Onderwijswijven wat zijn dat dan? Gewoon spelende en lerende dames.

strip

Op zaterdag 20 februari rij ik in mijn bolide naar de Meern. Een tocht van zo’n uur en dus voldoende tijd om na te denken. Ik ben op weg naar een bijeenkomst van de Onderwijswijven. Wie en wat zijn dat eigenlijk, die Onderwijswijven.
Een raar, wat ordinair klinkend woord maar eigenlijk vind ik het wel een geuzennaam.
Het eerste kenmerk is dat het natuurlijk allemaal vrouwen zijn die iets met onderwijs te maken hebben. Dit is echt heel breed en varieert van leraar tot bestuurder en van ICT-coördinator tot schoolleider tot ……….?! Het zijn in ieder geval allemaal vrouwen die een hart voor en een duidelijke mening hebben over onderwijs.
Een ander kenmerk is dat al deze vrouwen ook bloggen en veelal zijn begonnen met bloggen op www.onderwijswijven.nl. Ze zijn zichtbaar op de sociale media, met name op Twitter en posten daar vaak persoonlijke ervaringen en meningen, die overigens zeker niet altijd overheen komen met elkaar.

Maar wat onderscheidt deze vrouwen van andere vrouwen? Eigenlijk helemaal niets. Het zijn net als andere vrouwen, vrouwen met en zonder echtgenoot, met jonge kinderen of met volwassen kinderen. Soms gelukkig, maar soms ook ongelukkig. Ze ervaren net zo veel of zo weinig hobbels als andere vrouwen. Ze hebben elkaar via Twitter of elders ontmoet, maar kennen elkaar soms helemaal niet zo goed. Ze vinden het in ieder geval waardevol om af en toe samen te komen, te praten, te lachen en te zeuren over onderwijs. Er ontstaan samenwerkingen, er worden ideeën, ervaringen en ‘good practice’ gedeeld.
En dat allemaal onder het genot van een hapje en een drankje op de zaterdagmiddag in Huize Winters in de Meern. Het huis van Karin Winters (@karinwinters) de initiatiefnemer van dit onderwijsclubje dat elk jaar groter wordt.
Als ik aankom en mijn auto heb geparkeerd, loop ik met een boodschappenkrat richting voordeur. Een krat met een wat merkwaardige inhoud; een leeg blikje, een doos met frutsels (kralen, knopen, lijntjes en stokjes), een schaal met home made kipsalade, 6 pack Radler met en zonder alcohol en 12 kleine prikkerige roosjes met een onderwijswijfje. Een klein symbool en alternatief voor de Edubloggerspin die veel Onderwijswijven ook al eens mochten ontvangen op het jaarlijkse Edubloggersdiner. De Edubloggers, een groep bloggers waar een flink aantal Onderwijswijven ook bij hoort.

IMG_7842

Er wacht meteen een hartelijk ontvangst en de uitstalling van hapjes op tafel groeit snel. Hoewel we elkaar vaak niet meer dan één of twee keer per jaar zien en verder alleen op sociale media ‘spreken’, pakken we de draad heel snel op.
Het wordt een echte doe-middag. Het lijkt de Makermovement wel, om er maar eens een onderwijsterm doorheen te gooien. Gewoon lekker knutselen.
De lege blikjes komen te voorscozobothijn samen met de lijmpistolen, de Ipad, een Touch screen,het Osmo ‘spel’ en de Ozobot. Een VR bril laat me, na een app te hebben gedownload te hebben op mijn IPhone, een rit in een achtbaan beleven.

Mijn Iphone, samen met wat stukjes hard plastic, verandert in een instrument om ware hologrammen te kunnen zien. Een ervaring die voor mij als volwassene al ghologrameweldig is, dus wat moet dit niet voor kinderen betekenen. Zo simpel maar wat een leuke manier om uit te leggen en te ervaren hoe ‘dingen’ werken. Gebruik maken van de technologie die er is en inzetten om onderwijs te verrijken.

De lege blikjes worden gebruikt om Scribblings van te maken en het duurt niet lang of er vindt een ware plundering plaats in de sorteerbak van Pauline Maas (@4pip). Als gretige kinderen worden de lampjes, batterijen, en de IKEA melkopschuimers toegeëigend. Kralen, lintjes, knopen, ijsstokjes en gekleurde pijpenragers vinden hun weg naar de conservenblikjes en de plastic afhaalchinees bakjes. Het lijkt wel ‘Carnaval of cans and plastic containers’.

ScribblingWe proberen uit, we spelen, we maken en experimenteren. We voeren korte, te korte gesprekken en proeven de vele zelfgemaakte hapjes. We drinken wat en likken aan een ijsje. We beleven een geweldige middag want we komen thuis met ideeën, nieuwe contacten en ervaringen. We hebben niet eens in de gaten dat we aan het leren zijn geweest. Informeel leren weliswaar maar hoe waardevol is dat. Leren door te doen en allemaal ontstaan door de het sociale netwerk Twitter. Een krachtig instrument om mensen te ontmoeten, te verbinden en de opgedane ervaringen te delen middels tweets en blogs. Dank allemaal, ik heb genoten en ben weer opnieuw overtuigd dat deze ontmoetingen heel waardevol zijn. Dus mensen uit het onderwijs, zoek elkaar op en ga van en met elkaar leren. Leren kan, mag en moet leuk zijn. Deze informele manier levert veel op. Tot snel, waar dan ook!

onderwijswijvenSamenvatting ‘Wijven aan het werk’

Karin Donkers (@kardonsch)
Onderwijswijven/Edublogger/Bloggerscollectief HetKind
www.kardonsch.nl

Blij-moedig besturen:Ruimte voor Ontwikkeling

Begin juni 2014 was het PO-congres. Er zijn heel wat tweets gemaakt over speeches (#bevlogenbesturen). In deze blog de boodschappen die ik uit deze twee dagen haalde.

ICT in onderwijs is als benzine in een koets… “Blij-moedig besturen:Ruimte voor Ontwikkeling” verder lezen

Innoveren een must?

Het lijkt wel een toverwoord. Innoveren je hoort het te pas en te onpas, het lijkt wel of niemand meer iets anders doet….Wat ben je aan het doen? Nou ik ben druk bezig met innoveren……
Wat is innoveren eigenlijk en waarom doen we dat met zijn allen? In de eerste plaats klinkt het waarschijnlijk beter dan vernieuwen, maar het betekent toch echt hetzelfde. En vernieuwen is vooruitgang en dus niet stilstaan. En stilstaan dat doen we niet meer in deze jachtige tijden.

Toch is er niets mis met stilstaan, genietend om je heen kijken en blij zijn met de verworvenheden die we hebben. Als je stilstaat zie je meer en kun je ook details zien die je als je voorbij rent gewoonweg mist.
Als je stilstaat kun je ook achteromkijken. Dat is niet aan te raden als je rent want dan kon je wel eens tegen een muur op lopen en dat kan hard aankomen. Echter zoals bijgaand plaatje laat zien kun je dat ook weer op een innovatieve manier doen. Al achteromkijkend zie je ook weer de goede en slechte zaken die je in je leven bent tegengekomen. Daar leer je van zodat je fouten niet vaker maakt en zodat je de goede zaken kunt herhalen. Niks mis mee zou ik zeggen.

Waarom is het vooral in het Onderwijs dan zo hot dat Innoveren? Hebben we dan niks geleerd van het verleden, maken we alle fouten weer opnieuw en laten we het goede liggen? De leraren klagen steen en been over het feit dat ze elke week, elke maand en elk jaar weer opgezadeld worden met nieuwe ideeën van weer een nieuwe lichting wetenschappers, ambtenaren en anderen die denken het beter te weten.
Terwijl de gemiddelde leraar heel goed weet “hoe het werkt” in zijn of haar klas wordt hij overspoeld met (overigens goed bedoelde) vernieuwingen en richtlijnen.
Het onderwijs volgt al enige decennia het Angelsaksische model van meten is weten, afrekenen en nadruk op cognitieve kwaliteiten. Het gevolg hiervan is duidelijk, veel schooluitval, vaak ongelukkige kinderen die hun andere kwaliteiten niet mogen laten zien, pesterijen, discriminatie enz. enz.
Zou het niet goed zijn om een pas op de plaats te maken en eens om te kijken? Was het vroeger zoveel slechter? Was er een model dat wel recht deed aan de meerdere competenties, vaardigheden, intelligenties van mensen? Doen ze het in andere landen misschien anders? beter?

