Regen in Onderwijsland

Een blog schrijven als het buiten druilerig en koud is is misschien niet zo’n goed idee. Maar als ik naar buiten kijk en de nattigheid zo overzie dan moet ik toch denken aan wat er allemaal speelt in het onderwijs.
Als je de berichten leest dan heb je de indruk dat niets goed is, alles moet op de schop. Het onderwijs moet vernieuwen (innoveren heet dat in jargon) en de kinderen zijn allemaal zielige wezentjes die aan ons onderwijs overgeleverd zijn.

Niets is minder waar. Ons onderwijs behoort nog altijd tot het beste in de wereld en daar mogen we best trots op zijn. Onze kinderen behoren tot de gelukkigste kinderen in ieder geval in Europa en ook dat moeten we koesteren.

Natuurlijk kan het altijd beter en moeten we altijd kijken of iets anders moet. De kinderen van nu zijn niet meer de kinderen van vijftig jaar geleden terwijl het onderwijs wel nog op de leest van die tijd gestoeld is. En inderdaad de leraar die voor de klas staat die heeft twintig/dertig jaar geleden les gehad en heeft soms niet echt notie van wat er in de wereld van de huidige jongeren speelt. Dat is wel een gemis.

De huidige tijd met al zijn informatie op elk uur van de dag vraagt dus wel om een omslag in het Onderwijs en het zou mooi zijn als we die omslag vorm geven voor en zeker met de jongeren. Laat hen meedenken over hoe het anders moet, stap hun wereld binnen en laat hen vertellen wat ze graag op school willen leren. Gebruik die tools die zij zelf gebruiken ook in het onderwijs, dan is de school een verlengstuk van hun wereld en misschien gebeuren er dan niet meer zo’n extreme zaken als jihadisme en uitsluiting. Dus zaken als Ipad scholen, sociale media in het onderwijs enz. kunnen een steentje bijdragen aan het begrip voor elkaar van leerlingen onderling en leraren en leerlingen. Ook ouders moeten daarbij betrokken worden. Lessen in gebruik van sociale media, ipads, computers, internet e.d. zijn ook voor hen van belang. Zo kan afwijkend gedrag eerder gesignaleerd worden en spreekt men dezelfde taal als er gesprekken nodig zijn.

Utopia? ik hoop het niet en ik zie ook dat er al veel ingezet wordt op Onderwijs gestoeld op de vragen van deze tijd. zie bijvoorbeeld: http://www.tubantia.nl/regio/enschede/nieuw-onderwijsconcept-delta-start-volgend-schooljaar-in-enschede-1.4572884 en http://mijnplein.nl/uploads/brochure-versie-24-januari-de-schutse.pdf en http://www.agoraroermond.nl/agora-2/waarvan ik de laatste al vaker als voorbeeld genoemd heb.
Onderwijs in verandering, een goede zaak maar wel met behoud van het goede en niet het kind met het (regen)water weggooiend.

Onderwijs een prijsvraag?

Wat een rare vraag in de titel… en toch als ik de oproep van Sander Dekker bij De Wereld Draait Door hoor, waarin hij vraagt of Nederland met hem meedenkt in een nationale dialoog om zo een samenhangende visie over de inhoud van het onderwijs te vormen, bekruipt me het gevoel dat hij een prijsvraag uitschrijft over de vraag of kinderen de juiste dingen op school leren en goed worden voorbereid op hun toekomst in de maatschappij. Onderwijs maken en geven is niet zoiets als een slogan bedenken. Onderwijs is een vak en dat vak moet uitgevoerd worden door professionals en niet door Jan de slager of Piet de bakker. Beide laatsten hebben hun eigen vak en willen ook niet dat de hele wereld zich met hun vak bemoeit. De minister van Volksgezondheidszorg roept toch ook niet op om mee te denken hoe je het beste een blindedarmoperatie uitvoert. “Onderwijs een prijsvraag?” verder lezen

de autonomie van de leraar

Mijmerend over het bovenstaande vroeg ik me af waarom alle innovaties en pogingen om de leraar uit het klaslokaal te krijgen toch altijd stranden.

De leraar kan toch autonoom handelen? Als je de zelfbeschikkingstheorie of zelfdeterminatietheorie (ZDT) van Deci en Ryan (2002) over de menselijke motivatie beschouwd zou dat positief moeten zijn.

De kern van deze theorie wordt gevormd door de stelling dat er drie natuurlijke basisbehoeften zijn die, indien deze bevredigd worden, een optimale functionering en groei van een persoon toestaan. Ook de intrinsieke motivatie van een persoon om doelen te bereiken hangt mede van de bevrediging van deze behoeften af. Een belangrijke stelling van de theorie is dat vormen van controle op het gedrag van anderen zorgt voor een afname van hun intrinsieke motivatie, omdat deze controle de bevrediging van de basisbehoeften frustreert. En daar zit hem nou net de kneep.

De enige plek waar de leraar zich autonoom kan voelen is in het klaslokaal, daar heeft hij/zij invloed op zijn manier van lesgeven, van omgaan met de kinderen/studenten en kijkt hem niemand op de vingers.
Buiten het klaslokaal heeft hi/zijj nl. totaal geen invloed. Niemand vraagt hem of haar hoe het rooster er uit moet zien (dat wordt voor hem/haar geregeld), welke onderdelen waar in het curriculum zitten, hoe de school ingericht wordt, welke methode gebruikt wordt, hoe het hele onderwijs in Nederland geregeld zou moeten zijn enz. enz.

Natuurlijk is dit wat overtrokken, er zijn genoeg mogelijkheden tot inspraak maar dat is nooit op hoofdlijnen. De leraar (en ook de leerling en de student, maar dat is een ander verhaal) heeft vaak het gevoel dat er langs hem of haar heen en over hem/haar heen beslist wordt.
Men heeft niet het gevoel dat er gebruik gemaakt wordt van zijn/haar competenties en daardoor is de verbondenheid met het werk niet groot. Vaak moet uitgevoerd worden wat anderen bedenken of bedacht hebben.

Dus…. willen we de leraar uit de klas krijgen en samenwerking tussen de diverse disciplines en docenten bevorderen dan moeten we hem/hen ook de autonomie geven om zelf met innovaties te komen, zelf lessen te ontwerpen en zelfs de lead geven om onderwijs te ontwerpen en te veranderen. Laat hem zelf tonen dat hij competent is in zijn vak en zich verbonden voelt met zijn vak, de school en het onderwijs. Dan krijg je intrinsiek gemotiveerde mensen die frank en vrij om zich heen kijken en voeling hebben met alles wat er gebeurt. Zij zijn dan ook in staat om gewenste veranderingen te signaleren en door te voeren.

Hou op met die sturing van bovenaf, van directies, besturen en overheid.
Haal die leraar uit de klas en luister eens naar wat hij/zij te vertellen heeft. Dat kon nog wel eens heel verrassend zijn en leiden tot allerlei nieuwe, echt doordachte vormen van onderwijs.

Het vormen van communities kan hierbij zeer behulpzaam want samen sta je sterker dan alleen.

Passie voor het Onderwijs

Deze week heb ik weer een mooi staaltje van hoe het niet moet meegemaakt.

Twee studenten van een niet nader te noemen ROC hebben stage gelopen op hun eigen school. En horen dus vlak vóór de vakantie dat hun stage onvoldoende is en dat ze dus niet door kunnen naar het vierde jaar.
Zoals ik het kan zien (ik weet niet of ik alle gegevens heb) heeft één van de studenten in april j.l. een beoordeling gehad en daarna niets meer. Tot deze week het oordeel onvoldoende kwam. Op het beoordelingsformulier van april stond één zin, die ik, de moeder van de student en de student zelf niet konden lezen. Ik kon er absoluut geen chocolade van maken. Van leerdoelen en adviezen kon dus al helemaal geen sprake zijn.
Hoe kan het toch dat een stage op je eigen school op die manier afloopt? Je bent toch in een ultieme onderwijssituatie en je zou daar toch wat moeten leren. Je coaches en leraren zijn toch in de buurt? Dan verwacht je toch dat je begeleiding krijgt en dat men je helpt om je (leer)doel te verwezenlijken? Ik verbaas me nog elke dag over de praktijken in het onderwijs….. “Passie voor het Onderwijs” verder lezen

Einde van het (school)jaar

Zo, dat was al weer een tijd geleden. Een blog bijhouden is toch niet zo gemakkelijk als ik dacht.
Och, elke week een stukje schrijven, dat moet toch te doen zijn.
Nee dus, er zijn van die tijden dat het helemaal niet lukt. Te druk, geen inspiratie, ’s avonds te moe….. noem de redenen of zo u wilt de smoesjes maar op. “Einde van het (school)jaar” verder lezen

Innoveren een must?

Het lijkt wel een toverwoord. Innoveren je hoort het te pas en te onpas, het lijkt wel of niemand meer iets anders doet….Wat ben je aan het doen? Nou ik ben druk bezig met innoveren……
Wat is innoveren eigenlijk en waarom doen we dat met zijn allen? In de eerste plaats klinkt het waarschijnlijk beter dan vernieuwen, maar het betekent toch echt hetzelfde. En vernieuwen is vooruitgang en dus niet stilstaan. En stilstaan dat doen we niet meer in deze jachtige tijden.

Toch is er niets mis met stilstaan, genietend om je heen kijken en blij zijn met de verworvenheden die we hebben. Als je stilstaat zie je meer en kun je ook details zien die je als je voorbij rent gewoonweg mist.
Als je stilstaat kun je ook achteromkijken. Dat is niet aan te raden als je rent want dan kon je wel eens tegen een muur op lopen en dat kan hard aankomen. Echter zoals bijgaand plaatje laat zien kun je dat ook weer op een innovatieve manier doen. Al achteromkijkend zie je ook weer de goede en slechte zaken die je in je leven bent tegengekomen. Daar leer je van zodat je fouten niet vaker maakt en zodat je de goede zaken kunt herhalen. Niks mis mee zou ik zeggen.

Waarom is het vooral in het Onderwijs dan zo hot dat Innoveren? Hebben we dan niks geleerd van het verleden, maken we alle fouten weer opnieuw en laten we het goede liggen? De leraren klagen steen en been over het feit dat ze elke week, elke maand en elk jaar weer opgezadeld worden met nieuwe ideeën van weer een nieuwe lichting wetenschappers, ambtenaren en anderen die denken het beter te weten.
Terwijl de gemiddelde leraar heel goed weet “hoe het werkt” in zijn of haar klas wordt hij overspoeld met (overigens goed bedoelde) vernieuwingen en richtlijnen.
Het onderwijs volgt al enige decennia het Angelsaksische model van meten is weten, afrekenen en nadruk op cognitieve kwaliteiten. Het gevolg hiervan is duidelijk, veel schooluitval, vaak ongelukkige kinderen die hun andere kwaliteiten niet mogen laten zien, pesterijen, discriminatie enz. enz.
Zou het niet goed zijn om een pas op de plaats te maken en eens om te kijken? Was het vroeger zoveel slechter? Was er een model dat wel recht deed aan de meerdere competenties, vaardigheden, intelligenties van mensen? Doen ze het in andere landen misschien anders? beter?

In het beroepsonderwijs in Duitsland is het Rijnlands model nog steeds van kracht, hier wordt nog vanuit het Leerling-Gezel-Meester (LGM) principe gewerkt en mag de leerling gaandeweg zijn loopbaan alle kwaliteiten die hij bezit laten zien. Het LGM-principe is gebaseerd op de zeer oude vorm van ambachtsleren binnen een werkplaats. Het achterliggende idee is dat nieuwe werklieden kunnen leren van voorbeelden, toepassingen en ervaringen van meer ervaren werklieden, door samenwerking en gezamenlijke probleemoplossing. Wat is er mooier voor een kind om zo te leren. Ook in Nederland worden deze vormen van beroepsonderwijs gaandeweg meer en meer ingezet. Dat is mooi, men heeft dus achterom gekeken en gezien dat dit principe ook nu nog werkt, hoezo innoveren?
In het Rijnlands denken staat ook de mens voorop en niet zijn prestaties. Het Rijnlands model is een economisch model waarbij niet alleen winst voorop staat maar ook het werkplezier en het welbevinden van mensen. Als je dit doortrekt naar het onderwijs zijn dus niet alleen de prestaties van leerlingen van belang, of het aantal diploma’s dat de school afgeeft maar zeer zeker ook het welbevinden van de leerlingen en de docenten.

Gepersonaliseerd onderwijs komt dan al gauw om de hoek kijken. Het streven om ieder kind zoveel mogelijk zijn eigen leerproces te laten volgen met aandacht voor alle kwaliteiten die het heeft. Finland staat qua onderwijs in hoog aanzien op dit moment en hier focust men op talentontwikkeling, jonge kinderen mogen nog spelen en men is niet gericht op een zo vroeg mogelijke cognitieve ontwikkeling. Ook is er een verbod op testen!!! Leerlingen kunnen daardoor leren in een angstvrije omgeving waarin creativiteit en eigen initiatief worden aangemoedigd.
zie http://www.sbo.nl/blog/schoolsysteem-finland/

Als we in Nederland eens even stil zouden staan en om ons heen kijken of even over de schouder kijken dan zijn er genoeg mogelijkheden om te innoveren naar de “gelukkige school” en is iedere school in staat om hieraan invulling te geven in een collectief leerproces van schoolleiding, lerarencorps, leerlingen en ouders.

