Iedereen aan het fröbelen

Pauline bij de lasercutterIk was al een tijdje van plan om te gaan kijken bij het fablab van de Populier in Den Haag.  Afgelopen vrijdag werden de docenten die daar les geven (Arjan en Per-Ivar) geïnterviewd door Carla Desain voor mijn nieuwe boek CodeKlas. Ik kon het zo dus mooi combineren. Op naar Den Haag. Een prachtige oude school en na een lange wandeling door de catacomben kwam ik aan op de zolder waar een stuk of drie open lokalen waren. Met in het midden een ruimte voor de docenten vol met spullen en materialen.

Er liepen al heel wat pubers rond en ik zag een stapel eten staan. Broodjes, worstjes, pizza’s, m&m’s en nog veel meer lekkers. Het lekkers wat ik had meegenomen viel in het niet bij deze grote hoeveelheid eten. Maar wel slim, want rond etenstijd zorgen dat pubers happy blijven, is eten een absolute must.

Per-Ivar begon de bijeenkomst met een rondje hoe iedereen zich voelde en welk project ze die avond gingen doen.  Iedereen had al plannen gemaakt, maar ik zag al snel (toen ze eenmaal bezig waren) dat er kleine groepjes ontstonden die elkaar aan het helpen waren en zo nu en dan liepen ze langs de tafel met eten om wat in hun monden te stoppen.

Ik deed zelf ook een rondje en ik zag een houten hand met scharnieren waar iemand mee bezig was om hem aan te sturen via een computer. Twee meiden waren bezig om een bank te maken voor hun kat, waar ze zich ook in kon verstoppen. Ik zag ook een schaakbord en iemand was bezig om met sateprikkers en lange brug te maken en er werden tekeningen geprint met de water color printer.  Per-Ivar en Arjan liepen zelf ook rond (met nog twee collega’s) en hielpen hier en daar, Maar ze waren zelf ook bezig met dingen uitproberen.

Mijn vingers jeukten en toen ik de laser cutter zag, wilde ik ook dat ook uitproberen. En een half uurtje later haalde ik mijn eerste maaksel tevoorschijn. Ik was ape-trots. Toen op naar de water color printer en daar ook heb ik een mooie tekening gemaakt met heel veel kleurtjes.

Aan het eind van bijeenkomst werd er weer een rondje gedaan. Wat heb je gedaan? Het antwoord was vaak: “Oo een beetje geklooid” Maar wat heb je dan geklooid en wat heb je er van geleerd? Sommige leerlingen tekenden op een deur hoever ze waren met hun project. En toen was er een grote schoonmaak. En die enorme berg met eten? Die was zo goed als op.

Eens in de maand hebben ze een plakken en knippen bijeenkomst voor docenten of andere belangstellende. Ik hoop dat ik nog eens terug mag komen.

Mijn textiel hart gaat harder kloppen bij het zien van zoveel creativiteit. Ik voel dat alles samen komt. Het creative, het programmeren, het maken, het altijd nieuwe dingen willen uitproberen. Wat een feest. Ik zie ook hoe belangrijk het is dat leerlingen zelf leren fröbelen, ontdekken, nieuwsgierig worden naar techniek die er achter zit.

En natuurlijk wil ik het beste voor mijn kind, net als elke ouder volgens mij.

Rondleidingbouwhoek
Moeder, oma en dochter komen wat aarzelend het gebouw binnen. Ik loop naar ze toe en heet de ‘dames’ welkom. Een tweetal jongens die met nummertjes in de bouwhoek aan het werk zijn, trekken meteen de aandacht. Ze zijn de etages aan het tellen en voorzien deze van cijfertjes. De peuter, die later Lizzy blijkt te heten, gaat er bij staan en kijkt naar alles wat er gebeurt. Als de jongens beland zijn bij de 6de etage, draaien ze zich om en vragen ze: “Komt dat kindje ook hier op school?”
“Dat zou mooi zijn hè mannen” zeg ik. “Ik weet het nog niet, we gaan eerst maar eens de school laten zien en met mama en oma praten.” Lizzy denkt hier duidelijk anders over, praten hoeft helemaal niet. Ze wil gewoon spelen en het liefst meteen. Na wat aarzeling en mijn uitleg dat we na mijn praatje in alle klassen gaan kijken, stapt ze samen met mama en oma mij kantoor binnen. Daar ziet ze meteen ‘mijn vriendje’, een pop, tegen de kast staan en begint ze hardop tegen de pop te vertellen wat het doel is van haar bezoek. We kijken alle drie vertederd. Een bijdehandje en qua taalgebruik doet ze niet onder voor de meeste 5-jarigen. Ik stel me voor en al snel is duidelijk waarom naast moeder ook oma mee is voor een rondleiding. Moeder is alleenstaand en oma is de oppas en steun voor zowel moeder als kleindochter.
Lizzy is net klaar met mijn ‘vriendje’ en schuift vervolgens stilletjes de gang in. Zwijgend maar met een trotse blik op het gezicht kijken mama en oma naar hun ‘kind’. “Het kan geen kwaad hoor” zeg ik. “Laat haar maar lekker gaan.” Enthousiast vertel ik vervolgens over onze school en hoe wij met ‘ons onderwijs’ omgaan. Wat OntwikkelingsGericht Onderwijs precies inhoudt en wat Basisontwikkeling betekent voor jonge kinderen. Waarom we werken met thema’s en dat spel zo belangrijk is en waarom dan wel. Dat we methoden niet gebruiken om van bladzijde 1 t/m 220 door te worstelen, maar dat wij meerdere methoden, informatieboeken en internet gebruiken als ‘bron’. Dat leerlingen in de midden- en bovenbouw een vragenwand maken en hoe belangrijk wij een goed pedagogisch klimaat vinden.

 

Zijn er nog vragen?
Als ik denk dat ik alle informatie gegeven heb en vraag of er nog dingen zijn die de beide dames willen weten alvorens we een ‘rondje’ gaan maken, is het even stil. Moeder en oma kijken elkaar aan.
Al heel snel komt de vraag: “Hoe gaan jullie om met toetsen en testen”.
Een vraag die weer ‘het ergste’ doet vermoeden. Een vraag die ik natuurlijk regelmatig krijg en meestal gaat het dan om een kritische ouder die OntwikkelingsGericht Onderwijs wel heel interessant vindt zolang er ook maar goede resultaten worden behaald.  Maar dit keer is het anders.
“Ja weet je.” “We worden een beetje moe van alle mooie verhalen op scholen waar we al eerder zijn geweest.” “Ik wil gewoon dat mijn kind lekker mag spelen en de kans krijgt om te ontdekken wat ze goed kan maar ook waar ze moeite mee heeft.” “We krijgen steeds maar te horen over ‘groene’ arrangementen, uitstroomgegevens en CITO scores.”
Ik merk dat ik het warm krijg en maar ik voel meteen ook een stuk herkenning. Ik ben zo blij dat deze ouder nog steeds gewoon zelf is blijven nadenken en weet wat er echt belangrijk is. Zich niet mee heeft laten slepen door prestatiedrang en ‘lijstjes’ in de media. Het is even stil en dan:
“Mijn dochter is vier en natuurlijk wil ik het beste voor mijn kind, net als elke ouder volgens mij.”
“Maar waarom vertellen ze niet gewoon hoe de dag er uit ziet of wat voor leuke dingen ze allemaal doen.” Ze gaat meteen door met haar pleidooi.
“ik ben van mening dat kinderen die met plezier naar school gaan later ook meer plezier houden in het leren en minder snel een ‘drop out of voortijdig schoolverlater’ zullen worden.”
“We moeten een leven lang leren toch?” “Is plezier in leren en samenwerken dan niet vreselijk belangrijk.” Moeder straalt verontwaardiging uit.
“Moet je kijken naar Lizzy, ze stapt gewoon de hal in en gaat meespelen, dat heeft ze nergens nog gedaan.” “Ze voelt zich veilig en wil graag aan de gang, de wereld ontdekken.”
Oma schudt bevestigend met haar hoofd. Ze heeft tot dusver nog niets gezegd, maar wel al meerdere keren instemmend geknikt en haar dochter vol trots geobserveerd. “Ja”, zegt oma dan “Gelukkig worden dat is toch het belangrijkste.” En dan is het even stil en merk ik dat ik met open mond, de beide dames aankijk. Ik kan ze wel zoenen.

