Onderwijs een prijsvraag?

Wat een rare vraag in de titel… en toch als ik de oproep van Sander Dekker bij De Wereld Draait Door hoor, waarin hij vraagt of Nederland met hem meedenkt in een nationale dialoog om zo een samenhangende visie over de inhoud van het onderwijs te vormen, bekruipt me het gevoel dat hij een prijsvraag uitschrijft over de vraag of kinderen de juiste dingen op school leren en goed worden voorbereid op hun toekomst in de maatschappij. Onderwijs maken en geven is niet zoiets als een slogan bedenken. Onderwijs is een vak en dat vak moet uitgevoerd worden door professionals en niet door Jan de slager of Piet de bakker. Beide laatsten hebben hun eigen vak en willen ook niet dat de hele wereld zich met hun vak bemoeit. De minister van Volksgezondheidszorg roept toch ook niet op om mee te denken hoe je het beste een blindedarmoperatie uitvoert. “Onderwijs een prijsvraag?” verder lezen

Ontdekken, risico’s nemen, vervelen en kikkers vangen

De afgelopen weken duiken er in mijn twitter-box steeds berichten op over ‘vrij spelen’. Kinderen van tegenwoordig worden goed beschermd, door hun ouders en door school. Speeltoestellen zijn goedgekeurd en voldoen aan allerlei veiligheids-eisen en ruwe spelletjes zijn verboden. Dit is door Rene Peters mooi beschreven in zijn blog: http://renepetersoss.com/2014/02/12/rubbertegel-syndroom/

Het is eigenlijk een wonder dat onze generatie, zonder veiligheidsgordels in de auto, los achterop de fiets en spelend met onveilige speeltoestellen alles hebben overleefd.

Als volwassenen willen wij het spelen van onze kinderen goed begeleiden. De tijd die wij als ouders samen met onze kinderen doormaken moet ‘quality-time’ zijn. Samen met onze kinderen vullen we deze tijd volledig in. In de mei-vakantie wordt weinig gelummeld, maar worden bezoekjes aan Efteling, dierentuin, vrienden en musea gepland. Vertwijfeld wordt er door pedagogen afgevraagd of kinderen in de huidige tijd nog wel tijd krijgen om zich te vervelen, risico’s te nemen en te leren. Het goed begeleiden van kinderspel krijgt van Hester IJsseling de mooie titel curling education.
@hesterij: “Curling education”: ouders en school zijn druk met de baan glad te polijsten zodat ’t kind zich zonder hobbels kan ontwikkelen. Misvatting.

Een tweetal thema’s komen steeds naar voren:
* geef kinderen de ruimte om zich te ontwikkelen, dat betekent risico’s nemen, dingen zelf proberen en aan modderen. Al met al dus de ruimte om te experimenteren
* geef kinderen de ruimte om zich te vervelen, geef ze rust, stilte en laat ze lanterfanteren, zodat ze zelf creatief moeten zijn en tijd hebben voor zijns-vragen

Het eerste thema gaat over de ruimte die kinderen krijgen om zich te ontwikkelen. Leren vereist het nemen van zeker risico, het kind weet immers nog niet wat het effect zal zijn als hij of zij iets nieuws probeert. Het lijkt dus logisch om kinderen de mogelijkheid te geven om risico’s te nemen en eigen grenzen te ontdekken. Lekker kikkers vangen in de sloot, hutten bouwen in de tuin of vuurtje stoken in het weiland. Niet voor niets is het spreekwoord: ‘leren met vallen en opstaan’. Dat betekent voor scholen en ouders dat zij ruimte moeten geven aan vrij spelen. Kinderen leren veel van spelen en leren zonder direct leerdoel, volgens Berkhout.
http://www.rug.nl/news-and-events/news/news2012/promotie-berkhout-umcg

Voor grotere kinderen gaat het niet meer om vrij spel, maar om onderzoekend, ontwerpend of ontdekkend leren. Zelf uitvinden hoe dingen werken, zelf op zoek gaan naar vragen en antwoorden, daar leer je meer van. Dit vraagt wel een andere aanpak van leerkrachten, namelijk zelf ook nieuwsgierig zijn, vragen stellen (geen antwoorden geven) en vooral loslaten. Met alle nadruk op leerrendementen van taal en rekenen blijkt met name het loslaten heel erg lastig voor leerkrachten, dit vraagt moed en lef. Ontdekkend leren vraagt dus andere didactische vaardigheden van leerkrachten. Vanuit het project Techniek & ik is er aandacht voor deze vaardigheden van leerkrachten. http://www.kinderopvangtotaal.nl/PageFiles/290/Kennissessie%20Techniek%20en%20Ik.pdf

Velen zullen inbrengen dat het met vrij spelen ook veel gevaarlijker wordt op school. Wat gebeurt er als jongens ineens besluiten om rugby te gaan spelen op het schoolplein? Experimenten wijzen uit dat er echt niet meer ongelukken gebeuren als regels worden losgelaten. Kinderen vermaken zich prima en sommigen beweren zelfs dat er minder wordt gepest.
http://www.niburu.nl/dit-gebeurt-er-als-alle-regels-op-het-schoolplein-worden-afgeschaft/?utm_source=twitterfeed&utm_medium=facebook
In het buitenland zijn er zelfs geweldige speeltuinen waar je brand mag stichten en hutten mag bouwen. http://www.theatlantic.com/features/archive/2014/03/hey-parents-leave-those-kids-alone/358631/
Een ander argument is dat met ontdekkend leren de leerdoelen in het gedrang zullen komen. Met deze manier van leren is het minder zeker dat leerlingen alle leerdoelen behalen. De vraag is echter of dit met andere manieren van onderwijs beter geborgd wordt.

Het tweede thema was het recht op ‘lege tijd’ voor kinderen, tijd om te lanterfanteren en te vervelen. Onderzoek schijnt aan te tonen dat vervelen goed is voor creativiteit. Verveling is dus goed voor je, zegt men. http://www.nrc.nl/carriere/2013/01/10/verveling-op-werk-goed-voor-creativiteit/
De bewijzen die ik heb kunnen vinden voor het goede effect van verveling zijn beperkt, maar het lijkt logisch dat een kind dat zich verveelt zelf moet na denken over wat het wil en kan doen. Durven we onze kinderen nog lege tijd te geven? Ouders zoeken naar vulling voor de lege tijd, zoals de creatieve ouder in dit bericht van @Omdenken: http://omdenken.nl/vervelen/
Wat betekent dat eigenlijk voor scholen, betekent het dat we kinderen de tijd moeten geven om uit het raam te staren? Ik denk dat het betekent dat we kinderen de ruimte moeten geven, de ruimte om na te denken over wat ze leuk vinden, de ruimte om te ontdekken wie ze zijn, de ruimte om te bekijken wat ze hebben gemaakt. Tijd dus voor reflectie, reflectie zonder leerdoelen.

Zo, genoeg creatieve gedachten voor deze blog. Ik ga van mijn vrije tijd genieten, lekker mijmeren in de zon, terwijl mijn kinderen buiten mijn zicht bezig zijn met kikkers vangen in de sloot.

Heerlijk, mei-vakantie…

Het is zo’n dag, zo’n ‘gekke’ dag!

Samen“Zo’n gekke dag”
Ken je dat? Van die dagen dat je eigenlijk ‘niks’ hebt gedaan, maar bekaf thuis komt? Van die dagen dat je van alles had gepland en dat daar helemaal niets van terecht gekomen is. Van die dagen dat je je afvraagt wat al die voorvallen eigenlijk met onderwijs te maken hadden.
Een oud collegaatje zei aan het eind van zo’n dag steevast:” Het was zo’n gekke dag.” Eigenlijk bedoelde ze dan zo’n dag dat alles anders liep, zo’n dag waar je als leerkracht nauwelijks grip op had. Ze was kleuterleidster en had dan te maken met kleuters die plotseling weer in hun broek plasten of misschien gewoon nog niet zindelijk waren. Of dat er plotseling een buikgriepgolf door de klas ging met als symptoom misselijkheid en niet op tijd het toilet of de wasbak kunnen bereiken.
Een dag waarop ineens een aantal kleuters moeite hadden met afscheid nemen, terwijl ze al weken op school waren, maar werden aangestoken door een nieuweling die het op een brullen zette. Een dag waarop ouders kwamen melden dat hun kind wel vervroegd door kon naar groep 3 omdat ze al zo voorlijk was en alle letters al kende.

Elke huisje heeft z’n …
Of zo’n dag dat je als leerkracht van een bovenbouwgroep werd geconfronteerd met een ongeneeslijke ziekte van een ouder of een scheiding. Zo’n dag waarop je er niet aan ontkwam om in gesprek te gaan met je leerlingen. Of als aan het einde van de dag een vader in de klas stond, die je luid en duidelijk vertelde dat de manier waarop je met zijn zoon was omgegaan, zijn goedkeuring niet verdiende.
Op zo’n dag was je een troostende schouder, een bemiddelaar, de kop van jut, een luisterend oor of de ‘geslagen hond’.
Soms denk ik weleens dat de tijd van een enkele gekke dag ver achter ons ligt. Waar het in het verleden ging om enkele dagen per maand of zelfs per schooljaar, komen deze dagen naar mijn idee steeds frequenter voor. We zeggen het vaak tegen elkaar:” Wat is er veel leed onder de mensen.” of ” Elk huisje heeft zijn kruisje.” Maar ook: “Het lijkt wel of ouders erbij zijn geweest.” terwijl ze maar een kant van het verhaal hadden gehoord, maar wel meteen het gedrag van de leerkracht of klasgenootje ter discussie stelden.
Een dagplanning of lesvoorbereiding werden dan toch aan de kant geschoven. Want op zo’n dag kon het niet anders ‘storingen gaan voor’. Maar wat zijn er veel storingen en wat wordt er veel gevraagd. Dit gevoel hebben veel leerkrachten maar zeker ook veel schoolleiders of intern begeleiders. Het lijkt soms wel alsof we ‘halve’ psychologen zijn. Het gekke is dat de ene keer onze bijdrage of advies gewaardeerd of geaccepteerd wordt, terwijl een andere keer het wel lijkt alsof we continu verantwoording aan het afleggen zijn. En wat zijn we kwetsbaar. Soms realiseren we ons dat niet eens en denken we:” Dat gebeurt toch bij ons niet.”
Maar ik denk dat iedereen weleens dingen meemaakt, die men van te voren niet aan heeft zien komen. Een klacht, een agressieve ouder, een huilbui, een naar bericht op Facebook of Twitter, een roddel op het schoolplein of misschien nog erger.

Professionele houding
En dan wordt van ons, leerkrachten en schoolleiding, een professionele houding gevraagd. Niet boos worden, netjes blijven, je stem niet te veel verheffen, zorg delen en elke keer toch weer rustig in gesprek. De ouders en kinderen zijn ons klanten. Ik wil daar best een eind in mee gaan en natuurlijk heeft iedereen recht op zijn of haar emoties, maar geldt dat ook niet voor onze leerkrachten. Realiseren we ons wel genoeg wat een verantwoordelijkheid het is om zoveel verschillende leerlingen te begeleiden en daarbij natuurlijk ook de ouders met al hun vragen, opmerkingen en zorgen? Ook leerkrachten hebben net als die leerlingen thuissituaties, kinderen, ouders en relaties. Ook daar zijn weleens problemen, zorgen, ruzies, scheidingen, ziekten en sterfgevallen. Zij hebben ook onzindelijke kinderen, lastige pubers of anderszins. Ze zijn niet van steen en vinden het echt niet altijd even makkelijk om weer in gesprek te gaan met een ouder of alert te reageren op al die verschillende situaties met de leerlingen in hun klas.

Samen
Wat zou het mooi zijn als we ons allemaal en dan bedoel ik ouders, leerkrachten en schoolleiders voor ogen blijven houden dat het welbevinden en de ontwikkeling van onze kinderen/leerlingen voorop staan. Dat we allemaal hetzelfde doel hebben en dat we moeten samenwerken om het beste uit onze kinderen te halen. Ze te helpen om zich te ontwikkelen als gelukkige zelfstandige en verantwoordelijke mensen.
We hebben elkaar nodig. We moeten en willen samenwerken om dit doel, in een steeds complexere samenleving, te bereiken. Daar hebben onze ‘kinderen’ gewoon recht op.

Samen = met elkaar.

Voor onze leerlingen,

voor onze kinderen.

Onderwijs dat er toe doet

Als zzp’er of liever gezegd zp’er (zelfstandig professional) kom ik op veel verschillende plaatsen en ontmoet ik veel diverse mensen.
Wat de dag van morgen brengt is een onbekend terrein. Dit maakt het werken in het onderwijs interessant en heel gevarieerd.

Wat mij wel opvalt in al die settings in het onderwijs (want daar ben en blijf ik werkzaam) is de wens van iedereen om het “goed” te doen. En als ik dan doorvraag wat dat “goede” dan inhoudt dan is dat altijd gerelateerd aan de leerling of aan de student. Goed onderwijs is onderwijs dat er voor de leerling, de student, het kind toe doet!

Waarom gaat het dan toch soms zo ongelofelijk fout? Waar ligt dat aan? Aan het onderwijs, de leraar, het kind, de ouders? Zomaar wat vragen die bij me opkomen.

Mijns inziens is er geen enkel maatschappelijk gebied als het onderwijs waarin zoveel innovaties worden uitgedacht. Ik schrijf met name uitgedacht omdat het met het uitvoeren meestal niet zo’n vaart loopt.
Loop nog maar eens door je eigen school en kijk eens of er veel veranderd is. Ja, de muren hebben vaak een kekker kleurtje en de juf heeft misschien een nieuwe jurk. Maar de setting: kinderen in de klas en juf of meester er voor is in al die jaren niet zoveel veranderd. Klassikaal onderwijs is een al eeuwenoude methode om grote groepen les te geven. Dit is natuurlijk goedkoop maar of het goed is voor de leerlingen?

Allerlei vormen van vernieuwingen zijn uitgedacht en uitgeprobeerd, maar ook even hard weer losgelaten. Wat is dat toch dat in het onderwijs weinig beklijfd en alles om de zoveel tijd weer opnieuw wordt uitgevonden? Waarom leert men zo weinig van elkaar. Wat op één school goed gaat vindt de andere school weer opnieuw uit. En toch is er iedere dag wel ergens een onderwijscongres of conferentie waar hordes leraren en onderwijsmanagers naar toe gaan. Wordt hetgeen men daar opsteekt niet gedeeld? Uit onderzoek blijkt dat de opbrengsten van het bezoek aan deze conferenties groot zijn voor de bezoeker maar vaak weinig gedeeld worden met collega’s of de rest van de school. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat de hoogste opbrengsten voor een team of voor een school gehaald worden uit training on the job en dan ook nog samen het het team. Dit pleit dus voor een teamgerichte aanpak van een verandering of vernieuwing. Samen of collectief leren dus (mijn stokpaardje!!)

Onderwijs dat er toe doet is niet zozeer gericht op innoveren maar meer op de inhoud, sluit deze inhoud nog aan op de leefwereld van het kind, de leerling, de student. Want dat is toch waar we het allemaal voor doen (zoals ik hierboven al constateerde). Het kan dan wel zo zijn dat het ene kind een andere inhoud of aanpak nodig heeft dan het andere en dat we daarom moeten overgaan tot flexibelere vormen van onderwijs, op maatwerk. Dat is ook verandering en vernieuwing maar dan wel gericht op de doelgroep.

Wat dat betreft zijn er vlammetjes van voorbeelden en daar kunnen andere scholen zich zeker aan warmen. Zoek deze voorbeelden op en doe er je voordeel mee. Mensen die iets moois tot stand hebben gebracht willen dit graag met andere delen.

Want zoals het motto van lijnspel (het samenwerkingsverband van zp’ers waar ik bij aangesloten ben) luidt:
DELEN IS HET NIEUWE HEBBEN

Pilletje vergeten?

Medikinet met de werkzame stof Methylfenidaat

Het nieuwe schooljaar is weer begonnen. Als mentor van een eerste klas leer ik de kinderen in deze eerste weken steeds beter kennen. Natuurlijk heb ik voor de vakantie contact gehad met de leerkracht van groep 8, heb ik de leerlingen doorgesproken met de aanname commissie en heb ik de dossiers doorgelezen. Toch staat het niet altijd ergens geschreven: dit kind slikt medicatie.  “Pilletje vergeten?” verder lezen

Plezier op school: niet belangrijk

 

‘Je gaat niet voor de fun naar school,’ zei ik gisteren tegen mijn zoon: ‘Je moet gewoon je best doen en hard werken.’

 

Het schaamrood staat me op de kaken.

 

Ik, die altijd heb verkondigd dat je nu leeft en niet alleen in je weekenden en vakanties, durf zo’n opmerking te maken tegen een kind. Mijn kind welteverstaan. Schokkend.

 

Hoe kwam dat?

 

Toen ik kind was, waren er geen computers. Wel veel boeken. Ik hield van lezen. Op de basisschool mocht ik lezen, wanneer mijn werk af was. Als ik de extra sommen en wiskunde af  had, mocht ik naar de bibliotheekkast in de vijfde klas  lopen om nieuwe boeken  te halen. Dan sloop ik van mijn plek, via de tussendeur naar de andere klas. Heel stilletjes koos ik een nieuw boek en zette het oude terug. Dat gevoel van vrijheid zal ik me altijd herinneren.
De mogelijkheid om zelf te kiezen, om te doen wat ik fijn vond: lezen, opgaan in een andere wereld.

Op de middelbare school werd dat anders. Ik sleepte me van les naar les. Bij docenten, die hun vak het allerbelangrijkst vonden, had ik geen tijd om weg te dromen, laat staan te lezen. Ik werd een zesjesleerling.

 

Precies zoals mijn zoon nu.

 

Mijn zoon (16 jaar) heeft een grote algemene ontwikkeling. Hij houdt zich bezig met politiek en wereldvraagstukken. Hij sport intensief. Als gevolg van het gamen met gamers over de hele wereld spreekt hij uitstekend Engels. Maar mijn zoon heeft een hekel aan school. Op school moet hij stilzitten, luisteren en zich bezighouden met dingen die hem niet interesseren. Hij leert dingen waarvan hij niet begrijpt waarom hij ze moet leren.

De vraag is: waarvoor gaat hij naar school? Diploma’s zijn aan inflatie onderhevig en het onderwijs loopt jaren achter bij de wereld en de vaardigheden van nu.

 

Wat is eigenlijk goed onderwijs?

 

René Kneyber zegt:

Onderwijs is goed wanneer het drie doeleinden nastreeft:

  1. Kwalificatie: De kennis en vaardigheden die een kind zich eigen moeten maken.
  2. Socialisatie: Leren om zich in te voegen in een bestaande ordening bijvoorbeeld de school of de volwassen wereld.
  3. Subjectificatie: Identiteitsontwikkeling, een uniek mens worden.

Het probleem op dit moment is dat scholen, gestuurd door overheidsbemoeienis, alleen voor kwalificatie gaan. Socialisatie en subjectificatie worden in het huidige systeem zwaar onderbelicht. De onderwijsinspectie keurt bijvoorbeeld activiteiten af, zoals: een schoolkamp voor en met de hele basisschool. Onder het motto: dit kan geen lestijd zijn. Dat geeft aan hoe over socialisatie gedacht wordt. Nadruk op kwalificatie.

 

Kwalificatie is het minst leuk voor leerlingen.

Kwalificatie is het makkelijkst voor docenten.

 

Zie hier het dilemma.

 

Als ouders draag je bij aan de nadruk op kwalificatie door je kinderen op te zwepen: Je moet je best doen en hard werken. Samen, ouders en scholen, richten we de aandacht op kwalificatie.

De aandacht zou meer gericht moeten zijn op socialisatie en subjectificatie, dat sluit aan bij de pubertijd en de wensen en uitdagingen van de toekomst. In de toekomst gaat het niet om kennis: het gaat om inventiviteit en kritisch zijn, om ondernemerschap en lef. Het gaat om vertrouwen, en reputatie en je weg weten te vinden in een ingewikkelde wereld met steeds meer techniek.

We willen onze kinderen opvoeden tot goede wereldburgers. Hard werken is niet erg. Dat kan zelfs heel leuk zijn, zeker als je passie voor je werk hebt. Maar:

 

Passie krijg je niet door je te kwalificeren.

 

Passie heb je alleen maar voor iets wat je echt leuk vindt. In dat geval is je werk je hobby, kun je hard werken en gedreven zijn. Dan kun je een reputatie opbouwen als expert. Waarom zou je daar niet mee beginnen op school?

Dertig jaar geleden maakte ik mijn huiswerk niet. Ik ging liever lezen. Mijn zoon maakt zijn huiswerk niet, hij gaat liever gamen. Pas later in mijn werk ontdekte ik hoe leuk het is om te leren. Onderwijs zou je moeten helpen je passie te vinden en te ontwikkelen.

 

Misschien dat mijn zoon dan met plezier naar school gaat.

 

Bronnen:

Onderwijsvernieuwing: De sleutel ligt op school!

De lat voor onderwijsvernieuwing

Onderwijs van de toekomst: School zonder educatie

Claire Boonstra @TEDxAmsterdam

 

Meer lezen van Manon kan hier.