Over gedragsstoornissen en goede bedoelingen

Het was onlangs autismeweek en Wereld Autisme Dag en dus verschenen er artikelen in de krant zoals dit van Aleid Truijens waarin zij psychiater Allen Francis ten tonele voert die ten strijde trekt tegen de “rampzalige gevolgen van goede bedoelingen” daarmee doelend op het grote aantal kinderen dat sinds de invoering van de DSM-4 met een diagnose ADHD of Asperger de deur van een psycholoog, huisarts of zorgcoördinator uitstapte. Ook de aanstaande uitgave van de nieuwe DSM-5 leidt tot vele publicaties.

Daarnaast kreeg de PVV het in diezelfde week met succes voor elkaar het Marokkanendebat op de agenda te krijgen. Ook de PVV trekt ten strijde tegen de rampzalige gevolgen van goede bedoelingen, doelend op de “theedrinkende politici” die er voor zorgden dat onze steden nu volop overlast ervaren van de Marokkaanse “straatterroristen”.

Ogenschijnlijk hebben die zaken niets met elkaar te maken, maar het deed mij denken aan onderstaand stukje dat ik een tijd geleden schreef, maar nooit heb gepubliceerd.

Het nieuwe schooljaar is al weer 6 weken oud. Het nieuwe is er weer vanaf, de eerste toetsen zijn gegeven en de brugklassers beginnen hun weg en draai in de school te vinden. Behalve dat ene jongetje vooraan in de klas. Hij kijkt de hele dag boos, heeft nooit alle spullen bij zich, is voortdurend de weg kwijt, snapt het rooster niet en weet vaak niet wat voor huiswerk hij heeft. Met klasgenootjes praat hij weinig. Hij is al twee keer betrokken geweest bij een vechtpartijtje en heeft woedeaanvallen. Sociaal verkeer ontgaat hem, hij kijkt niemand aan. Zijn klasgenootjes hebben het opgegeven, willen hem niet meer helpen en zelfs niet meer naast hem zitten.

Als deze jongen Jasper zou heten, zou hij naar een psycholoog gestuurd worden. Er zou waarschijnlijk een stoornis in het autistisch spectrum worden vastgesteld of zo’n andere sticker waar wij in Nederland graag mee strooien. Voor Jasper wordt alles uit de kast gehaald. Er worden speciale planagenda’s aangeschaft, hij krijgt een ambulant begeleider, RT, extra aandacht van de mentor, er worden handelingsplannen opgesteld, hij krijgt een training “ik ben speciaal” of “rots en water”, hij mag met een laptop werken, mag een time-out nemen “als het even niet gaat” en ouders krijgen ondersteuning thuis om te leren met hem om te gaan. Drie keer per jaar wordt zijn voortgang uitgebreid geëvalueerd en constateren we dat er weer een doel behaald is. Ouders en Jasper zijn trots en blij als hij na 4 jaar met een diploma en een transfercoach naar het mbo gaat.

Deze jongen heet echter geen Jasper maar Salim en dus wordt er maar al te graag die andere sticker opgeplakt: kutmarokkaan. Dat hij al twee keer heeft gevochten, past natuurlijk prima in het plaatje. Dat hij je niet aankijkt ook, want dat is nou eenmaal gebruikelijk in die cultuur. Dat hij het allemaal niet goed kan volgen, is het gevolg van de opgelopen taalachterstand. Hij komt van een “zwarte” basisschool, dus dat hij geen contacten heeft met klasgenootjes komt doordat hij op zijn nieuwe “witte” school de enige allochtoon in de klas is. Als je er dan bij optelt dat hij thuis geen eigen plekje heeft om te slapen, studeren of zijn spullen op te ruimen en zijn ouders nauwelijks Nederlands spreken, is het plaatje compleet: deze jongen is niet te redden. We constateren dat hij op het verkeerde niveau zit en hij stroomt binnen twee jaar af naar een lager niveau. Of erger: hij wordt wegens wangedrag van de ene school na de andere afgestuurd.

In alle jaren dat ik in het onderwijs werk heb ik zelden een allochtoon met een dyslexieverklaring gezien. Taalproblemen bij allochtonen worden bijna altijd door taalachterstand verklaard. Een paar jaar terug stuurden we een Marokkaanse vader met zijn zoon naar de huisarts omdat we vonden dat de jongen logopedie nodig had en we het vermoeden hadden dat hij ADHD had. De huisarts gaf de jongen een hoestdrankje en stuurde vader en zoon naar huis. De jongen moest later dat jaar onze school verlaten wegens slechte resultaten en heeft inmiddels een strafblad.

Ik ben me ervan bewust dat ik dubbel tegen de tijdgeest inga. Ten eerste is het niet gebruikelijk meer voor allochtonen op te komen, dat is links pampergedrag. Ten tweede moeten we minder snel een sticker op een kind plakken. Maar hoewel het misschien waar is dat we met onze (autochtone) kinderen een beetje zijn doorgeslagen met labellen en medicatie, valt er mijns inziens bij de allochtone kinderen nog heel wat te onderzoeken. En als we eens net zo naar Salim en Zeynep gaan kijken als naar Jasper en Merel, misschien zijn er dan af en toe wat problemen te voorkomen of op te lossen. Dan zou het zo maar kunnen dat we over een paar jaar meer Nasrdin Dchar’s hebben om trots op te zijn!

Auteur: Adrienne de Kock

Ruim 22 jaar onderwijservaring en enthousiasme over onderwijs blijft groeien. Coördinator onderbouw op Effent (de mavo van Oosterhout), lerares Engels en aardrijkskunde. Speciale interesse in de mogelijkheden die nieuwe media en ICT-toepassingen bieden voor onderwijs.

6 gedachten over “Over gedragsstoornissen en goede bedoelingen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *