AMK-melding doen? No way!!

Marloes verhuist… Ze wordt aangemeld op een basisschool. De school neemt contact op met de school van herkomst, ook een reguliere basisschool en krijgt te horen dat Marloes extra ondersteuning nodig heeft en een arrangement heeft vanuit het SWV. De nieuwe school besluit Marloes niet direct in te schrijven maar een proefperiode te hanteren. (?) De proefperiode duurt twee dagen en daarna wordt besloten Marloes nog niet in te schrijven maar ook niet op school toe te laten en ze wordt een thuiszitter… Uiteraard is leerplicht van beide gemeentes op de hoogte gesteld. Marloes is ineens een casus geworden en wordt besproken in de CTO (Commissie Toelaatbaarheid Onderwijsvoorzieningen). “AMK-melding doen? No way!!” verder lezen

VO-scholen, zullen we samenwerken?

Een kind krijgt na acht jaar basisonderwijs een havo-advies van de school. De ouders zijn niet tevreden en begrijpen niet waarom het advies niet hoger is. Kijkend naar alleen het LVS zou je inderdaad een hoger advies verwachten. Kijkend naar het kind en zijn situatie is het een reëel advies. Helaas lukt het niet de ouders hier ook van te overtuigen maar de leerkracht houdt vast aan het advies. Zij kan simpelweg niet aan zichzelf en aan het kind verantwoorden een advies te geven dat niet bij het kind past en waarvan zij zeker weet dat het kind dat niet waar zal kunnen maken.

En dan komt het…. Ouders melden het kind aan bij een gymnasium en deze school plaatst het kind tegen het advies van de basisschool in.
Na 3 maanden neemt de betreffende school contact op met de basisschool om te vragen of er bepaalde dingen herkend worden, want het gaat zowel met leren als met de sociale ontwikkeling helemaal niet goed. Ze zien een heel ongelukkig kind. En dat was precies waar de leerkracht al bang voor was.
Een kind is nu eenmaal meer dan een LVS of een eindtoets. Het draagt een koffertje met zich mee (géén rugzak) en in dat koffertje zit een karakter, een thuissituatie en soms zelfs een medisch dossier. Al deze zaken spelen mee bij het opstellen van een advies.

Beste VO-scholen, wat zou het fijn zijn als de adviezen van de basisscholen echt serieus genomen worden, ook als de eindtoets straks hoger uitvalt dan het gegeven advies. Waak er alsjeblieft voor de vaardigheidsscores uit het LVS bepalend te laten zijn voor de toelating. Met andere woorden: ga het LVS niet gebruiken zoals de CITO-toets door veel scholen gebruikt werd. Kijk nog eens goed naar de plaatsingswijzers die her en der in het land opgesteld worden. Of beter nog: stop de plaatsingswijzer in de shredder! En in plaats daarvan:

Vertrouw op de expertise van de groep 8 leerkrachten en luister naar de onderbouwing van het gegeven advies. Bespreek wanneer nodig maar op zijn minst een jaar later samen hoe de kinderen zich ontwikkeld hebben en betrek daarbij uiteraard het advies. Blijkt het anders geworden dan voorspeld? Analyseer met elkaar wat de oorzaak hiervan is, leer met en van elkaar zodat het in de toekomst steeds beter gaat. Dit alles met als doel zo goed mogelijk presterende én gelukkige kinderen!

Dus VO-scholen. Zullen we samenwerken? Voor de kinderen.

Vroeger had Stef wel eens een driftbui

Stef (12) zag me zitten in onze binnentuin, kwam naar me toe en gaf me een knuffel.

“Zo, waar heb ik dit aan te danken?”, vroeg ik.
“Gewoon, zo maar.”
“Wij zien elkaar niet veel de laatste tijd, hè.”
“Nee, maar jij bent ook gewoon aan het werk.”

Stef en ik hebben een lange geschiedenis samen. Een aantal jaar geleden had hij nogal eens driftbuien. Zo heftig dat hij fysiek in bedwang gehouden moest worden om te voorkomen dat hij een ander kind iets zou aandoen. De eerste keren als zoiets gebeurt, moet je op zoek naar een manier die werkt om hem weer rustig te krijgen. Tijdens een van die keren was Stef in het kantoortje terecht gekomen dankzij een mannelijke collega. Hij ging zo tekeer dat deze collega de deur op slot had gedaan en maar achter zijn laptop was gaan zitten omdat hij het ook even niet meer wist. Als een gekooid dier beukte Stef tegen de deur, de tranen en het snot vlogen letterlijk om hem heen. Dat was het moment dat bij mij de adrenaline begon te stromen, zonder adrenaline kon ik hem gewoon niet houden, zo sterk was hij. Ik greep hem vast, trok hem mee, zette me schrap tegen een tafel, drukte hem met zijn rug tegen mij aan en sloeg mijn armen om hem heen. Hij worstelde om los te komen en riep: “Laat me los!” Zo rustig mogelijk, want buiten adem en het hart in mijn keel, herhaalde ik steeds: “Als je rustig bent, laat ik je los en kunnen we praten.” “Ik word niet rustig, laat me los!”
Uiteindelijk werd Stef rustig en zat hij helemaal bezweet met zijn pakje drinken ineengedoken op een stoel. In het gesprek probeerde ik te ontdekken wat er nu precies gebeurd was en afspraken te maken hoe hij met zo’n driftbui om kon gaan of zelfs voorkomen. Uiteraard volgden nog tientallen driftbuien waarin Stef en ik samen een routine ontwikkelden om hem weer rustig te krijgen. Elke keer trok ik hem met zijn rug tegen me aan en bleef tegen hem praten, elke keer ging dit een beetje makkelijker (minder spierpijn!). En we bleven afspraken maken voor een volgende keer. Op den duur gebeurde het zelfs dat hij met zijn rug tegen me aan kwam staan en hij zelf mijn armen om hem heen sloeg en dan stonden we te wiegen. Hiermee voorkwam hij de opkomende driftbui en kon van binnen rustig worden terwijl hij dat van buiten nog leek te zijn. Tussendoor kreeg ik briefjes van hem waarin hij zijn dankbaarheid toonde: “Lieve juf Karin, u helpt mij altijd rustig te worden.” En deze:

foto

Deze briefjes vertelden mij dat ik een passende aanpak had gevonden voor hem. Want jeetje, daar kun je wel aan twijfelen! Het is ook nogal wat om op die manier een kind in bedwang te houden en gelukkig komt het niet vaak voor.
De juffen waar Stef bij in de klas zat, en de collega’s erom heen, hebben hem met veel geduld en aandacht geholpen om te leren omgaan met zijn problemen. Alleen al door hem te laten merken dat ze hem zagen: ook en juist als het goed met hem ging en hij heel gezellig en lief was. Wanhoop en angst waren er ook: “Kunnen wij hem wel helpen en hoe dan?”
En tijdens de heftige driftbuien kon en mocht ik er voor hem zijn. Dat staat niet in de functieomschrijving van een directeur, dat weet Stef ook: “Nee, maar jij bent ook gewoon aan het werk.” So what! Je doet wat je doen moet en minder belangrijke dingen komen dan wel een andere keer. Ik ben trots op wat het team heeft weten te bereiken met hem en ik ben vooral trots op Stef! Hij heeft ons geholpen hem te helpen.

Stef gaat straks naar het voortgezet onderwijs, het gaat heel goed met hem. Hij zegt zelf: “Vroeger had ik wel eens een driftbui.”

Lieve toekomstige juffen en meesters van Nederland

Lieve toekomstige juffen en meesters van Nederland,

Via deze weg wil ik jullie voorbereiden op wat komen gaat en misschien doe je er goed aan om dit ook aan je ouders te laten lezen.

