Een “flipping” experiment

Als je gaat bloggen op een platform dat zich onderwijswijven noemt, moet je een beetje stoer uit de hoek durven komen. Dus ik ga hier maar eens een knuppel in een hoenderhok gooien.

Aangezien ik een bovenmatige interesse heb in alles wat met onderwijs te maken heeft, open sta voor nieuwe ideeën en niet bang ben nieuwe dingen uit te proberen, heb ik onlangs een experiment in mijn tweede klassen (één klas mavo, één klas mavo/havo) uitgevoerd. Ik heb een beetje een mix gemaakt van “flipping the classroom” en activerende didactiek om “the present perfect” uit te leggen.

Hoewel ik in de les al een paar keer de regels had benoemd bij het bespreken van de Stones (de standaardzinnetjes uit de methode), hadden de leerlingen er buiten die zinnetjes nog niet mee geoefend. Ze moesten thuis de uitleg via mijn site bestuderen en ik had ze verteld dat ze er een opdracht mee moesten kunnen maken. Ik kocht kleine, kinderachtig schattige whiteboardjes van Disney en zocht opdrachten bij elkaar.

In de les maakte ik willekeurige groepen door iedere leerling een speelkaart te geven, alle achten vormden samen een groep. Alle leerlingen die een harten kaart hadden, waren “the teacher” en kregen het whiteboard. Nu kwam het moment van de waarheid: de teachers moesten aan de overige groepsleden uit gaan leggen hoe je “the present perfect” maakt, de anderen moesten (zij hadden immers de stof ook bestudeerd) goede vragen stellen en antwoorden geven. Het idee was dat op de whiteboardjes de uitleg zou komen staan. En daar ging het mis: de leerlingen (in beide klassen) bleken de uitleg niet goed genoeg te weten. Ik moest erg veel bijsturen en voorzeggen om uiteindelijk overal iets op de bordjes te krijgen. Door de oefeningen die ze daarna moesten maken (eerst alleen, daarna overleggen en samen invullen) kwam het uiteindelijk nog best goed, maar ik had op een beter resultaat gehoopt.

En nu zit ik met vragen. Waarom lukte het niet zoals ik had bedoeld? Had ik de opdracht vooraf beter moeten geven (JA, zegt dit blog van Tumult)? Of is “flipping the classroom” een werkvorm die voor leerlingen op een mavo  te moeilijk is? En vooral dat laatste blijft maar in mijn hoofd hangen. Zou het zo kunnen zijn, dat kinderen op een havo/vwo beter in staat zijn zelf informatie te verwerken, zonder dat ze tussen door vragen kunnen stellen? Ik kan daarop nu natuurlijk geen antwoord geven, niet op grond van deze ene les, dus ga ik de werkvorm verfijnen. Toch kan ik mij voorstellen dat leerlingen binnen het vmbo meer sturing van een docent nodig hebben en daarom met deze werkvorm echt wat tekort komen. Ik ben benieuwd hoe anderen dat zien en doen, dus hoor het graag. Voorlopig ga ik er (in aangepaste vorm) wel mee door, daar waar ik denk dat het kan, dus voor hier: to be continued!

Learn the Code

ScreenShot235Misschien omdat ik de laatste tijd veel bezig ben met kinderen en ze leren programmeren viel mijn oog op dit youtube filmpje. Hierin wordt haarfijn uitgelegd waarom je met kinderen al vroeg aan de slag moet gaan om ze te leren programmeren. Omdat programmeren je aanzet tot denken en iets oplossen.  Een greep uit de websites waarmee je aan de slag kunt gaan zijn: Learn to code, Code, Girls who code en CoderDojo. Maar vergeet niet dat ze ook met Kodu, GameMaker, Mindstorm, Scratch en zelfs met de Bee-Bot al heel wat beginselen leren van het programmeren leren. Ik hoop dat wij als onderwijswijven ook kunnen bijdragen om  de kinderen code te leren en zo dus ook aanzetten tot nadenken en oplossing gericht denken.

Gisteren heb ik in mijn klas mijn leerlingen laten invullen in een answergarden wat wil je leren? Dat zegt genoeg.

Onderwijswijven? Wij hebben een iPadJuf!

Onderwijswijven…  die naam triggerde mij meteen om hier te bloggen. Ik ben namelijk ook een Onderwijswijf. Nou ja, een beetje dan want ik werk pas 12 jaar in het onderwijs en ik ben er niet mee grootgebracht. Ik ben ook geen docent. Eigenlijk ben ik PR-miep of Twitter-trien, zo u wilt.

Ik herken het verhaal van @HanneloreEngels. Nog maar kort geleden waren wij collega’s bij ROC West-Brabant en mochten wij samen twittertrainingen aan collega’s geven. Ik de beginnersclubjes, Hannelore de gevorderden. De Twitter meisjes inderdaad. Of Twitter twins. Samen met @rchfranken boomden we over het social media beleid van ons ROC, twitterden we tot diep in de nacht en bedachten we snode plannen om onze docenten en studenten in te wijden in de wereld die social media heet. Natuurlijk altijd met de verbinding met het onderwijs.

Nu werk ik in het voortgezet onderwijs en het is prachtig om te zien hoe ver sommige scholen zijn met digitaal onderwijs. De scholengroep waarvoor ik nu werk, heeft twee jaar geleden onderwijs met de iPad ingevoerd en het verrast me hoe ver ze daar mee zijn. Niet om reclame te maken, maar de school loopt echt voorop met digitaal leren. Inmiddels hebben zo’n 500 leerlingen in de eerste en tweede klassen een iPad waarop hun volledige boekenpakket staat, voor alle vakken. Met apps maken ze hun huiswerk, lezen ze hun boeken en maken ze werkstukken. Anytime, anyplace, anywhere onderzoekend en ontdekkend leren. Van het organiseren van projecten, schrijven van toneelstukken, het ‘normale’ rekenen en taalonderwijs, tot het maken van video’s.

Uiteraard beschikken de docenten én de ondersteunende collega’s ook over een tablet. Gevaar voor overmatig Facebook gebruik tijdens de les is er niet, de leerlingen van de iPad klassen zitten regelmatig met hun rug naar de docent zodat deze alle schermen goed in beeld heeft.

Een van die docenten – tevens ICT-coördinator en iPad pionier – is Femke Gerritsen. Ze geeft niet alleen les met de iPad maar helpt ook collega’s bij het maken van digitaal leermateriaal.  De meeste educatieve apps zijn immers Engelstalig en dus niet altijd even geschikt. Tijdens haar master Leren & Innoveren heeft Femke onderzoek gedaan naar het gebruik van de iPad in het huidige curriculum. Actief leren door middel van visuele kennisconstructie blijkt erg geschikt te zijn om leerlingen in de 21e eeuw te laten leren. Op deze wijze wordt er optimaal gebruik gemaakt van alle mogelijkheden van de iPad. Bijvoorbeeld door beeldbronnen te zoeken, selecteren en samenvoegen tot een digital story. Met haar onderzoek en lesvoorbeelden uit de praktijk draagt ze in grote mate bij aan de onderwijsinnovatie binnen de school. Voor wie geïnteresseerd is: Femke twittert over dit alles onder het synoniem @iPadJuf.  Een interview met Femke lees je hier.

Arianne Goris

 

 

Onderwijswijven zijn ook keukenprinsessen!