In het beroepsonderwijs in Duitsland is het Rijnlands model nog steeds van kracht, hier wordt nog vanuit het Leerling-Gezel-Meester (LGM) principe gewerkt en mag de leerling gaandeweg zijn loopbaan alle kwaliteiten die hij bezit laten zien. Het LGM-principe is gebaseerd op de zeer oude vorm van ambachtsleren binnen een werkplaats. Het achterliggende idee is dat nieuwe werklieden kunnen leren van voorbeelden, toepassingen en ervaringen van meer ervaren werklieden, door samenwerking en gezamenlijke probleemoplossing. Wat is er mooier voor een kind om zo te leren. Ook in Nederland worden deze vormen van beroepsonderwijs gaandeweg meer en meer ingezet. Dat is mooi, men heeft dus achterom gekeken en gezien dat dit principe ook nu nog werkt, hoezo innoveren?
In het Rijnlands denken staat ook de mens voorop en niet zijn prestaties. Het Rijnlands model is een economisch model waarbij niet alleen winst voorop staat maar ook het werkplezier en het welbevinden van mensen. Als je dit doortrekt naar het onderwijs zijn dus niet alleen de prestaties van leerlingen van belang, of het aantal diploma’s dat de school afgeeft maar zeer zeker ook het welbevinden van de leerlingen en de docenten.

Gepersonaliseerd onderwijs komt dan al gauw om de hoek kijken. Het streven om ieder kind zoveel mogelijk zijn eigen leerproces te laten volgen met aandacht voor alle kwaliteiten die het heeft. Finland staat qua onderwijs in hoog aanzien op dit moment en hier focust men op talentontwikkeling, jonge kinderen mogen nog spelen en men is niet gericht op een zo vroeg mogelijke cognitieve ontwikkeling. Ook is er een verbod op testen!!! Leerlingen kunnen daardoor leren in een angstvrije omgeving waarin creativiteit en eigen initiatief worden aangemoedigd.
zie http://www.sbo.nl/blog/schoolsysteem-finland/

Als we in Nederland eens even stil zouden staan en om ons heen kijken of even over de schouder kijken dan zijn er genoeg mogelijkheden om te innoveren naar de “gelukkige school” en is iedere school in staat om hieraan invulling te geven in een collectief leerproces van schoolleiding, lerarencorps, leerlingen en ouders.

Dit collectieve leerproces is de mooiste innovatie die je je kunt bedenken. Laten we daar in Nederland naar streven.

Dat doen we al…

Als je zoals ik in het onderwijs werkt, hetzij als adviseur hetzij als meewerkend voorwerp dan is een van de opmerkingen die je het meeste hoort: “dat doen we al”.
Vaak werkt dat frustrerend voor het proces want als je “het” toch al doet dan hoef je niet meer mee te doen, kun je lekker achterover leunen, is de deur dicht.

Natuurlijk is het ook begrijpelijk dat deze opmerking zo vaak gebezigd wordt, want zoals ik al vaker schreef in mijn blogs is er geen enkel systeem waar zo veel wordt veranderd, geïnnoveerd en van bovenaf opgelegd als binnen het onderwijssysteem.

Maar als je dan doorvraagt “wat doen jullie dan al?” dan blijkt dat er kleine veranderingen hebben plaatsgevonden, dat men wel eens met een leraar van een andere school spreekt of dat men op directieniveau convenanten getekend heeft. Van echte samenwerking, samen delen of zelfs collectief leren is er dan nog geen sprake.
Echte innovatie moet van binnen uit het systeem komen, er moet een noodzaak zijn, nee zelfs gevoeld worden, door de mensen die in het primaire proces bezig zijn. Zij moeten aan de bel trekken en aangeven dat er een gedeeld probleem is, dat opgelost moet worden en dat men anders niet verder kan.

Dit is ook het kenmerk van communitiies (of practice). waarin mensen samen werken en leren.

Een Communtie of Practice (CoP) is een groep mensen die een intrigerende vraag, zorg, probleem of passie met betrekking tot een bepaald domein of product delen en die hun kennis en vaardigheden willen verdiepen door middel van een continue uitwisseling hierover[1].

Door dat samen werken en leren, zelfs over de eigen school of beroepsgroep heen krijgen mensen een bredere kijk op hun werk en omgeving en ontstaan er weer nieuwe samenwerkingsverbanden en ideeën. Door deze vorm van (netwerk) leren gaan leraren zien dat ze vaak wel denken dat ze iets al doen maar dat dit vaak heel fragmentarisch is en dat men het grotere geheel niet overziet of overzien heeft. Door de contacten met anderen wordt het beeld vollediger en wordt er veel meer geleerd. Men kijkt letterlijk naar buiten en is “open-minded”.

