houden, zo sterk was hij. Ik greep hem vast, trok hem mee, zette me schrap tegen een tafel, drukte hem met zijn rug tegen mij aan en sloeg mijn armen om hem heen. Hij worstelde om los te komen en riep: “Laat me los!” Zo rustig mogelijk, want buiten adem en het hart in mijn keel, herhaalde ik steeds: “Als je rustig bent, laat ik je los en kunnen we praten.” “Ik word niet rustig, laat me los!”
Uiteindelijk werd Stef rustig en zat hij helemaal bezweet met zijn pakje drinken ineengedoken op een stoel. In het gesprek probeerde ik te ontdekken wat er nu precies gebeurd was en afspraken te maken hoe hij met zo’n driftbui om kon gaan of zelfs voorkomen. Uiteraard volgden nog tientallen driftbuien waarin Stef en ik samen een routine ontwikkelden om hem weer rustig te krijgen. Elke keer trok ik hem met zijn rug tegen me aan en bleef tegen hem praten, elke keer ging dit een beetje makkelijker (minder spierpijn!). En we bleven afspraken maken voor een volgende keer. Op den duur gebeurde het zelfs dat hij met zijn rug tegen me aan kwam staan en hij zelf mijn armen om hem heen sloeg en dan stonden we te wiegen. Hiermee voorkwam hij de opkomende driftbui en kon van binnen rustig worden terwijl hij dat van buiten nog leek te zijn. Tussendoor kreeg ik briefjes van hem waarin hij zijn dankbaarheid toonde: “Lieve juf Karin, u helpt mij altijd rustig te worden.” En deze:

foto

Deze briefjes vertelden mij dat ik een passende aanpak had gevonden voor hem. Want jeetje, daar kun je wel aan twijfelen! Het is ook nogal wat om op die manier een kind in bedwang te houden en gelukkig komt het niet vaak voor.
De juffen waar Stef bij in de klas zat, en de collega’s erom heen, hebben hem met veel geduld en aandacht geholpen om te leren omgaan met zijn problemen. Alleen al door hem te laten merken dat ze hem zagen: ook en juist als het goed met hem ging en hij heel gezellig en lief was. Wanhoop en angst waren er ook: “Kunnen wij hem wel helpen en hoe dan?”
En tijdens de heftige driftbuien kon en mocht ik er voor hem zijn. Dat staat niet in de functieomschrijving van een directeur, dat weet Stef ook: “Nee, maar jij bent ook gewoon aan het werk.” So what! Je doet wat je doen moet en minder belangrijke dingen komen dan wel een andere keer. Ik ben trots op wat het team heeft weten te bereiken met hem en ik ben vooral trots op Stef! Hij heeft ons geholpen hem te helpen.

Stef gaat straks naar het voortgezet onderwijs, het gaat heel goed met hem. Hij zegt zelf: “Vroeger had ik wel eens een driftbui.”

Eén gedachte over “Vroeger had Stef wel eens een driftbui”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *