Delen omdat het kan en mag

In het jaar 2000 startte ik mijn basisschool carrière op een basisschool in een onderwijs voorrangsgebied. Het kwam er kort op neer dat we 200 leerlingen hadden met 40 verschillende nationaliteiten. De school stond in een wijk met veel sociale huurwoningen en veel hoogbouw. Ik kwam vers van de Pabo na een versneld traject en met veel onderwijszin op deze school terecht. In de jaren voor de Pabo had ik de eerste graads lerarenvariant tekenen en schilderen gedaan aan de academie voor beeldende vorming. Als vastgesteld creatief brein belandde ik in een geheel nieuwe omgeving. 13 kleuters had ik. Dat moest gaan lukken. Wat heb ik geploeterd. Kwam voor het eerst in aanraking met vele nationaliteiten, niveaus, talen en milieus. Stapje voor stapje leerde ik mijn leerlingen en hun ouders kennen en langzaamaan ging ik houden van deze enerverende en spannende omgeving. Geen enkele dag was hetzelfde en ik maakte kennis met de zoektocht naar de onderwijsbehoefte van mijn leerlingen. Geen idee dat deze benaming er later zou komen, maar ik was me al snel bewust van het feit dat elk kind iets anders nodig had. Dat was er ook op de kunstacademie ingeramd. Het ging om het individuele proces en leerlingen moesten leren om te leren. Al gauw kwam ik erachter dat dat niet zo simpel was. De meeste leerlingen hadden een enorme taalachterstand. Voor veel kinderen was Nederlands de tweede taal. Het was lastig om erachter te komen hoe het zat met de ontwikkeling van de leerlingen. Ik trof leerlingen aan met enkel en alleen een tweede taalverwervingsproblematiek die in het welbekende taalbad ongelooflijke sprongen maakten, maar ik trof ook leerlingen aan uit complexere andere situaties waarvoor enkel en alleen dat taalbad niet voldoende was. Ik had het er vaak over met mijn collega’s. We moesten samenwerken om in te kunnen spelen op wat deze leerlingen nodig hadden. Heel vaak tijd, maar soms ook echt iets anders. We hadden een kleuter remedial teacher én een kleuter ib-er die ook gedragsspecialist was. Er werd veel gekeken in de groep en met kinderen gespeeld in de speelhoeken van de klas. Twee keer per jaar gingen we de leerlingen toetsen. Dat was volgens mij op deze school toen al jaren lang de procedure. Ik was benieuwd naar hoe we dat gingen aanpakken. Toetsen bij kleuters? Geen idee dat het bestond. We toetsten in kleine groepen van 7 of 8 kinderen mét een onderwijsassistent erbij. De tafels zetten we samen met de leerlingen in rijtjes. Ze vonden het reuze spannend. Een heel schema was ervoor gemaakt. Andere leerlingen werden elders opvangen en met tweeën toetsten we de kinderen. Oudste kleuters én jongste kleuters. Streepjes zetten noemde we het. Elke leerling een eigen boekje met naam en sticker. Als we merkte dat een kind nog niet aan een tafel kon blijven zitten en werkelijk geen idee had waar de vragen over gingen staakten we de toets. Het gebeurde eigenlijk helemaal niet zo vaak want de kleuters vonden het prachtig. Mijn onderwijsassistent hielp de kleuters met het omslaan van de bladzijden en gaf de kinderen heel zachtjes positieve feedback. Na afloop maakte ik mijn la met stickers leeg en gingen we over tot de orde van de dag. De toetsen keken we altijd snel met veel belangstelling na en we noteerden tijdens of net na de toets ook onze observatie op het toetsboekje. We maakten daarna altijd een uitgebreide analyse. Regelmatig kwam er iets uit de toets in de lijn der verwachting. Dat vond ik altijd fijn. Het gaf ons inzicht in de individuele groei van de leerlingen. Soms was die onverwacht groot. De passieve woordenschat bleek dan groter te zijn dan verwacht. Deze informatie was heel relevant, zei iets over de mogelijkheden van mijn leerlingen en ik kon mijn té lage verwachting snel bijstellen. Soms vielen de toetsuitslagen erg tegen. Via de analyse kon ik er dan achter komen wat de reden was. De maakbaarheid van het proces daarna is discutabel, maar mijn aanbod werd wel meer passend. Mijn inzicht werd vergroot. Ons aanbod gebeurde altijd betekenisvol binnen een thema. We gingen met kleuters niet zomaar van alles inoefenen. Eerst maakten en ontwikkelden we alles zelf en later gebruikten we dankbaar de methode schatkist erbij. Het thema in het kader van Moederdag zal ik samen met de kleuters van toen niet snel vergeten. Moeders languit op de tafel met komkommers op hun gezicht.
Vele jaren later werd ik zelf moeder. Inmiddels van een kleuter. Een kleuter die niet kon wachten om te leren lezen en schrijven op school. We kozen een kleine school mét prachtig onderwijsconcept, er was veel aandacht voor creatieve en sociale ontwikkeling. Op school mocht ze als jongste kleuter elke dag kiezen wat ze wilde doen en ze koos met veel enthousiasme steeds de schrijfhoek en de creatieve hoek. Een half jaar lang hield ze dit vol. Ze hield zich onopvallend en vond het wel best. Tenminste dat leek zo. Heel langzaam veranderde onze kleuter in een ongelukkig meisje. Ze vertelde steeds vaker dat ze niets leerde op school en was vaak boos en verdrietig. De juffen deden ondertussen hun uiterste best. Lieten haar kennis maken met andere hoeken en zagen ook de verandering in haar gedrag. Van een enthousiast leergierig meisje naar een angstig kind. Samen gingen we in gesprek. We vertelden hoe onze dochter thuis was en hoe ze was als peuter. Ik liet wat foto’s van zaken zien die ze thuis maakte. Schilderijen, tekeningen en geschreven teksten. De ib-er stelde voor om een toets af te nemen om eens te kijken. De school doet dat niet in groep 1, maar maakte nu een uitzondering. Wij vonden dat een goed idee omdat ook wij nieuwsgierig waren. Mijn dochter ging aan de kleutertoets één op één met de juf. Het afnemen bleek niet zo simpel, want onze dochter vond het een vermoeiende nieuwe spannende ervaring. De juf bleef rustig, zette door. Uit de toets bleek dat ze op eind niveau groep 2 een A+ scoorde en dat er een vermoeden was van behoorlijk onderpresteren. Een raar woord bij een kleuter, maar ook ik kan niets anders bedenken. Onderduikgedrag misschien of een té groot aanpassingsvermogen zou je het ook kunnen noemen. We hebben daarna een tijd geprobeerd om haar in de kleutergroep te bedienen en haar kleuter te laten zijn. Dit omdat we dat met volle overtuiging wilden proberen. De school en wij als ouders samen. Het werkte helaas niet. Nu is onze dochter sinds twee weken versneld naar groep 3. Een hele stap waar we samen met de school én ondersteuning van buitenaf flink over gesproken en nagedacht hebben. Wat ik als afsluiter kan melden is dat het heel goed met haar gaat. Langzaamaan krijgen we onze vrolijke, ontdekkende dochter weer terug. Geen batterij van toetsen was nodig, maar wel die ene om ons allemaal net even wat meer inzicht te geven.

Deze blog heb ik niet geschreven om mensen te overtuigen. Ik wilde mijn ervaring met het afnemen van toetsen bij kleuters graag delen omdat ik het toetsen van kinderen een wezenlijk onderdeel vind van mijn onderwijs. Gelukkig ben ik in de omstandigheid om elke dag bij te mogen bijdragen aan de ontwikkeling van een mooie groep leerlingen. Wat nog fijner is dat ik het samen met een betrokken team mag doen. We gaan gesprekken over deze complexe onderwijs onderwerpen niet uit de weg en proberen ze te voeren zonder dat we het idee hebben dat we elkaar moeten overtuigen. Onze verbondenheid zit hem in het beste willen doen en gelukkig is dat geen eenduidige duidelijke weg.

2 gedachten over “Delen omdat het kan en mag”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *