Voornemens, valkuilen en vertier

Ik neem mij voor om het komende jaar op een gezonde wijze, met plezier les te gaan geven.
Dat is een pittig voornemen. Op dit moment lukt het namelijk niet; lesgeven. Sinds een aantal weken ben ik niet in staat om mijn beroep uit te voeren. Ik ben in de valkuil gestapt die iedereen om me heen van mijlenver zag aankomen, maar ik keek verder, mijn blik was op de verre toekomst gericht en ik keek even niet waar ik mijn voeten neerzette. Plop, daar lag ik “Voornemens, valkuilen en vertier” verder lezen

Einde van het (school)jaar

Zo, dat was al weer een tijd geleden. Een blog bijhouden is toch niet zo gemakkelijk als ik dacht.
Och, elke week een stukje schrijven, dat moet toch te doen zijn.
Nee dus, er zijn van die tijden dat het helemaal niet lukt. Te druk, geen inspiratie, ’s avonds te moe….. noem de redenen of zo u wilt de smoesjes maar op. “Einde van het (school)jaar” verder lezen

Het is zo’n dag, zo’n ‘gekke’ dag!

Samen“Zo’n gekke dag”
Ken je dat? Van die dagen dat je eigenlijk ‘niks’ hebt gedaan, maar bekaf thuis komt? Van die dagen dat je van alles had gepland en dat daar helemaal niets van terecht gekomen is. Van die dagen dat je je afvraagt wat al die voorvallen eigenlijk met onderwijs te maken hadden.
Een oud collegaatje zei aan het eind van zo’n dag steevast:” Het was zo’n gekke dag.” Eigenlijk bedoelde ze dan zo’n dag dat alles anders liep, zo’n dag waar je als leerkracht nauwelijks grip op had. Ze was kleuterleidster en had dan te maken met kleuters die plotseling weer in hun broek plasten of misschien gewoon nog niet zindelijk waren. Of dat er plotseling een buikgriepgolf door de klas ging met als symptoom misselijkheid en niet op tijd het toilet of de wasbak kunnen bereiken.
Een dag waarop ineens een aantal kleuters moeite hadden met afscheid nemen, terwijl ze al weken op school waren, maar werden aangestoken door een nieuweling die het op een brullen zette. Een dag waarop ouders kwamen melden dat hun kind wel vervroegd door kon naar groep 3 omdat ze al zo voorlijk was en alle letters al kende.

Elke huisje heeft z’n …
Of zo’n dag dat je als leerkracht van een bovenbouwgroep werd geconfronteerd met een ongeneeslijke ziekte van een ouder of een scheiding. Zo’n dag waarop je er niet aan ontkwam om in gesprek te gaan met je leerlingen. Of als aan het einde van de dag een vader in de klas stond, die je luid en duidelijk vertelde dat de manier waarop je met zijn zoon was omgegaan, zijn goedkeuring niet verdiende.
Op zo’n dag was je een troostende schouder, een bemiddelaar, de kop van jut, een luisterend oor of de ‘geslagen hond’.
Soms denk ik weleens dat de tijd van een enkele gekke dag ver achter ons ligt. Waar het in het verleden ging om enkele dagen per maand of zelfs per schooljaar, komen deze dagen naar mijn idee steeds frequenter voor. We zeggen het vaak tegen elkaar:” Wat is er veel leed onder de mensen.” of ” Elk huisje heeft zijn kruisje.” Maar ook: “Het lijkt wel of ouders erbij zijn geweest.” terwijl ze maar een kant van het verhaal hadden gehoord, maar wel meteen het gedrag van de leerkracht of klasgenootje ter discussie stelden.
Een dagplanning of lesvoorbereiding werden dan toch aan de kant geschoven. Want op zo’n dag kon het niet anders ‘storingen gaan voor’. Maar wat zijn er veel storingen en wat wordt er veel gevraagd. Dit gevoel hebben veel leerkrachten maar zeker ook veel schoolleiders of intern begeleiders. Het lijkt soms wel alsof we ‘halve’ psychologen zijn. Het gekke is dat de ene keer onze bijdrage of advies gewaardeerd of geaccepteerd wordt, terwijl een andere keer het wel lijkt alsof we continu verantwoording aan het afleggen zijn. En wat zijn we kwetsbaar. Soms realiseren we ons dat niet eens en denken we:” Dat gebeurt toch bij ons niet.”
Maar ik denk dat iedereen weleens dingen meemaakt, die men van te voren niet aan heeft zien komen. Een klacht, een agressieve ouder, een huilbui, een naar bericht op Facebook of Twitter, een roddel op het schoolplein of misschien nog erger.

Professionele houding
En dan wordt van ons, leerkrachten en schoolleiding, een professionele houding gevraagd. Niet boos worden, netjes blijven, je stem niet te veel verheffen, zorg delen en elke keer toch weer rustig in gesprek. De ouders en kinderen zijn ons klanten. Ik wil daar best een eind in mee gaan en natuurlijk heeft iedereen recht op zijn of haar emoties, maar geldt dat ook niet voor onze leerkrachten. Realiseren we ons wel genoeg wat een verantwoordelijkheid het is om zoveel verschillende leerlingen te begeleiden en daarbij natuurlijk ook de ouders met al hun vragen, opmerkingen en zorgen? Ook leerkrachten hebben net als die leerlingen thuissituaties, kinderen, ouders en relaties. Ook daar zijn weleens problemen, zorgen, ruzies, scheidingen, ziekten en sterfgevallen. Zij hebben ook onzindelijke kinderen, lastige pubers of anderszins. Ze zijn niet van steen en vinden het echt niet altijd even makkelijk om weer in gesprek te gaan met een ouder of alert te reageren op al die verschillende situaties met de leerlingen in hun klas.

Samen
Wat zou het mooi zijn als we ons allemaal en dan bedoel ik ouders, leerkrachten en schoolleiders voor ogen blijven houden dat het welbevinden en de ontwikkeling van onze kinderen/leerlingen voorop staan. Dat we allemaal hetzelfde doel hebben en dat we moeten samenwerken om het beste uit onze kinderen te halen. Ze te helpen om zich te ontwikkelen als gelukkige zelfstandige en verantwoordelijke mensen.
We hebben elkaar nodig. We moeten en willen samenwerken om dit doel, in een steeds complexere samenleving, te bereiken. Daar hebben onze ‘kinderen’ gewoon recht op.

Samen = met elkaar.

Voor onze leerlingen,

voor onze kinderen.

de up to date leraar

Leraar zijn is tegenwoordig haast synoniem voor “manusje van alles”. Je moet in de eerste plaats les geven maar je moet ook administrateur zijn, pedagoog, ict-deskundige, psycholoog en noem nog maar wat taken en rollen er bij.
Daarbij komt ook nog dat door allerlei bezuinigingen de personen die diverse rollen binnen een school vervulden zijn wegbezuinigd waardoor die taken ook nog bovenop de al overvolle dagtaak van de leraar komen.

Wat drijft nu mensen die leraar willen worden. Wie vinden we een goede leraar, wat maakt een goede leraar? Iedereen heeft wel uit zijn eigen onderwijservaring een voorbeeld van een leraar die je is bijgebleven.
Mijns inziens typeert een goede leraar de liefde voor zijn vak (Engels, Wiskunde e.d.) maar daarnaast de liefde voor kinderen of jeugdigen. Een leraar heeft niet alleen zijn vak geleerd maar ook kennis van didactiek en pedagogiek. De goede leraar heeft passie voor onderwijs en dat is de combinatie van zijn vak met de didactiek (hoe geef je het vak door) en pedagogiek (hoe leren de kinderen, hoe zit de klas in elkaar e.d.)

Ik mocht dit jaar aanwezig zijn bij de uitverkiezing van de leraar van het jaar. Wat mij betreft is dit jaar gekozen voor de traditionele leraren, niks mis mee, zij straalden alledrie de passie en liefde voor hun vak uit. Wat ik wel een beetje miste is de aansluiting met de leefwereld van onze jongeren, vernieuwende leraren die gebruik maken van alle (ict) hulpmiddelen die er zijn stonden een beetje buitenspel. Hopelijk volgend jaar een mix hiervan. Maar inderdaad de aandacht voor het kind/de jongere is het belangrijkst!!!

In Nederland is er heel veel aandacht voor leraren maar het blijkt ook dat die aandacht versnipperd is en ook vaak verstikkend werkt naar het lerarencorps zelf. Van alle kanten voelen zij zich belaagd, elke dag is er wel ergens een onderwijscongres waar weer allerlei vernieuwende concepten worden aangeboden, het gaat over passend onderwijs, compententiegericht onderwijs, projecten, processen etc. etc. Je ziet door de bomen in onderwijsland het bos niet meer.
Begrijpelijk is dat sommige leraren dan achterover gaan leunen en denken: “het zal mijn tijd wel duren”. Dat dit niet een juiste houding is weten ze zelf ook wel maar ze weten niet hoe ze al die concepten in hun overvolle agenda moeten inplannen.

Het zou zeer mooi zijn als docenten zich zouden organiseren in communities die gegroepeerd zijn rondom een bepaald thema, school en/of vakoverstijgend zodat ze van elkaar leren en niet al die conferenties af moeten lopen, hierdoor leren zij collectief en dat komt niet alleen henzelf maar ook hun collega’s ten goede en daardoor versterken zij uiteindelijk het onderwijs. Men hoeft het wiel niet zelf uit te vinden want overal in het land is kennis te vinden die gedeeld kan worden.

Echter wat wel belangrijk is, en dat is vaak een struikelpunt, maak gebruik van de volle 40 weken onderwijstijd per jaar. Nu is het vaak zo dat als je twee weken voor de herfstvakantie, kerstvakantie of grote vakantie probeert een afspraak te plannen dat dat verschoven wordt tot na de vakantie. Hierdoor duren die afspraakvrije periodes niet maar de tijd van de vakantie maar worden ook nog eens verlengd met één week ervoor en één week erna waardoor effectief nog maar ongeveer 25 weken onderwijstijd overblijft. Dat is geen goede zaak om innovatie (oei!) in een school te krijgen.
Onderwijs is gebaat bij rust en regelmaat en dat krijg je mijns inziens door de werkzaamheden goed te spreiden over het jaar. Daarom moet er echt eens goed nagedacht worden over al die vakanties maar eigenlijk vooral over de spreiding van het werk over het jaar.

Dat doen we al…

Als je zoals ik in het onderwijs werkt, hetzij als adviseur hetzij als meewerkend voorwerp dan is een van de opmerkingen die je het meeste hoort: “dat doen we al”.
Vaak werkt dat frustrerend voor het proces want als je “het” toch al doet dan hoef je niet meer mee te doen, kun je lekker achterover leunen, is de deur dicht.

Natuurlijk is het ook begrijpelijk dat deze opmerking zo vaak gebezigd wordt, want zoals ik al vaker schreef in mijn blogs is er geen enkel systeem waar zo veel wordt veranderd, geïnnoveerd en van bovenaf opgelegd als binnen het onderwijssysteem.

Maar als je dan doorvraagt “wat doen jullie dan al?” dan blijkt dat er kleine veranderingen hebben plaatsgevonden, dat men wel eens met een leraar van een andere school spreekt of dat men op directieniveau convenanten getekend heeft. Van echte samenwerking, samen delen of zelfs collectief leren is er dan nog geen sprake.
Echte innovatie moet van binnen uit het systeem komen, er moet een noodzaak zijn, nee zelfs gevoeld worden, door de mensen die in het primaire proces bezig zijn. Zij moeten aan de bel trekken en aangeven dat er een gedeeld probleem is, dat opgelost moet worden en dat men anders niet verder kan.

Dit is ook het kenmerk van communitiies (of practice). waarin mensen samen werken en leren.

Een Communtie of Practice (CoP) is een groep mensen die een intrigerende vraag, zorg, probleem of passie met betrekking tot een bepaald domein of product delen en die hun kennis en vaardigheden willen verdiepen door middel van een continue uitwisseling hierover[1].

Door dat samen werken en leren, zelfs over de eigen school of beroepsgroep heen krijgen mensen een bredere kijk op hun werk en omgeving en ontstaan er weer nieuwe samenwerkingsverbanden en ideeën. Door deze vorm van (netwerk) leren gaan leraren zien dat ze vaak wel denken dat ze iets al doen maar dat dit vaak heel fragmentarisch is en dat men het grotere geheel niet overziet of overzien heeft. Door de contacten met anderen wordt het beeld vollediger en wordt er veel meer geleerd. Men kijkt letterlijk naar buiten en is “open-minded”.

Ik pleit er dan ook voor om leraren niet alleen docentstages buiten het onderwijs te laten doen (ook dat is heel belangrijk) maar ook binnen het onderwijs, bij andere scholen, schooltypen en zelfs andere onderwijstypen. Kijk eens over die muur. Laat een leraar van het Gymnasium eens een week meelopen of liever nog les geven op een VMBO. Zo krijgt men begrip en respect voor elkaars werkzaamheden en dan is het misschien zo dat “bekend maakt ook bemind” ontstaat.

Utopia? Ik hoop het niet….

[1] (Wenger, McDermott & Snyder, 2002: Cultivating Communities of Practice. Harvard Business Press)

 

2013 een bewogen jaar. We vragen ons soms af: “Waar doen we het voor?”

de wereld een beetje mooierEen bewogen jaar
Het was een bewogen jaar. Grappig want terwijl ik dat zeg, realiseer ik me dat ik eigenlijk helemaal niet weet waarom ik dat zeg. Er zijn jaren geweest dat ik precies kon aangeven waarom het een bewogen jaar was.
Natuurlijk is er in ieders persoonlijk leven weer een hoop gebeurd. Dat deel is mij niet ontgaan en ‘het’ heeft zeker mij ook niet overgeslagen. Niet alleen verdrietige dingen, maar gelukkig ook blijdschap.  Het zijn allemaal dingen die bij het leven horen en dus ook bij een terugblik op het afgelopen jaar. Terugblikken gaat soms gepaard met veel emoties, gewoon omdat je weer eens goed met je neus op de feiten wordt gedrukt. Wat gebeurt er toch veel in ieders leven.
Maar ik denk dat ik het vooral heb over een bewogen jaar in onderwijsland.

“2013 een bewogen jaar. We vragen ons soms af: “Waar doen we het voor?”” verder lezen

Een Kameleon is er niets bij!

Leraar elke dag anders“Leraar elke dag anders.” Een kreet die we tegenwoordig elke dag kunnen lezen op Twitter en in de kranten, of horen en zien in de media. Ik heb het gevoel dat het een “quote” aan het worden is met als doel de moed er wat in te houden. Als je geen erkenning krijgt van een ander, zit er immers niets anders op dan zelf het “beroep” wat op te waarderen.

Kritiek
Het is ook niet niks al die kritiek. Niet niks en in mijn ogen vaak onterecht. De leraren doen te weinig aan pesten, professionaliseren niet voldoende, zijn te weinig innovatief, spreken slecht Engels, zijn niet capabel genoeg om de leerlingen met leer-en gedragsproblemen op te vangen, zetten ICT te weinig of juist te veel in bij de lessen. Wat moeten ze over veel vaardigheden en competenties beschikken om een goede leerkracht te zijn.

Flexibel
Ik hoor het bijna dagelijks: “Er komt steeds meer bij, maar er gaat niets van af”.
“Leraar elke dag anders.” Het is ook een zin die meteen weergeeft hoe een dag van een leraar er uitziet. Of eigenlijk het niet weten hoe zo’n dag er uit zal gaan zien. Dat maakt het zo boeiend maar tegelijk ook zo ingewikkeld. Heel veel van wat er dagelijks gebeurt kun je niet plannen en voorzien. Het doet een groot beroep op flexibiliteit en dat is volgens mij ook meteen één van de beste eigenschappen van een leraar.
Dagelijks te maken hebben met 25 leerlingen met verschillende karakters, verschillende talenten, verschillende humor, verschillende behoeften, verschillende IQ ‘s, verschillende thuissituaties. En dan hebben we het nog niet over de groepsdynamiek die dat vervolgens met zich meebrengt. Met die leerlingen komen vervolgens ook nog eens 25 “paar” ouders en moeten leerkrachten ook nog eens samenwerken met zo’n 25 collega’s. Ondanks al die verschillen moeten zij wel in staat zijn om “kwaliteit” te leveren, gemeten met een uniforme toets die voor al deze leerlingen op eenzelfde moment wordt afgenomen. Niks geen verschillen, niks geen oog voor diversiteit maar gewoon om te kunnen “benchmarken”.
Het vraagt van een leraar het vermogen om steeds “mee te kleuren” met de vele situaties die ze gedurende een schooldag tegen komen. Een leraar lijkt wel een kameleon.

Kameleon
Vreemd eigenlijk, al die negatieve aandacht. De belangrijkste voorwaarde om tot een goede ontwikkeling te komen, is toch emotionele veiligheid. Zou dat voor volwassenen niet gelden?  Ik hoop maar van niet. Maar als dat wel het geval is, slaan we “de plank” volledig mis. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat de manier waarop we op dit moment omgaan met onze leerkrachten hier ook maar enige positieve bijdrage aan levert. We willen dat leerkrachten meer in beweging komen, zich verder gaan professionaliseren, aansluiten bij de manier van leren die bij leerlingen van nu past. We vragen meer van ze dan van een Kameleon! Laten we ze het vertrouwen, de vrijheid en de verantwoordelijkheid geven om te groeien in plaats van ze hun zelfvertrouwen te ontnemen en constant kritiek te leveren.

Je zult zien dat ze dan nog meer op een Kameleon gaan lijken maar dan met de competenties van een goede leerkracht.