Ik pleit er dan ook voor om leraren niet alleen docentstages buiten het onderwijs te laten doen (ook dat is heel belangrijk) maar ook binnen het onderwijs, bij andere scholen, schooltypen en zelfs andere onderwijstypen. Kijk eens over die muur. Laat een leraar van het Gymnasium eens een week meelopen of liever nog les geven op een VMBO. Zo krijgt men begrip en respect voor elkaars werkzaamheden en dan is het misschien zo dat “bekend maakt ook bemind” ontstaat.

Utopia? Ik hoop het niet….

[1] (Wenger, McDermott & Snyder, 2002: Cultivating Communities of Practice. Harvard Business Press)

 

Onderwijs dat er toe doet

Als zzp’er of liever gezegd zp’er (zelfstandig professional) kom ik op veel verschillende plaatsen en ontmoet ik veel diverse mensen.
Wat de dag van morgen brengt is een onbekend terrein. Dit maakt het werken in het onderwijs interessant en heel gevarieerd.

Wat mij wel opvalt in al die settings in het onderwijs (want daar ben en blijf ik werkzaam) is de wens van iedereen om het “goed” te doen. En als ik dan doorvraag wat dat “goede” dan inhoudt dan is dat altijd gerelateerd aan de leerling of aan de student. Goed onderwijs is onderwijs dat er voor de leerling, de student, het kind toe doet!

Waarom gaat het dan toch soms zo ongelofelijk fout? Waar ligt dat aan? Aan het onderwijs, de leraar, het kind, de ouders? Zomaar wat vragen die bij me opkomen.

Mijns inziens is er geen enkel maatschappelijk gebied als het onderwijs waarin zoveel innovaties worden uitgedacht. Ik schrijf met name uitgedacht omdat het met het uitvoeren meestal niet zo’n vaart loopt.
Loop nog maar eens door je eigen school en kijk eens of er veel veranderd is. Ja, de muren hebben vaak een kekker kleurtje en de juf heeft misschien een nieuwe jurk. Maar de setting: kinderen in de klas en juf of meester er voor is in al die jaren niet zoveel veranderd. Klassikaal onderwijs is een al eeuwenoude methode om grote groepen les te geven. Dit is natuurlijk goedkoop maar of het goed is voor de leerlingen?

Allerlei vormen van vernieuwingen zijn uitgedacht en uitgeprobeerd, maar ook even hard weer losgelaten. Wat is dat toch dat in het onderwijs weinig beklijfd en alles om de zoveel tijd weer opnieuw wordt uitgevonden? Waarom leert men zo weinig van elkaar. Wat op één school goed gaat vindt de andere school weer opnieuw uit. En toch is er iedere dag wel ergens een onderwijscongres of conferentie waar hordes leraren en onderwijsmanagers naar toe gaan. Wordt hetgeen men daar opsteekt niet gedeeld? Uit onderzoek blijkt dat de opbrengsten van het bezoek aan deze conferenties groot zijn voor de bezoeker maar vaak weinig gedeeld worden met collega’s of de rest van de school. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat de hoogste opbrengsten voor een team of voor een school gehaald worden uit training on the job en dan ook nog samen het het team. Dit pleit dus voor een teamgerichte aanpak van een verandering of vernieuwing. Samen of collectief leren dus (mijn stokpaardje!!)

Onderwijs dat er toe doet is niet zozeer gericht op innoveren maar meer op de inhoud, sluit deze inhoud nog aan op de leefwereld van het kind, de leerling, de student. Want dat is toch waar we het allemaal voor doen (zoals ik hierboven al constateerde). Het kan dan wel zo zijn dat het ene kind een andere inhoud of aanpak nodig heeft dan het andere en dat we daarom moeten overgaan tot flexibelere vormen van onderwijs, op maatwerk. Dat is ook verandering en vernieuwing maar dan wel gericht op de doelgroep.

Wat dat betreft zijn er vlammetjes van voorbeelden en daar kunnen andere scholen zich zeker aan warmen. Zoek deze voorbeelden op en doe er je voordeel mee. Mensen die iets moois tot stand hebben gebracht willen dit graag met andere delen.

Want zoals het motto van lijnspel (het samenwerkingsverband van zp’ers waar ik bij aangesloten ben) luidt:
DELEN IS HET NIEUWE HEBBEN