Pilot tweetalig onderwijs PO, vraagtekens

pkoolesite

Staatssecretaris Sander Dekker haalde vandaag wederom het nieuws met de geplande pilot voor tweetalig onderwijs in het PO. Op zich vind ik het goed dat er ruimte komt voor scholen om delen van de les in het Engels les te geven. Maar de focus op tweetalig onderwijs in het PO slaat een gevaarlijke stap over; het reguliere basis onderwijs in Nederland! Ik noem dit een gevaar omdat de grote verschillen in Engelse taalvaardigheid tussen startende VO-leerlingen nu al groot is, maar deze verschillen door tweetalig onderwijs nog veel groter zullen worden. Dit moeten we niet willen zolang
a. niet alle basisscholen een verbeterslag maken in het programma voor Engels
b. zolang de meeste VO-scholen niet in staat zijn fatsoenlijk te differentiëren 

Zo’n tien procent van de Nederlandse basisscholen biedt een vorm van vroeg vreemde talen onderwijs, in het beste geval een doorlopende leerlijn van groep 1 t/m 8 waarbij geschoolde leerkrachten op communicatieve, natuurlijk en speelse wijze in het Engels spreken. Meestal twee keer per week een half uur, met of zonder een lesmethode. Er valt weinig te zeggen over de daadwerkelijke kwaliteit van de lessen, lesprogramma’s, didactische- en taalvaardigheid van de leerkrachten omdat dit niet gemonitord wordt en de vorderingen van de leerlingen worden eigenlijk niet structureel gevolgd. Maar zo’n 90 procent van de basisscholen ‘draait’ dus nog slechts het verplichte lesuur Engels in groep 7 en 8, een wet uit 1986!

Nu ben ik zeker geen voorstander van de ‘toets- en afrekencultuur’ maar er is wel iets heel vreemds aan de hand in onderwijsland; in de CITO in het PO wordt Engels niet verplicht getoetst, maar vanaf de eerste dag in het VO wel. Sterker nog, een leerling in het VO, MBO en HBO komt geen stap verder als hij geen voldoende haalt voor de overal verplichte vakken Nederlands, Engels en rekenen (wiskunde).  Ik vermoed dat basisscholen meer geneigd zullen zijn het vak te versterken als Engels ook verplicht in de Cito wordt opgenomen en VO-scholen krijgen dan wellicht een wat vollediger beeld van de examenkansen van een kind.

Als wij de verschillen in onderwijs met tweetalige programma’s vergroten, benadelen wij vooral taalzwakke en dyslectische kinderen in hun ontwikkeling en kansen. Zij hebben al zoveel moeite met Nederlands als (examen-) vak en maken nu vaak pas als 10-jarige kennis met een nieuwe, onbekende taal. Laten we hen alstublieft helpen met een speelse, natuurlijke en vroege start waarin communicatie en niet grammatica voorop staat!

Basisscholen denken te ‘Easy’ over Engels

Vanaf 1968 zijn scholen verplicht om tenminste een uur per week Engelse les te geven in groep 7 en 8. In de afgelopen 45 jaar is er aan die regelgeving niets veranderd maar zeker in de afgelopen tien jaar wel aan de praktische invulling door de scholen zelf. Drie jaar geleden inventariseerde ik in een VO I-klas bij de leerlingen hoe het Engels op hun basisschool ingevuld was. De antwoorden varieerden enorm; het ene kind had in het laatste jaar af en toe les gehad met een oude lesmethode, een ander kind vertelde dat hij alleen maar woordenlijstjes moest leren voor toetsen. Het volgende kind vertelde al vanaf groep 5 twee keer per week op levendige manier in het Engels lessen te hebben gehad, terwijl het meisje ernaast vertelde dat haar school er niets aan deed. Ongeacht deze verschillen startten we destijds met Stepping Stones hoofdstuk 1, My name is..

“Basisscholen denken te ‘Easy’ over Engels” verder lezen