Ooit sprak ik met Pauline af, gaan we doen: een sushi workshop voor 6 mensen…het werd een iets grotere activiteit.
Vanmiddag, vanaf een uur of 3 stroomde het huis en de tafel bij Pauline vol.
Ik ben even de tel kwijt, maar volgens mij waren we met 16 onderwijswijven in een, neem maar iets te eten mee, sessie.
Wat een topmiddag en wat een netwerk hebben we met elkaar!
Uit alle hoeken van het land, sneeuw of geen sneeuw…en maar praten en eten.
Ook de voorbereiding was volledig digitaal, een google doc. om te melden dat je kwam en een veldje wat je dan dacht mee te nemen.
Gelukkig werd er de hele middag ook echte Japanse Sushi geproduceerd, door de enige man in het gezelschap.
Zoals de foto al laat zien, waren de keukenprinsessen helemaal los gegaan en was er echt van alles te eten. Een cateraar zou het echt niet beter gedaan hebben.
eten
Wat mij opviel:

  • De reis werd in gemeenschappelijkheid gepland en zo stapten er ook mensen bij elkaar in de carpool auto’s die elkaar nog nooit in levende lijven gezien hadden. De beschrijvingen, rode jas, rode auto, blauwe auto vlogen over Twitter. Uit bijna het hele land werd er gereisd, trouwens.
  • Wat zijn we mediawijs!! Echt…in een setting als deze praat je heel open over alles wat je in je dagelijkse leven bezighoudt. Die zaken zie je bij geen van ons op Twitter terug…de ups, downs, ziek, zeer…hoeveel kinderen en hoe oud

Het gemeenschappelijke van vanmiddag, Onderwijs!!
Van zelfstandig ondernemers tot loonslaven, van bestuursleden tot onderwijsassistenten. Rangen en standen, nope…lekker belangrijk,  nope.
Misschien (sorry heren) is dat wel de kracht geweest van deze middag…vrouwen onder elkaar…en maar rebbelen. Wat mij betreft nog tekort, want weer heb ik niet met alle aanwezigen eens lekker kunnen bijpraten!
Paulien, dank voor de gastvrijheid en op naar de eerste Tietmeet!!

Mediamachtig onderwijs

Een mooie titel voor een blog, onderwijswijven. Klinkt goed, tikkie agressief maar uit de eerste blogs spreekt vooral een diepe betrokkenheid bij alles wat met mooi onderwijs te maken heeft. Daar sluit ik me graag bij aan. Of ik ook in mijn bio op Twitter ga vermelden dat ik een onderwijswijf ben, daar denk ik nog even over na.

Aanstaande donderdag komen we met een groep onderwijsmensen bij elkaar om het over de voortgang van Mediamachtig te hebben. Mediamachtig is in 2010 bedacht door Margreet van den Berg (ook een geweldig onderwijswijf overigens) en reikt subsidies uit voor kleine, door basisscholen geïnitieerde, projecten rondom mediawijsheid. Mediawijsheid in de breedste zin van het woord, dus begrip, gebruik, communicatie en/of strategie. Scholen kunnen een projectplan indienen en na goedkeuring van het plan konden zij op een subsidie rekenen van een 500 tot 1000 euro. Niet veel, maar soms net wat nodig is om op een school een project van de grond te krijgen. Net genoeg voor die pocketvideocamera, die licentie, die gastles om van projectplan naar uitvoerbaar project over te gaan.

Margreet heeft enorm veel tijd en energie in Mediamachtig gestoken. Het werven van fondsen, het bijhouden van de site en communicatie met de scholen zijn nog maar een paar van de werkzaamheden die erbij komen kijken. Het zoeken naar sponsoren wordt echter steeds lastiger, de vraag is daarom of Mediamachtig nog een vierde keer van start kan gaan later dit jaar. Voor de goede orde, Margreet, het bestuur van Mediamachtig en de commissie die de projectplannen beoordeelt doen dit allen belangeloos. De sponsorgelden worden op wat onkosten na helemaal als subsidie aan de scholen gegeven. Donderdag praten we over de toekomst, lukt het nog om weer een jaar door te gaan met het uitdelen van subsidies. Hoe komen we aan fondsen, klopt het concept nog, is er voldoende draagvlak voor een stichting als Mediamachtig, wie neemt welke taak op zich?.

Persoonlijk zou ik het heel jammer wanneer er weer een subsidiepotje minder zou zijn voor het basisonderwijs. De afgelopen jaren zijn er al vele subsidiemogelijkheden gestopt. Toen ik zelf een eigen groep had heb ik vaak dankbaar gebruik gemaakt van subsidies. De Stichting TQ.nl bijvoorbeeld gaf me net het zetje dat nodig was om een site op te zetten waar leerlingen hun eigen (ict)verwerkingsvorm konden kiezen bij hun leerdoelen. Dit zorgde uiteindelijk voor een grote onderwijsinnovatie binnen de school. Ook binnen Mediamachtig heb ik prachtige voorbeelden gezien van scholen die net dat zetje kregen om zelf video’s te gaan maken, om een digitaal schoolplein te starten voor leerlingen, om educatieve apps te gaan recenseren, om een eigen persbureau 2.0 op te starten en ga zo maar door.

Ik hoop dat Mediamachtig doorgaat. Zoek je inspiratie voor een project op het gebied van mediawijsheid neem dan vooral een kijkje op de site. Heb je ideeën over de inhoud, het werven van fondsen of anders, mail het naar Margreet

Met slimme wijven onderwijs beschrijven!

onderwijsToen ik op de middelbare school zat werd ik aangesproken als meid. Toen was namelijk de campagne: “Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid” in volle gang. De campagne was bedoeld om meer meisjes te interesseren een excact vakkenpakket te kiezen.

Als 14-jarige met rekenkrater,  sloeg die campagne, naast het worstelende puberschap, voor mij als een tang op een varken.

Deze “meid” bepaalt namelijk zelf wel wat ze kiest!

Twitter-meisje

Toen ik een paar jaar terug in de wereld van onderwijs en social media dook, werd ik door mensen om mij heen vaak het “Twitter-meisje” genoemd.  En eerlijk is eerlijk: wanneer ik in gesprekken met mensen moest vertellen wat ik deed, zei ik voor het gemak ook wel  dat ik het Twitter-meisje was. Achteraf klinkt dat wat al te simpel.  Het doet zeker geen recht aan de tijd en moeite die ik investeer om kennis op te doen en weer door te geven zodat social media middelen op een goede manier in de lespraktijk ingevoerd worden.  Een “meisje” word ik toch ook liever niet genoemd.

Een dame dan?
Maar hoe wordt je dan als vrouw  graag aangesproken? Dat blijkt nog lastig.  Onlangs had ik in het ziekenhuis  een gesprek met een arts.  De zelf nog vrij jeugdige man deed zijn zegje over het wel en wee van mijn disfunctionerend gestel en sloot af met: “En als je nog vragen hebt, dan weet je me te vinden hè dame?” Dame? Hoezo dame? Dat je me geen meid of meisje noemt dat begrijp ik. Ik ben nu eenmaal niet meer op de leeftijd dat ik makkelijk verward zou kunnen worden met een 20-jarige. Laat staan 30-jarige. Maar…dame? Dan moet ik steeds denken aan de Lady uit Little Britain. Voor degenen die niet weten wat ik bedoel (of wegens geringe spanningsboog graag even een video-break hebben), klik!

Onderwijs wijf
Onlangs verscheen deze website met de titel: onderwijswijven. Ok. Misschien niet echt een lady-like term.  Maar het bekt wel lekker en blijft goed hangen. En ik voel me door het concept  aangesproken. Want ja. Ik heb iets met onderwijs. En ik ben een vrouw.  En ik vind het leuk om onderwijsverhalen te delen. Dus vooruit. Noem me wat je wilt: meisje, meid, dame of wijf. Het maakt me misschien toch niet zoveel uit.  Goed onderwijs maak je samen. Hier dus:  “Met slimme wijven onderwijs beschrijven!” 😉

De leraar? Ja, de leraar! Leven en laten leven, leren en laten leren.

Kiezen voor kwalitatief sterke leraren, die echo van @onderwijsraad hoor ik nu al jaren als moraal van lang verhaal van rapporten, adviezen, regelgeving, en talloze debatten.
En zeer terecht ook.
Kinderen hebben recht op goed onderwijs.
Goed onderwijs wordt gemaakt door goede leraren.
Goede leraren ontwikkelen zich permanent.
Er loopt geen ziel meer rond die daaraan twijfelt lijkt me zo.