 

Kom er maar bij
“Zullen we gewoon lekker gaan kijken in de groepen?” vraag ik meteen.
“Ja kijken in de groepen!” hoor ik van achter me roepen. Lizzy geeft me een hand en trekt me mee. “Doen we.” antwoord ik. Ze laat mijn hand los en huppelend gaat dit bijna driejarige meisje voor me uit de groepen binnen, waar ze meteen een warm welkom van de leerlingen en leerkrachten ontvangt. “Kom er maar bij hoor, schuif maar aan.” Vol trots laat ik ‘mijn’ school zien en vertel ik over alle mooie activiteiten die we op school doen.
Wat een heerlijke dag.

 

Karin Donkers @kardonsch
Schoolleider o.b.s. De Cocon Alkmaar
school voor OntwikkelingsGericht Onderwijs

 

Kom op nou! Het onderwijs dat zijn wij.

21st eeuwse vaardighedenfoto
We moeten kinderen 21st eeuwse vaardigheden leren.
Ja en wat houdt dat dan precies in en hoe doen we dat dan?
Een vraag die de afgelopen week steeds vaker door mijn hoofd spookt.
Waarom dan, vraag ik me af? Misschien komt het omdat ik van mening ben dat je eerst deze vaardigheden zelf moet beheersen om leerlingen en leerkrachten hierin te kunnen begeleiden. En daar zit nou precies het probleem. Deze vaardigheden worden toegeschreven aan het curriculum voor onze leerlingen maar misschien is het nodig om eerst eens goed te reflecteren op ons eigen handelen in de dagelijkse praktijk. Ik heb het dan echt niet alleen over hoe leerkrachten lesgeven, maar ook over de manier waarop we als schoolleiders omgaan met de bij de 21st eeuw horende “skills”.
Als ik om me heen kijk, merk ik dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend is dat we zelf deze vaardigheden beheersen. De angst voor vernieuwingstrajecten komt hier volgens mij ook vandaan.

Leerling, leerkracht en schoolleider
Op het grootste deel van onze scholen werken we met methodes en die geven houvast. Je hoeft dus helemaal niet kritisch na te denken en niet creatief te zijn. Er wordt voor je gedacht en als je het “geluk” hebt en jaren achtereen  dezelfde groep “draait” , is de noodzaak daarvoor helemaal niet aanwezig.  Hetzelfde hoor ik van schoolleiders: “Het gaat toch goed zo, dus waarom veranderen”. De knellende regelgeving zorgt er ook niet voor dat leerkrachten en schoolleiders in “beweging” komen. Het beleid wordt uitgestippeld en we hoeven alleen maar te “volgen”.
De leerling van nu leert anders en wordt opgeleid voor een beroep waarvan we het bestaan nog niet kennen. We hebben het dan nog niet eens over alle impulsen en afleidingen waar onze leerlingen aan “bloot” gesteld worden. De snel veranderende wereld met alle technologie.
Leerkrachten moeten leerlingen daarin begeleiden en schoolleiders hun leerkrachten. Wordt het dan niet eens tijd dat we zelf ook gaan leren samenwerken, beter gaan communiceren, kennis met elkaar gaan delen, kritisch leren denken en creatief mogen zijn? Dat wij zelf de problemen mogen oplossen?

De keurslijf van het onderwijs
Terwijl we onze kinderen al deze vaardigheden moeten aanleren, worden we in “onderwijsland” steeds meer beknot en gedwongen tot uniformiteit. De professionele ruimte wordt steeds kleiner en het onderwijs lijkt steeds meer een “eenheidsworst” te moeten worden.
En wat doen wij?  Het omgekeerde van wat je zou verwachten. We laten ons in een keurslijf duwen. Er ontstaat een soort gelatenheid, een algehele moeheid en goede leerkrachten en schoolleiders verlaten het onderwijs. We komen niet in beweging en nemen te weinig verantwoordelijkheid voor onze eigen professionaliteit. We laten ons regeren door angst. Angst voor tegenvallende resultaten, voor de inspectie en voor het loslaten van onderwijsmethoden.

De onderzoekende, goed samenwerkende, kennis delende,  kritisch denkende en probleemoplossende leerlingen, leerkrachten en schoolleiders hebben de toekomst.
Laten we die verantwoordelijkheid dan ook nemen. Samen moeten we toch in staat zijn om de verandering tot stand te brengen.

Kom op nou, het onderwijs dat zijn wij!
Wees de verandering die je in het onderwijs wilt zien.