Onderwijswijven wat zijn dat dan? Gewoon spelende en lerende dames.

strip

Op zaterdag 20 februari rij ik in mijn bolide naar de Meern. Een tocht van zo’n uur en dus voldoende tijd om na te denken. Ik ben op weg naar een bijeenkomst van de Onderwijswijven. Wie en wat zijn dat eigenlijk, die Onderwijswijven.
Een raar, wat ordinair klinkend woord maar eigenlijk vind ik het wel een geuzennaam.
Het eerste kenmerk is dat het natuurlijk allemaal vrouwen zijn die iets met onderwijs te maken hebben. Dit is echt heel breed en varieert van leraar tot bestuurder en van ICT-coördinator tot schoolleider tot ……….?! Het zijn in ieder geval allemaal vrouwen die een hart voor en een duidelijke mening hebben over onderwijs.
Een ander kenmerk is dat al deze vrouwen ook bloggen en veelal zijn begonnen met bloggen op www.onderwijswijven.nl. Ze zijn zichtbaar op de sociale media, met name op Twitter en posten daar vaak persoonlijke ervaringen en meningen, die overigens zeker niet altijd overheen komen met elkaar.

Maar wat onderscheidt deze vrouwen van andere vrouwen? Eigenlijk helemaal niets. Het zijn net als andere vrouwen, vrouwen met en zonder echtgenoot, met jonge kinderen of met volwassen kinderen. Soms gelukkig, maar soms ook ongelukkig. Ze ervaren net zo veel of zo weinig hobbels als andere vrouwen. Ze hebben elkaar via Twitter of elders ontmoet, maar kennen elkaar soms helemaal niet zo goed. Ze vinden het in ieder geval waardevol om af en toe samen te komen, te praten, te lachen en te zeuren over onderwijs. Er ontstaan samenwerkingen, er worden ideeën, ervaringen en ‘good practice’ gedeeld.
En dat allemaal onder het genot van een hapje en een drankje op de zaterdagmiddag in Huize Winters in de Meern. Het huis van Karin Winters (@karinwinters) de initiatiefnemer van dit onderwijsclubje dat elk jaar groter wordt.
Als ik aankom en mijn auto heb geparkeerd, loop ik met een boodschappenkrat richting voordeur. Een krat met een wat merkwaardige inhoud; een leeg blikje, een doos met frutsels (kralen, knopen, lijntjes en stokjes), een schaal met home made kipsalade, 6 pack Radler met en zonder alcohol en 12 kleine prikkerige roosjes met een onderwijswijfje. Een klein symbool en alternatief voor de Edubloggerspin die veel Onderwijswijven ook al eens mochten ontvangen op het jaarlijkse Edubloggersdiner. De Edubloggers, een groep bloggers waar een flink aantal Onderwijswijven ook bij hoort.

IMG_7842

Er wacht meteen een hartelijk ontvangst en de uitstalling van hapjes op tafel groeit snel. Hoewel we elkaar vaak niet meer dan één of twee keer per jaar zien en verder alleen op sociale media ‘spreken’, pakken we de draad heel snel op.
Het wordt een echte doe-middag. Het lijkt de Makermovement wel, om er maar eens een onderwijsterm doorheen te gooien. Gewoon lekker knutselen.
De lege blikjes komen te voorscozobothijn samen met de lijmpistolen, de Ipad, een Touch screen,het Osmo ‘spel’ en de Ozobot. Een VR bril laat me, na een app te hebben gedownload te hebben op mijn IPhone, een rit in een achtbaan beleven.

Mijn Iphone, samen met wat stukjes hard plastic, verandert in een instrument om ware hologrammen te kunnen zien. Een ervaring die voor mij als volwassene al ghologrameweldig is, dus wat moet dit niet voor kinderen betekenen. Zo simpel maar wat een leuke manier om uit te leggen en te ervaren hoe ‘dingen’ werken. Gebruik maken van de technologie die er is en inzetten om onderwijs te verrijken.

De lege blikjes worden gebruikt om Scribblings van te maken en het duurt niet lang of er vindt een ware plundering plaats in de sorteerbak van Pauline Maas (@4pip). Als gretige kinderen worden de lampjes, batterijen, en de IKEA melkopschuimers toegeëigend. Kralen, lintjes, knopen, ijsstokjes en gekleurde pijpenragers vinden hun weg naar de conservenblikjes en de plastic afhaalchinees bakjes. Het lijkt wel ‘Carnaval of cans and plastic containers’.

ScribblingWe proberen uit, we spelen, we maken en experimenteren. We voeren korte, te korte gesprekken en proeven de vele zelfgemaakte hapjes. We drinken wat en likken aan een ijsje. We beleven een geweldige middag want we komen thuis met ideeën, nieuwe contacten en ervaringen. We hebben niet eens in de gaten dat we aan het leren zijn geweest. Informeel leren weliswaar maar hoe waardevol is dat. Leren door te doen en allemaal ontstaan door de het sociale netwerk Twitter. Een krachtig instrument om mensen te ontmoeten, te verbinden en de opgedane ervaringen te delen middels tweets en blogs. Dank allemaal, ik heb genoten en ben weer opnieuw overtuigd dat deze ontmoetingen heel waardevol zijn. Dus mensen uit het onderwijs, zoek elkaar op en ga van en met elkaar leren. Leren kan, mag en moet leuk zijn. Deze informele manier levert veel op. Tot snel, waar dan ook!

onderwijswijvenSamenvatting ‘Wijven aan het werk’

Karin Donkers (@kardonsch)
Onderwijswijven/Edublogger/Bloggerscollectief HetKind
www.kardonsch.nl

Woorden schieten te kort. Verantwoordelijkheid en autonomie in het kleinste kamertje

20140309-184622.jpg

Vervuilers
Het is maandagmorgen en ik stap een van onze negen groepen binnen. “Jenny, zou ik heel even wat met deze leerlingen mogen bespreken?”
Even kijkt ze me verbaasd aan, maar dan valt het balletje. Ze herinnert zich onze afspraak zoals we gemaakt hadden tijdens onze teamvergadering.
Het ging om een steeds terugkerend probleem, het toiletbezoek en de ‘vervuiling’ die dat met zich meebracht. We hadden al van alles geprobeerd, maar heel regelmatig gebeurde het dat de ontlasting op de muren terecht kwam, urine op de grond en closetrollen in de toiletpot. Werken met wc-beurten, aftekenlijsten en het meenemen van een closetrol vanuit de klas had niet geholpen.
Het gesprek, de preek, de boze meester of juf had geen indruk gemaakt. Het dreigen van camera’s plaatsen in de toiletten had terecht niet geloofwaardig gebleken en dus moesten we met ‘ander geschut’ komen.
De eerste stap was de bespreking en de brainstorm met de kinderen om te zoeken naar oplossingen. En natuurlijk werd meteen duidelijk dat het in hun eigen groep niet gebeurde maar dat het probleem bij de andere groepen lag. Dit was meteen een mooi uitgangspunt voor een mogelijkheid tot een oplossing.

Klaar mee
“We hebben een groot probleem.”
“Afgelopen donderdag is de schoonmaakster naar me toegekomen en ik zag het meteen, het was weer zover.”
“Ik stop ermee, ik doe het echt niet meer.”
“Ik heb op heel wat scholen gewerkt maar dit spant echt de kroon.”
“Er zit nu zelfs poep op de muren en ik ga het niet meer schoonmaken.”
“De rest van de school en de klassen wel, maar voor de toiletten zoeken jullie maar iemand anders.”
Er klonk verontwaardiging in de klas. Een paar meisjes schoven wat heen en weer op hun stoel.
“Moeten we het nu zelf gaan doen?”
“Ik denk dat we met zijn tweeën altijd naar het toilet toe moeten en dan elkaar controleren.”
“Dan toch maar toestemming vragen aan ouders en camera’s ophangen.”
“Ik denk dat de jongere kinderen het nog niet zo goed kunnen en alles vies maken.”
De een na de ander kwam met een verklaring of zogenaamde oplossing.