Zolang je nog geen vier jaar oud bent, mag je je nog ontwikkelen zoals bij je past. Je mag lekker zijn wie je bent! Het is niet zo’n probleem als je wat later gaat lopen of praten dan andere kinderen, misschien wel omdat je het pas gaat doen als je zeker weet dat je het kan. Het zou trouwens zomaar kunnen dat dit straks bijgesteld wordt naar 2,5 jaar. Geniet van deze tijd met volle teugen, want daarna moet je gewoon aan de bak! Dan is het wel te hopen dat er geen vervelende dingen gebeuren in je omgeving: dat je opa of oma overlijdt, dat je broer ernstig ziek wordt, dat je ouders gaan scheiden en steeds ruzie hebben of dat je kat wordt aangereden. Dat zijn namelijk periodes waarin je niet zo lekker in je vel zit en je je niet goed kunt concentreren. Dat wat er op school verteld of gedaan wordt, kun je niet zo goed onthouden of in de praktijk uitvoeren. Dit zal funest zijn voor de rest van je leven. Sorry, ik zeg het maar zoals het is.

Je zult continu op de toppen van je kunnen moeten presteren, van laatbloeien kan geen sprake meer zijn. Als je elf jaar oud bent, krijg je je advies voor het voortgezet onderwijs. Als hier blijkt dat je naar het vmbo gaat, is nog niet alles verloren. Denk daaraan! Er is een mogelijkheid om vanaf het vmbo nog door te stromen naar de havo. Dan moet je natuurlijk niet al teveel last krijgen van je hormonen in de pubertijd, want dat maakt het lastiger om te laten zien wat je kunt. Bovendien is het ook zaak om op dat moment de juiste vrienden om je heen te hebben. Heb je vrienden die goed presteren ‘not-done’ vinden dan krijg je het extra moeilijk en moet je sterk in je schoenen staan om toch voor je eigen toekomst te kiezen. En ook nu is het te hopen dat er geen vervelende dingen in je omgeving gebeuren. Je ziet dat je zelf invloed hebt op hoe het kan gaan lopen maar er zijn ook een heleboel dingen waar je geen invloed op zult hebben. Een beetje geluk heb je wel nodig!

Ga je vanaf het vmbo naar het mbo dan is je kans om juf of meester te worden verkeken. Je wordt dan simpelweg niet meer toegelaten op de pabo. Heel misschien kun je nog worden toegelaten als je een toelatingsexamen doorstaat. Het zit namelijk zo: op de pabo zijn ze niet van plan om jou nog extra rekenen en taal te leren, je moet het al goed genoeg kunnen. Lekker makkelijk! Dat jij, als het je toch lukt om toegelaten te worden, in je toekomstige groep te maken zult krijgen met misschien wel 6 verschillende niveaus in je groep, is iets wat je zelf maar moet leren, op de pabo zul je het in de praktijk niet meemaken, je stage wordt dus extra belangrijk. Het is dan ook al negen jaar geleden, als je geen vertraging oploopt, dat je in de praktijk gezien hebt dat er gedifferentieerd werd in een groep. Althans, ik ga ervan uit dat dat op je basisschool wel gebeurde. Extra belangrijk dus om op de basisschool goed op te (kunnen) letten! Kijk en leer daar maar vast hoe de juf of meester dat organiseert, dat differentiëren.

Ik hoop dat je na het lezen van dit verhaal toch nog juf of meester wil worden. Het is namelijk een fantastisch beroep. Door de politiek wordt het beroep niet erg gewaardeerd hoor, wees daar ook op voorbereid. Die mensen in die blauwe stoelen, misschien zie je ze wel eens op tv, vinden dat je steeds meer moet kunnen en eigenlijk is het dus nooit goed genoeg, daar moet je wel tegen kunnen. Je plezier en waardering in je beroep als juf of meester haal je uit het werken met de kinderen in de groep. Als een kind ineens iets snapt en daar blij om is, of steeds een beetje meer zelfvertrouwen krijgt, een ouder die daar ook blij van wordt, dat is je waardering en dat moet je dus leren herkennen.