Wat – en vooral wie – die goede leraar precies is en bovenal hoe je “sterkere sturing op kwaliteit” (@onderwijsraad) voor de bakker krijgt, en dat vakmanschap bewijst aan de ander en zo, is aanzienlijk minder helder. Niet enkel ‘twitterdebat’ bij een volgende publicatie getuigt daarvan….

Het immer ‘fijne wijzen naar de ander’ (je niet realiserend dat er dan drie vingers naar jezelf wijzen) krijgt om de zoveel tijd een nieuwe impuls.
Taal en rekenen toch maar als teveel voor de hand liggend voorbeeldje…Dat kinderen niet meer goed rekenen en talen ligt aan de leraar, de leraar is niet goed opgeleid, opleidingseisen worden verzwaard, referentieniveaus voor voorliggend onderwijs worden ingevoerd (oeps een stukje later dan gepland…..), selectie aan poorten gemaakt, bewijslast in de vorm van toets scores wordt intensiever in het snoetje gehouden. Rekendidactiek vet bediscussieerd. Registers, waarbinnen onderhoud van bekwaamheid wordt gelegitimeerd, maken we voor alle professionals verplicht, scholen leiden en besturen doen we opbrengstgericht etceteraetcetera

Is dat hét antwoord op het niet meer goed kunnen talen en rekenen van ‘onze’ kinderen?! Echt waar?! Kan het me niet voorstellen. Die gedachte gaat namelijk van de te smalle overtuiging uit dat onderwijs per definitie hetzelfde is als leren. En dat is niet zo!

Kijk, er is echt maar één eigenaar van leren en dat is de lerende zelf. Of het nu een kind is, een student die leraar wil worden of een geroutineerde professional. Leren doe je zelf en kan een ander niet voor je doen! En wat je echt betekenisrijk leert – dus van jou en bij je blijft – wordt voornamelijk ingegeven door wat je nodig hebt, door waar je voor wilt gaan, morgen en/of verder weg, door wat je ontdekt hebt goed te kunnen, door waar je jezelf er eens goed onderuit voelde gaan, door…
Het zou mooi zijn als het antwoord op de vraag waarom kinderen niet meer zo goed kunnen talen en rekenen ook eens vanuit dit perspectief zouden bediscussiëren en misschien zelfs beantwoorden. En dan niet enkel door de huidige beleidsmakers en de vijftigers (jaja hoor zelf ook bijna tot die club) maar door kinderen, jongeren, starters in vele beroepen….
Zou het heel, heel misschien zo kunnen zijn dat zij talen en rekenen – zoals we dat nu wensen te meten – een beetje minder gebruiken …..

De goede leraar is in staat om leren van de lerende zo goed mogelijk te bevoorwaarden! En dat is voor iedere lerende zo’n beetje anders. Daarvoor heeft de leraar een stevige opleiding nodig. En verwacht ik dat ie zichzelf goed kent. Over een reflectief vermogen en vragende grondhouding beschikt; dat alles vormt de basis van zijn professionele intuïtie. Vervolgens bied je de leraar de letterlijke en figuurlijke ruimte: professionele positie, professionele ruimte zo je wilt. En dus sterkere sturing op kwaliteit begint bij sturen op ruimt en positie; voor alle lerenden.

En weet je, een lerende getuigt graag van wat ie kan of weet, test zichzelf op velerlei manieren, en uh vindt het ook prima om grenzen voor zichzelf te verleggen en ook wat te voldoen aan die van anderen, viert graag (met anderen) de mijlpalen, de resultaten die zijn bereikt. Veel veel meer dan alleen talen en rekenen.
Doe daar een beroep op > op dat willen……

Kom maar op met dat Register voor Bestuurders!
Knal er graag wat in!
Op mijn manier, dat dan weer wel….