Dit collectieve leerproces is de mooiste innovatie die je je kunt bedenken. Laten we daar in Nederland naar streven.

Onderwijsproblemen of nieuwe kansen?

Het is alweer een tijd geleden sinds mijn laatste bericht.
Jammer eigenlijk want ik vind het zo leuk om te doen, te schrijven over onderwijs of andere zaken die me bezig houden maar soms word je zo opgeslokt door je dagelijkse beslommeringen dat je er gewoon geen tijd (of prioriteit) aan geeft.

Maar nu dus wel. Er moet me echt iets van het hart.

Deze week heb ik meegemaakt dat twee kinderen buiten de boot vallen bij ons reguliere onderwijs. De ouders zijn ten einde raad. Een van deze twee kinderen (van de lagere schoolleeftijd) zit thuis en komt nergens terecht. Alle benaderde scholen geven niet thuis. De leerplichtambtenaar is ingeschakeld en dreigt alleen maar met sancties als de ouders niet gauw voor een oplossing zorgen. Meedenken of meehelpen? Ho, maar hier past alleen een formele opstelling.
Let wel, ik weet nog niet helemaal wat er allemaal speelt of gespeeld heeft ik zie alleen de ellende en de wanhoop bij de ouders en de zielige blik in de ogen van dit kind.
Het tweede kind is al wat ouder en redzamer en gaat “gewoon” terug naar zijn school maar zit daar een beetje tussen twee vuren omdat er een conflict is tussen de ouders en de school. Ik heb de indruk dat dit “gevecht”over het hoofd van het kind wordt gevoerd. Hierdoor gaat het kind liegen en draaien om toch maar de lieve vrede te bewaren.

Wat heb ik medelijden met deze kinderen, waarom kunnen we niet eens als volwassenen gewoon kijken naar wat het kind nodig heeft en even onze principes opzij zetten en zoeken naar de beste oplossing. Met zijn allen en als volwassen mensen! Zodat het kind weer vertrouwen krijgt in de wereld en ook weer vooruit kan!

Gelukkig is het wel zo dat als deze kinderen op een nieuwe school kunnen beginnen met een schone lei dan doen zich ook weer nieuwe kansen voor en zullen ze opgroeien tot leuke volwassen mensen.

Geef ze dan ook deze kans!

de up to date leraar

Leraar zijn is tegenwoordig haast synoniem voor “manusje van alles”. Je moet in de eerste plaats les geven maar je moet ook administrateur zijn, pedagoog, ict-deskundige, psycholoog en noem nog maar wat taken en rollen er bij.
Daarbij komt ook nog dat door allerlei bezuinigingen de personen die diverse rollen binnen een school vervulden zijn wegbezuinigd waardoor die taken ook nog bovenop de al overvolle dagtaak van de leraar komen.

Wat drijft nu mensen die leraar willen worden. Wie vinden we een goede leraar, wat maakt een goede leraar? Iedereen heeft wel uit zijn eigen onderwijservaring een voorbeeld van een leraar die je is bijgebleven.
Mijns inziens typeert een goede leraar de liefde voor zijn vak (Engels, Wiskunde e.d.) maar daarnaast de liefde voor kinderen of jeugdigen. Een leraar heeft niet alleen zijn vak geleerd maar ook kennis van didactiek en pedagogiek. De goede leraar heeft passie voor onderwijs en dat is de combinatie van zijn vak met de didactiek (hoe geef je het vak door) en pedagogiek (hoe leren de kinderen, hoe zit de klas in elkaar e.d.)

Ik mocht dit jaar aanwezig zijn bij de uitverkiezing van de leraar van het jaar. Wat mij betreft is dit jaar gekozen voor de traditionele leraren, niks mis mee, zij straalden alledrie de passie en liefde voor hun vak uit. Wat ik wel een beetje miste is de aansluiting met de leefwereld van onze jongeren, vernieuwende leraren die gebruik maken van alle (ict) hulpmiddelen die er zijn stonden een beetje buitenspel. Hopelijk volgend jaar een mix hiervan. Maar inderdaad de aandacht voor het kind/de jongere is het belangrijkst!!!

In Nederland is er heel veel aandacht voor leraren maar het blijkt ook dat die aandacht versnipperd is en ook vaak verstikkend werkt naar het lerarencorps zelf. Van alle kanten voelen zij zich belaagd, elke dag is er wel ergens een onderwijscongres waar weer allerlei vernieuwende concepten worden aangeboden, het gaat over passend onderwijs, compententiegericht onderwijs, projecten, processen etc. etc. Je ziet door de bomen in onderwijsland het bos niet meer.
Begrijpelijk is dat sommige leraren dan achterover gaan leunen en denken: “het zal mijn tijd wel duren”. Dat dit niet een juiste houding is weten ze zelf ook wel maar ze weten niet hoe ze al die concepten in hun overvolle agenda moeten inplannen.

Het zou zeer mooi zijn als docenten zich zouden organiseren in communities die gegroepeerd zijn rondom een bepaald thema, school en/of vakoverstijgend zodat ze van elkaar leren en niet al die conferenties af moeten lopen, hierdoor leren zij collectief en dat komt niet alleen henzelf maar ook hun collega’s ten goede en daardoor versterken zij uiteindelijk het onderwijs. Men hoeft het wiel niet zelf uit te vinden want overal in het land is kennis te vinden die gedeeld kan worden.

Echter wat wel belangrijk is, en dat is vaak een struikelpunt, maak gebruik van de volle 40 weken onderwijstijd per jaar. Nu is het vaak zo dat als je twee weken voor de herfstvakantie, kerstvakantie of grote vakantie probeert een afspraak te plannen dat dat verschoven wordt tot na de vakantie. Hierdoor duren die afspraakvrije periodes niet maar de tijd van de vakantie maar worden ook nog eens verlengd met één week ervoor en één week erna waardoor effectief nog maar ongeveer 25 weken onderwijstijd overblijft. Dat is geen goede zaak om innovatie (oei!) in een school te krijgen.
Onderwijs is gebaat bij rust en regelmaat en dat krijg je mijns inziens door de werkzaamheden goed te spreiden over het jaar. Daarom moet er echt eens goed nagedacht worden over al die vakanties maar eigenlijk vooral over de spreiding van het werk over het jaar.

Dat doen we al…

Als je zoals ik in het onderwijs werkt, hetzij als adviseur hetzij als meewerkend voorwerp dan is een van de opmerkingen die je het meeste hoort: “dat doen we al”.
Vaak werkt dat frustrerend voor het proces want als je “het” toch al doet dan hoef je niet meer mee te doen, kun je lekker achterover leunen, is de deur dicht.

Natuurlijk is het ook begrijpelijk dat deze opmerking zo vaak gebezigd wordt, want zoals ik al vaker schreef in mijn blogs is er geen enkel systeem waar zo veel wordt veranderd, geïnnoveerd en van bovenaf opgelegd als binnen het onderwijssysteem.

Maar als je dan doorvraagt “wat doen jullie dan al?” dan blijkt dat er kleine veranderingen hebben plaatsgevonden, dat men wel eens met een leraar van een andere school spreekt of dat men op directieniveau convenanten getekend heeft. Van echte samenwerking, samen delen of zelfs collectief leren is er dan nog geen sprake.
Echte innovatie moet van binnen uit het systeem komen, er moet een noodzaak zijn, nee zelfs gevoeld worden, door de mensen die in het primaire proces bezig zijn. Zij moeten aan de bel trekken en aangeven dat er een gedeeld probleem is, dat opgelost moet worden en dat men anders niet verder kan.

Dit is ook het kenmerk van communitiies (of practice). waarin mensen samen werken en leren.

Een Communtie of Practice (CoP) is een groep mensen die een intrigerende vraag, zorg, probleem of passie met betrekking tot een bepaald domein of product delen en die hun kennis en vaardigheden willen verdiepen door middel van een continue uitwisseling hierover[1].

Door dat samen werken en leren, zelfs over de eigen school of beroepsgroep heen krijgen mensen een bredere kijk op hun werk en omgeving en ontstaan er weer nieuwe samenwerkingsverbanden en ideeën. Door deze vorm van (netwerk) leren gaan leraren zien dat ze vaak wel denken dat ze iets al doen maar dat dit vaak heel fragmentarisch is en dat men het grotere geheel niet overziet of overzien heeft. Door de contacten met anderen wordt het beeld vollediger en wordt er veel meer geleerd. Men kijkt letterlijk naar buiten en is “open-minded”.

Ik pleit er dan ook voor om leraren niet alleen docentstages buiten het onderwijs te laten doen (ook dat is heel belangrijk) maar ook binnen het onderwijs, bij andere scholen, schooltypen en zelfs andere onderwijstypen. Kijk eens over die muur. Laat een leraar van het Gymnasium eens een week meelopen of liever nog les geven op een VMBO. Zo krijgt men begrip en respect voor elkaars werkzaamheden en dan is het misschien zo dat “bekend maakt ook bemind” ontstaat.

Utopia? Ik hoop het niet….

[1] (Wenger, McDermott & Snyder, 2002: Cultivating Communities of Practice. Harvard Business Press)

 

Onderwijs dat er toe doet

Als zzp’er of liever gezegd zp’er (zelfstandig professional) kom ik op veel verschillende plaatsen en ontmoet ik veel diverse mensen.
Wat de dag van morgen brengt is een onbekend terrein. Dit maakt het werken in het onderwijs interessant en heel gevarieerd.

Wat mij wel opvalt in al die settings in het onderwijs (want daar ben en blijf ik werkzaam) is de wens van iedereen om het “goed” te doen. En als ik dan doorvraag wat dat “goede” dan inhoudt dan is dat altijd gerelateerd aan de leerling of aan de student. Goed onderwijs is onderwijs dat er voor de leerling, de student, het kind toe doet!

Waarom gaat het dan toch soms zo ongelofelijk fout? Waar ligt dat aan? Aan het onderwijs, de leraar, het kind, de ouders? Zomaar wat vragen die bij me opkomen.

Mijns inziens is er geen enkel maatschappelijk gebied als het onderwijs waarin zoveel innovaties worden uitgedacht. Ik schrijf met name uitgedacht omdat het met het uitvoeren meestal niet zo’n vaart loopt.
Loop nog maar eens door je eigen school en kijk eens of er veel veranderd is. Ja, de muren hebben vaak een kekker kleurtje en de juf heeft misschien een nieuwe jurk. Maar de setting: kinderen in de klas en juf of meester er voor is in al die jaren niet zoveel veranderd. Klassikaal onderwijs is een al eeuwenoude methode om grote groepen les te geven. Dit is natuurlijk goedkoop maar of het goed is voor de leerlingen?

Allerlei vormen van vernieuwingen zijn uitgedacht en uitgeprobeerd, maar ook even hard weer losgelaten. Wat is dat toch dat in het onderwijs weinig beklijfd en alles om de zoveel tijd weer opnieuw wordt uitgevonden? Waarom leert men zo weinig van elkaar. Wat op één school goed gaat vindt de andere school weer opnieuw uit. En toch is er iedere dag wel ergens een onderwijscongres of conferentie waar hordes leraren en onderwijsmanagers naar toe gaan. Wordt hetgeen men daar opsteekt niet gedeeld? Uit onderzoek blijkt dat de opbrengsten van het bezoek aan deze conferenties groot zijn voor de bezoeker maar vaak weinig gedeeld worden met collega’s of de rest van de school. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat de hoogste opbrengsten voor een team of voor een school gehaald worden uit training on the job en dan ook nog samen het het team. Dit pleit dus voor een teamgerichte aanpak van een verandering of vernieuwing. Samen of collectief leren dus (mijn stokpaardje!!)

Onderwijs dat er toe doet is niet zozeer gericht op innoveren maar meer op de inhoud, sluit deze inhoud nog aan op de leefwereld van het kind, de leerling, de student. Want dat is toch waar we het allemaal voor doen (zoals ik hierboven al constateerde). Het kan dan wel zo zijn dat het ene kind een andere inhoud of aanpak nodig heeft dan het andere en dat we daarom moeten overgaan tot flexibelere vormen van onderwijs, op maatwerk. Dat is ook verandering en vernieuwing maar dan wel gericht op de doelgroep.

Wat dat betreft zijn er vlammetjes van voorbeelden en daar kunnen andere scholen zich zeker aan warmen. Zoek deze voorbeelden op en doe er je voordeel mee. Mensen die iets moois tot stand hebben gebracht willen dit graag met andere delen.

Want zoals het motto van lijnspel (het samenwerkingsverband van zp’ers waar ik bij aangesloten ben) luidt:
DELEN IS HET NIEUWE HEBBEN