Heel wat gewend
“Ja, weet je?” Zei ik op een rustige toon. “Dat zeggen de onderbouwleerlingen ook, dat doen die oudere leerlingen.”
“Het is toch wel heel raar dat we het allemaal niet doen, maar dat het toch elke keer gebeurt.”
“Vorig jaar is een van onze leerlingen al eens een posteractie begonnen, met een een oproep voor het schoonhouden van de toiletten.”
“Het heeft allemaal niet mogen helpen.”
De gezichten van de leerlingen betrokken, er werd rond gekeken. Ze waren duidelijk onder de indruk.
“En nu dit.”, ging ik verder. “Nu wil mevrouw Litting ook niet meer schoonmaken en hebben we pas echt een probleem.”
Elmar stak zijn vinger op:” Richard kan het toch doen, die doet het tussen de middag ook al een keer extra.”
Ik merkte aan mezelf dat ik nu echt een beetje geïrriteerd werd. Ik besloot dit keer om die irritatie ook te laten merken.
Waar ik anders misschien even gezucht had om vervolgens weer rustig in gesprek te gaan, besloot ik nu toch ook mijn eigen emotie ruimte te geven.
“Lekker is dat, wij zijn niet in staat om dit probleem op te lossen en dan schuiven we dit smerige klusje gewoon bij Richard, onze conciërge, in de schoenen.”
“Niks ervan, we gaan dit samen oplossen en aanpakken.”
“Niemand hier op school vervuilt de toiletten, we wijzen allemaal met de vinger naar een andere klas, dan is er maar een oplossing.”

Nou echt niet
Bart stond op en stak tegelijkertijd zijn vinger op. “We moeten allemaal een eigen toilet hebben, dan gebeurt er vast niets.”
De groep leerlingen begon te lachen.
“Ja hoor, alsof dat kan.”
“Nou ik vind het helemaal nog niet zo’n gek idee.”
“Elke groep een eigen toilet en er dan zelf voor zorgen dat dit toilet wel schoon blijft.”
“Dat moet een makkie zijn, want in jullie groep zit geen ‘vervuiler’ die zit alleen in de andere groepen.”
Weer werd het wat onrustig.
“Ik ga echt niet op een toilet waar de jongens ook op gaan, no way.”
Met het bekende handgebaar, wuifde ze het idee weg.
“Dat hoeft ook niet, we zorgen dat elke groep een eigen jongens en meiden toilet krijgt.”
“Gewoon als groep verantwoordelijk voor je eigen toilet.”
“Ervoor zorgen dat jullie het schoonste toilet van de school hebben.”
“Ik weet niet of dat gaat lukken want in groep 4 zeggen ze vast ook dat zij de schoonste zijn.”
Nu had ik blijkbaar een gevoelige snaar geraakt. Er ontstond verontwaardiging en de bijna pubers stootten elkaar aan en begonnen onderling wat te smoezen.
“Nou echt niet, wij gaan dat winnen.”
“Ik ga zelf ook een paar keer week controleren hoor.”
“En weet je, als jullie een eigen toilet hebben, mogen jullie hem wat mij betreft ook gezellig maken.”
Dit was duidelijk een goede zet want meteen werden er allemaal ideeën geventileerd. Er zouden posters opgehangen worden, geen wc-rollen meer mee de klas in maar gewoon op de houder, eigen handdoekje aan een haakje, geurzakjes aan het plafond en noem maar op.
“Ik vind het allemaal goed, maar wel in overleg met elkaar en de juf.”
“Maar onthou een ding goed, het gaat om een schoon toilet en we moeten ons er allemaal prettig voelen.”
“Het wordt ‘het toilet’ van groep 7, dus maak er wat moois van.”
“We mogen niet schilderen en timmeren en we moeten het eens per maand kunnen wisselen om andere leerlingen weer een kans te geven om iets op te hangen.”

Verantwoordelijkheid daar waar…
Duidelijk werd dat alle groepen deze uitdaging aan wilden gaan, de toiletten werden verdeeld en voorzien van naambordjes aan de buitenkant. We spraken in alle groepen hetzelfde af en elke groep was er van overtuigd dat de titel van ‘het schoonste toilet’ was weggelegd voor hun eigen groep.
En ja hoor, de posters verschenen en we zijn nu drie weken verder en de toiletten blijven echt veel schoner. Leerlingen spreken elkaar aan op hun gedrag. Ik hoop zodat het voorlopig zo blijft. Blijkbaar hadden ze dit stukje autonomie en eigen verantwoordelijkheid nemen voor de eigen omgeving nodig.
Ik ben benieuwd.

Karin Donkers @kardonsch
Schoolleider op een school voor
OntwikkelingsGericht Onderwijs

20140309-184408.jpg

Karin DonkersGeplaatst op Categorieën Karin DonkersTags , , , 1 reactie op Woorden schieten te kort. Verantwoordelijkheid en autonomie in het kleinste kamertje

Een week van nieuwe ontmoetingen #Tieteat

Samen in gesprek met mensen die je niet ‘kent’.
Nou ja, wel een beetje, maar alleen van Twitter en dus niet in ‘real life’.

Ga maar proberen, ga maar doen
Het begon allemaal zo’n half jaar geleden. Ik werd op Twitter uitgedaagd door Karin Winters en Edith van Montfort, zo van “Jij daar met je mening over goed onderwijs, wordt het niet eens tijd voor een blog?” “Daar kun je meer kwijt dan in 140 tekens.”
Het overviel me volledig en ik deinsde in eerste instantie ook wel even terug. Wie zat daar nu op te wachten en dat kan ik helemaal niet, waren de eerste gedachten die er door me heen gingen. Ik kreeg een plekje aangeboden op www.onderwijswijven.nl en al enkele uren later verschenen de inloggegevens per mail.
“Natuurlijk, jij ook altijd met je grote bek, dat komt ervan.”
Maar omdat mijn motto in het onderwijs toch is: “Ga maar proberen, ga maar ervaren, ga maar doen.” en ik van deze twee dames het vertrouwen kreeg dat ik geen ‘prut of volledige onzin’ op deze blog zou zetten, voelde het als een echte uitdaging.
De eerste blog mocht ik laten nalezen door Florine Blokland, die al snel tegen me zei bij een volgende vraag: “Ga het maar zelf doen en als er echt ‘fouten’ in staan of dingen veranderd moeten, kan dat altijd nog.”

Voor ik het wist
Meerdere blogs volgden, een eigen blog werd gestart en inmiddels worden deze blogs ook gepubliceerd op www.hetkind.org, mocht ik een bijdrage leveren aan www.creatiefdenkeninonderwijs.nl, werd ik uitgenodigd door de directeur van het Schoolleidersregister om mee te praten over mij job en kon ik deelnemen aan een gesprek met de hoofdinspecteur Arnold Jonk over het inspectiekader.
Wie had dat kunnen denken, bloggen als uitlaatklep voor gebeurtenissen en ervaringen uit mijn dagelijkse praktijk als schoolleider op een school voor OntwikkelingsGericht onderwijs. En toen kwam de uitnodiging om van de partij te zijn bij de #Tieteat van de Onderwijswijven.

#Tieteat
En nu was het dus zondagmiddag en was ik op weg naar De Meern waar Karin Winters haar huis ter beschikking stelde aan de jaarlijkse #Tieteat van de vrouwen die ook op de gezamenlijke blog van Onderwijswijven publiceerden. Wat zenuwachtig en onzeker stapte ik met mijn schalen ‘Marokkaanse ballen’ in de auto. De ballen had ik de dag ervoor met mijn zoon gerold, zo’n 2 kilo. En natuurlijk werd er al wat gniffelend gereageerd in de trant “Dat is toch veel te veel”, maar ook dat is leren jezelf te accepteren.
Altijd te veel, is nooit te kort en dus altijd een volgende dag een zelfde maaltijd.
Ik realiseerde me dat ik het best spannend vond, een groep vrouwen te ontmoeten die veelal elkaar al kenden, maar tenminste elkaar al een keer hadden ontmoet.
Niet te vroeg willen zijn, maar zeker ook niet als laatste binnen willen komen.
Waar zouden de gesprekken over gaan en is dat überhaupt wel leuk zo’n kamer met vrouwen? Het voelde een beetje als de eerste dag van de opleiding voor kleuterleidsters, de KLOS. Wat had ik daar tegenop gezien, alleen maar meiden.
Best ingewikkeld voor iemand die over het algemeen gesprekken met mannen veel interessanter vindt.

There we are
Ik arriveerde binnen het uur en alles verliep volgens planning. Ik belde aan, wat onhandig met in mijn ene hand de tas met ‘ballen’ en op mijn arm een bos tulpen. Karin deed open en begroette mij enthousiast. Achter haar hoorde ik een veelvoud van stemmen, ik was duidelijk niet de eerste en dat beaamde ze ook.
De jas mocht over de tuinstoelen in de garage en meteen dacht ik:” Yes, gewoon lekker makkelijk, daar hou ik van.”
Ik stelde me voor, geen idee of mijn naam voor de aanwezigen wel bekend zou zijn,  maar ik zag de profielfoto’s van Twitter die tot leven kwamen en het voelde eigenlijk bijna meteen vertrouwd. Het ongemakkelijk voelen duurde zo’n 5 minuten, maar al snel volgden er hele leuke gesprekken over allerhande onderwerpen. En natuurlijk waren het fragmentarische gesprekken, korte indrukken, maar opvallend was wel dat ik merkte dat hier, in deze woonkeuken in De Meern, vrouwen bijeen waren, die mooi onderwijs wilden maken en daar een positieve bijdrage aan wilde leverden. Allemaal op hun eigen manier, vanuit de eigen discipline. Het gezelschap ademde beweging uit, zoekend naar oplossingen, een wil om een onderdeel te zijn van ‘de olievlek’ voor goed innovatief betekenisvol onderwijs.
Het waren vragende gesprekken, verkennende gesprekken, op zoek naar antwoorden en men schuwde niet om daar de eigen onzekerheid ook een plaats te geven.

Allemaal zoekers!

Onderwijsvrouwen 1 TieteatOnderwijswijven 2

Met een van de schalen leeg, maar de andere dus nog vol, een hoofd vol indrukken en een ervaring rijker, reed ik richting Alkmaar.
Ik besloot onderweg een hapje te eten en mijn gedachten te delen met alle anderen in het wegrestaurant. Niet thuis willen komen in een leeg huis, maar nog even de drukte van een wegrestaurant opzoeken. Geen idee waarom, maar terwijl en een bord met sla weg kauwde, dacht ik voldaan terug aan deze middag.
Veel meer leerkrachten en schoolleiders zouden hun ‘veilige zone’ moeten verlaten en zich open moeten stellen voor nieuwe ervaringen en gesprekken met mensen uit het veld.
Zoek de verbinding en ga in gesprek, het levert je zoveel op.
En of dat nou is op de Onderwijsavonden in De Balie of die van HetKind, bij de bijeenkomsten van het Schoolleidersregister, in gesprek  met de Inspectie, op congressen of bij een #Tieteat.
Ga leren van en met elkaar en bouwen aan mooi onderwijs. Het brengt je nieuwe contacten, geeft je nieuwe inzichten en ideeën.

Bedankt allemaal voor de mooie middag.

foto (1)

Recept Marokkaanse gehaktballen  

Het is zo’n dag, zo’n ‘gekke’ dag!

Samen“Zo’n gekke dag”
Ken je dat? Van die dagen dat je eigenlijk ‘niks’ hebt gedaan, maar bekaf thuis komt? Van die dagen dat je van alles had gepland en dat daar helemaal niets van terecht gekomen is. Van die dagen dat je je afvraagt wat al die voorvallen eigenlijk met onderwijs te maken hadden.
Een oud collegaatje zei aan het eind van zo’n dag steevast:” Het was zo’n gekke dag.” Eigenlijk bedoelde ze dan zo’n dag dat alles anders liep, zo’n dag waar je als leerkracht nauwelijks grip op had. Ze was kleuterleidster en had dan te maken met kleuters die plotseling weer in hun broek plasten of misschien gewoon nog niet zindelijk waren. Of dat er plotseling een buikgriepgolf door de klas ging met als symptoom misselijkheid en niet op tijd het toilet of de wasbak kunnen bereiken.
Een dag waarop ineens een aantal kleuters moeite hadden met afscheid nemen, terwijl ze al weken op school waren, maar werden aangestoken door een nieuweling die het op een brullen zette. Een dag waarop ouders kwamen melden dat hun kind wel vervroegd door kon naar groep 3 omdat ze al zo voorlijk was en alle letters al kende.

Elke huisje heeft z’n …
Of zo’n dag dat je als leerkracht van een bovenbouwgroep werd geconfronteerd met een ongeneeslijke ziekte van een ouder of een scheiding. Zo’n dag waarop je er niet aan ontkwam om in gesprek te gaan met je leerlingen. Of als aan het einde van de dag een vader in de klas stond, die je luid en duidelijk vertelde dat de manier waarop je met zijn zoon was omgegaan, zijn goedkeuring niet verdiende.
Op zo’n dag was je een troostende schouder, een bemiddelaar, de kop van jut, een luisterend oor of de ‘geslagen hond’.
Soms denk ik weleens dat de tijd van een enkele gekke dag ver achter ons ligt. Waar het in het verleden ging om enkele dagen per maand of zelfs per schooljaar, komen deze dagen naar mijn idee steeds frequenter voor. We zeggen het vaak tegen elkaar:” Wat is er veel leed onder de mensen.” of ” Elk huisje heeft zijn kruisje.” Maar ook: “Het lijkt wel of ouders erbij zijn geweest.” terwijl ze maar een kant van het verhaal hadden gehoord, maar wel meteen het gedrag van de leerkracht of klasgenootje ter discussie stelden.
Een dagplanning of lesvoorbereiding werden dan toch aan de kant geschoven. Want op zo’n dag kon het niet anders ‘storingen gaan voor’. Maar wat zijn er veel storingen en wat wordt er veel gevraagd. Dit gevoel hebben veel leerkrachten maar zeker ook veel schoolleiders of intern begeleiders. Het lijkt soms wel alsof we ‘halve’ psychologen zijn. Het gekke is dat de ene keer onze bijdrage of advies gewaardeerd of geaccepteerd wordt, terwijl een andere keer het wel lijkt alsof we continu verantwoording aan het afleggen zijn. En wat zijn we kwetsbaar. Soms realiseren we ons dat niet eens en denken we:” Dat gebeurt toch bij ons niet.”
Maar ik denk dat iedereen weleens dingen meemaakt, die men van te voren niet aan heeft zien komen. Een klacht, een agressieve ouder, een huilbui, een naar bericht op Facebook of Twitter, een roddel op het schoolplein of misschien nog erger.

Professionele houding
En dan wordt van ons, leerkrachten en schoolleiding, een professionele houding gevraagd. Niet boos worden, netjes blijven, je stem niet te veel verheffen, zorg delen en elke keer toch weer rustig in gesprek. De ouders en kinderen zijn ons klanten. Ik wil daar best een eind in mee gaan en natuurlijk heeft iedereen recht op zijn of haar emoties, maar geldt dat ook niet voor onze leerkrachten. Realiseren we ons wel genoeg wat een verantwoordelijkheid het is om zoveel verschillende leerlingen te begeleiden en daarbij natuurlijk ook de ouders met al hun vragen, opmerkingen en zorgen? Ook leerkrachten hebben net als die leerlingen thuissituaties, kinderen, ouders en relaties. Ook daar zijn weleens problemen, zorgen, ruzies, scheidingen, ziekten en sterfgevallen. Zij hebben ook onzindelijke kinderen, lastige pubers of anderszins. Ze zijn niet van steen en vinden het echt niet altijd even makkelijk om weer in gesprek te gaan met een ouder of alert te reageren op al die verschillende situaties met de leerlingen in hun klas.

Samen
Wat zou het mooi zijn als we ons allemaal en dan bedoel ik ouders, leerkrachten en schoolleiders voor ogen blijven houden dat het welbevinden en de ontwikkeling van onze kinderen/leerlingen voorop staan. Dat we allemaal hetzelfde doel hebben en dat we moeten samenwerken om het beste uit onze kinderen te halen. Ze te helpen om zich te ontwikkelen als gelukkige zelfstandige en verantwoordelijke mensen.
We hebben elkaar nodig. We moeten en willen samenwerken om dit doel, in een steeds complexere samenleving, te bereiken. Daar hebben onze ‘kinderen’ gewoon recht op.

Samen = met elkaar.

Voor onze leerlingen,

voor onze kinderen.

2013 een bewogen jaar. We vragen ons soms af: “Waar doen we het voor?”

de wereld een beetje mooierEen bewogen jaar
Het was een bewogen jaar. Grappig want terwijl ik dat zeg, realiseer ik me dat ik eigenlijk helemaal niet weet waarom ik dat zeg. Er zijn jaren geweest dat ik precies kon aangeven waarom het een bewogen jaar was.
Natuurlijk is er in ieders persoonlijk leven weer een hoop gebeurd. Dat deel is mij niet ontgaan en ‘het’ heeft zeker mij ook niet overgeslagen. Niet alleen verdrietige dingen, maar gelukkig ook blijdschap.  Het zijn allemaal dingen die bij het leven horen en dus ook bij een terugblik op het afgelopen jaar. Terugblikken gaat soms gepaard met veel emoties, gewoon omdat je weer eens goed met je neus op de feiten wordt gedrukt. Wat gebeurt er toch veel in ieders leven.
Maar ik denk dat ik het vooral heb over een bewogen jaar in onderwijsland.

“2013 een bewogen jaar. We vragen ons soms af: “Waar doen we het voor?”” verder lezen

Oud. Zijn daar afspraken over?

imageGrof vuil
Tja, wanneer ben je eigenlijk oud. Is daar een afspraak over? Wie bepaalt dat eigenlijk? Deze gedachte kwam bij me op toen ik de berichtgeving over de toename van ontslag van oudere leerkrachten las. Nooit eerder was dit zo bij me binnen gekomen. Ik vroeg me af hoe dat kwam. Waarom raakte me dit zo. Misschien kwam het omdat ik zelf ouder aan het worden ben. Ik schrijf expres ouder, want ik vind mezelf nog niet oud natuurlijk. Of kwam het omdat ik me als schoolleider aangesproken voelde. Ik denk dat het een combinatie van die twee was. Het gemak waarmee de media en de ‘deskundigen’ hun conclusies trokken, irriteerde me. Ik heb het dan nog niet eens over het al dan niet kloppen van de conclusies. Maar het meteen ‘wijzen’ naar de ander zonder echt na te denken hoe het anders kan en moet. Natuurlijk mag niemand alleen om het ‘ouder’ zijn of worden ontslag krijgen of weggepest worden. Maar dat is een open deur, want dat geldt ook voor jongeren, homo’s, getatoeëerden, allochtonen, niet gelovigen. vegetariërs, hondenbezitters enz. Ik ben overigens altijd bang om een opsomming te maken, want ik weet bijna zeker dat er iemand of een groep zich aangesproken of vergeten voelt.

“Oud. Zijn daar afspraken over?” verder lezen

En natuurlijk wil ik het beste voor mijn kind, net als elke ouder volgens mij.

Rondleidingbouwhoek
Moeder, oma en dochter komen wat aarzelend het gebouw binnen. Ik loop naar ze toe en heet de ‘dames’ welkom. Een tweetal jongens die met nummertjes in de bouwhoek aan het werk zijn, trekken meteen de aandacht. Ze zijn de etages aan het tellen en voorzien deze van cijfertjes. De peuter, die later Lizzy blijkt te heten, gaat er bij staan en kijkt naar alles wat er gebeurt. Als de jongens beland zijn bij de 6de etage, draaien ze zich om en vragen ze: “Komt dat kindje ook hier op school?”
“Dat zou mooi zijn hè mannen” zeg ik. “Ik weet het nog niet, we gaan eerst maar eens de school laten zien en met mama en oma praten.” Lizzy denkt hier duidelijk anders over, praten hoeft helemaal niet. Ze wil gewoon spelen en het liefst meteen. Na wat aarzeling en mijn uitleg dat we na mijn praatje in alle klassen gaan kijken, stapt ze samen met mama en oma mij kantoor binnen. Daar ziet ze meteen ‘mijn vriendje’, een pop, tegen de kast staan en begint ze hardop tegen de pop te vertellen wat het doel is van haar bezoek. We kijken alle drie vertederd. Een bijdehandje en qua taalgebruik doet ze niet onder voor de meeste 5-jarigen. Ik stel me voor en al snel is duidelijk waarom naast moeder ook oma mee is voor een rondleiding. Moeder is alleenstaand en oma is de oppas en steun voor zowel moeder als kleindochter.
Lizzy is net klaar met mijn ‘vriendje’ en schuift vervolgens stilletjes de gang in. Zwijgend maar met een trotse blik op het gezicht kijken mama en oma naar hun ‘kind’. “Het kan geen kwaad hoor” zeg ik. “Laat haar maar lekker gaan.” Enthousiast vertel ik vervolgens over onze school en hoe wij met ‘ons onderwijs’ omgaan. Wat OntwikkelingsGericht Onderwijs precies inhoudt en wat Basisontwikkeling betekent voor jonge kinderen. Waarom we werken met thema’s en dat spel zo belangrijk is en waarom dan wel. Dat we methoden niet gebruiken om van bladzijde 1 t/m 220 door te worstelen, maar dat wij meerdere methoden, informatieboeken en internet gebruiken als ‘bron’. Dat leerlingen in de midden- en bovenbouw een vragenwand maken en hoe belangrijk wij een goed pedagogisch klimaat vinden.