En bedenk, ook bij jou in de groep zullen toekomstige meesters en juffen zitten, leef ze dus voor hoe ze moeten differentiëren,  van jou moeten ze het leren!

Wie is de schuldige?

Wie is de schuldige?

Wat er op dit moment gebeurt in de politiek en niet te vergeten de media omtrent cito, adviezen, PO en VO houdt me erg bezig. Het gaat niet meer over en om de kinderen en dat is funest! In de eerste plaats voor de kinderen zelf, maar ook voor ouders, leerkrachten en scholen.

Zoals ik in mijn eerste blog beschreef, geven de openbare basisscholen van stichting 3primair in Ridderkerk al jarenlang adviezen zonder de eindcito te doen. Ik beschreef een verhaal over een meisje waarbij alles eigenlijk prima verlopen was. Is dat altijd zo? Uiteraard niet!

Het verhaal van nu gaat ook over een meisje, ik noem haar even Karin. Ik heb nooit een kind in de klas gehad met dezelfde naam als ik dus dat is veilig. Karin gaf ik voornamelijk op basis van wat ik gezien heb van haar in de groep en vanwege haar zeer problematische thuissituatie een vmbo basis/kader advies. Naar het LeerlingVolgSysteem heb ik wel gekeken uiteraard maar in het geval van Karin klopte het niet met de werkelijkheid van alledag. De VO-school waar ze naartoe zou gaan, nam telefonisch contact op over het advies: ‘Kan zij niet vmbo theoretische leerweg gaan doen? Als we kijken naar het LeerlingVolgSysteem dan……’ Ja, klopt! Maar het antwoord op de vraag of ze vmbo-t zou kunnen gaan doen, was simpelweg nee. Aan de school heb ik uitgelegd waarom ik er zo over dacht: ‘Ik zie dat ze heel vaak moe is, van goede wil maar het lukt haar 9 van de 10 keer gewoon niet om te laten zien wat ze eigenlijk allemaal kan. Ik ken haar problematische thuissituatie en ik weet dat het haar niet gaat lukken om thuis ook maar iets aan huiswerk te doen.’ De school heeft het advies ter harte genomen en haar op vmbo basis/kader geplaatst.

Binnen een jaar zat Karin op een time-out school. Ze is wel weer teruggeplaatst naar de VO-school, maar heeft daar geen diploma kunnen halen en is ruim voor het eindexamen op een ander school terecht gekomen. Het precieze vervolg ken ik niet.

In deze tijd lijkt het erom te gaan dat er een schuldige voor dit ‘falen’ gevonden dient te worden.

  1. Heeft de basisschool gefaald in het geven van een passend advies?
  2. Heeft het voortgezet onderwijs gefaald met de plaatsing van Karin op een plek waar zij is afgestroomd of in ieder geval geen diploma heeft kunnen halen.

Zo zijn er nog wel meer vragen die gesteld zouden kunnen worden om een ‘schuldige’ te vinden. Ik had haar het liefst een LWOO advies gegeven omdat ik wist dat ze extra ondersteuning en vooral persoonlijke aandacht heel erg nodig had. Op basis van de cijfertjes was ze hier nooit voor in aanmerking genomen. Ik ben ervan overtuigd dat de VO-school echt haar best heeft gedaan voor Karin. Het systeem heeft mij, in het geven van een passend advies, én de VO-school in de weg gestaan om haar passend onderwijs te kunnen bieden.

Ik kan geen ‘schuldige’ vinden en zie ook niet in waarom dit zou moeten. Sommigen zouden misschien nog naar de ouders willen wijzen, maar deze mensen deden op hun manier echt hun best!

Wie is de schuldige? Als de tijd en energie die besteed wordt aan het beantwoorden van deze vraag nou eens ging zitten in het zoeken naar een oplossing om Karin een zo passend mogelijke opleiding te geven.

Een advies kan een bijzondere wending krijgen

De uitspraak over Cito, van staatssecretaris Sander Dekker doet een hoop stof opwaaien, althans in mijn tijdlijn op Twitter komt een hoop verontwaardiging, onbegrip en strijdvaardigheid voorbij. Die strijdvaardigheid vind ik fantastisch, geeft energie en werkt aanstekelijk maar dat terzijde.
Sander Dekker geeft aan dat hij af wil van de kritiek op de Citotoets. Het verbaast me enorm dat hij niet inziet, dat de kritiek die er is, niet gaat over de Citotoets an sich maar over de wijze waarop ermee omgegaan wordt. Het onderwijsbeleid van OCW dus. Het onderwijsbeleid van Sander Dekker zelf dus. Een typisch geval van struisvogelpolitiek! En ook van ‘de aanval is de beste verdediging’.

Al een jaar of tien geven de openbare basisscholen van 3primair in Ridderkerk de adviezen voor het voortgezet onderwijs zonder een eind Cito te doen. Het overleg hierover met het voortgezet onderwijs verloopt constructief en het kind, niet alleen de leerling, staat hierbij centraal.

Een heel bijzonder voorbeeld hiervan is het advies dat ik jaren geleden gaf aan een meisje in mijn klas. Op basis van wat we al die jaren van haar hadden gezien op school en het LeerlingVolgSysteem als tweede gegeven werd het een HAVO-advies. Fijn! Overigens heb ik het meisje ook in groep 3 in de groep gehad en wist ik dat toen al.
Het gesprek met haar moeder, zeer betrokken bij haar dochter en bij de school, verliep prima. Moeder en leerkracht tevreden en blij….

Een paar dagen later bleek dit voor het meisje zelf anders uit te pakken. Moeder wilde graag een gesprek met mij en haar dochter erbij, prima! Wat bleek? Sinds dit meisje het ‘definitieve’ advies had gekregen, voelde ze zich doodongelukkig! Ze kon niet meer slapen, ze huilde heel veel en werd er ziek van. Ze moest er niet aan denken naar de HAVO te gaan, ze ging veel liever naar het VMBO! Ze vond 4 jaar op het voortgezet onderwijs genoeg en daarna zou ze MBO gaan doen. Het ging haar er niet om dat ze dacht de HAVO niet aan te kunnen of te moeilijk te vinden, ze dacht dat ze het wel zou kunnen, maar ze wilde het pertinent niet!
OK, hoe ga je hiermee om als leerkracht? Je wil toch uit de leerling halen wat er in zit? Maar als leerkracht kijk je niet alleen naar de leerling, maar vooral ook naar het kind, het kleine mensje met haar eigen kijk op het leven en haar toekomst.
Het gesprek werd een gek soort onderhandelingsgesprek, koehandel bijna, waar ik nog steeds met plezier op terugkijk. In die tijd gaven we nog geen eenduidige adviezen en had het voortgezet onderwijs nog een zogenaamde ‘dakpanklas’. Het uiteindelijke (dus nu pas echt definitieve) advies werd VMBO/HAVO met de, een beetje lacherige, mededeling van mij erbij: ‘Maar lager ga ik niet!’

Met het voortgezet onderwijs is besproken hoe dit advies tot stand is gekomen, want ‘met deze resultaten moet zij toch de HAVO kunnen doen?’ Ja, dat klopt! Maar…
Eind goed, al goed? Zeker!
Het meisje heeft het VMBO gedaan, vervolgens het MBO, precies zoals ze zelf voor ogen had. Ze reist nu het hele land door als fotografe.

De moraal van dit verhaal? Vrij simpel hoor: de Citotoets of eindtoets is niet heilig, nooit!
Dat vindt Cito zelf ook.

Sander Dekker, kun je echt jezelf in de spiegel aan blijven kijken en volhouden dat je er meer verstand van hebt dan leerkrachten en Cito?

Karin van der Hoek (dir.)
obs de Bosweide