 

Zijn er nog vragen?
Als ik denk dat ik alle informatie gegeven heb en vraag of er nog dingen zijn die de beide dames willen weten alvorens we een ‘rondje’ gaan maken, is het even stil. Moeder en oma kijken elkaar aan.
Al heel snel komt de vraag: “Hoe gaan jullie om met toetsen en testen”.
Een vraag die weer ‘het ergste’ doet vermoeden. Een vraag die ik natuurlijk regelmatig krijg en meestal gaat het dan om een kritische ouder die OntwikkelingsGericht Onderwijs wel heel interessant vindt zolang er ook maar goede resultaten worden behaald.  Maar dit keer is het anders.
“Ja weet je.” “We worden een beetje moe van alle mooie verhalen op scholen waar we al eerder zijn geweest.” “Ik wil gewoon dat mijn kind lekker mag spelen en de kans krijgt om te ontdekken wat ze goed kan maar ook waar ze moeite mee heeft.” “We krijgen steeds maar te horen over ‘groene’ arrangementen, uitstroomgegevens en CITO scores.”
Ik merk dat ik het warm krijg en maar ik voel meteen ook een stuk herkenning. Ik ben zo blij dat deze ouder nog steeds gewoon zelf is blijven nadenken en weet wat er echt belangrijk is. Zich niet mee heeft laten slepen door prestatiedrang en ‘lijstjes’ in de media. Het is even stil en dan:
“Mijn dochter is vier en natuurlijk wil ik het beste voor mijn kind, net als elke ouder volgens mij.”
“Maar waarom vertellen ze niet gewoon hoe de dag er uit ziet of wat voor leuke dingen ze allemaal doen.” Ze gaat meteen door met haar pleidooi.
“ik ben van mening dat kinderen die met plezier naar school gaan later ook meer plezier houden in het leren en minder snel een ‘drop out of voortijdig schoolverlater’ zullen worden.”
“We moeten een leven lang leren toch?” “Is plezier in leren en samenwerken dan niet vreselijk belangrijk.” Moeder straalt verontwaardiging uit.
“Moet je kijken naar Lizzy, ze stapt gewoon de hal in en gaat meespelen, dat heeft ze nergens nog gedaan.” “Ze voelt zich veilig en wil graag aan de gang, de wereld ontdekken.”
Oma schudt bevestigend met haar hoofd. Ze heeft tot dusver nog niets gezegd, maar wel al meerdere keren instemmend geknikt en haar dochter vol trots geobserveerd. “Ja”, zegt oma dan “Gelukkig worden dat is toch het belangrijkste.” En dan is het even stil en merk ik dat ik met open mond, de beide dames aankijk. Ik kan ze wel zoenen.

 

Kom er maar bij
“Zullen we gewoon lekker gaan kijken in de groepen?” vraag ik meteen.
“Ja kijken in de groepen!” hoor ik van achter me roepen. Lizzy geeft me een hand en trekt me mee. “Doen we.” antwoord ik. Ze laat mijn hand los en huppelend gaat dit bijna driejarige meisje voor me uit de groepen binnen, waar ze meteen een warm welkom van de leerlingen en leerkrachten ontvangt. “Kom er maar bij hoor, schuif maar aan.” Vol trots laat ik ‘mijn’ school zien en vertel ik over alle mooie activiteiten die we op school doen.
Wat een heerlijke dag.

 

Karin Donkers @kardonsch
Schoolleider o.b.s. De Cocon Alkmaar
school voor OntwikkelingsGericht Onderwijs

 

Kom op nou! Het onderwijs dat zijn wij.

21st eeuwse vaardighedenfoto
We moeten kinderen 21st eeuwse vaardigheden leren.
Ja en wat houdt dat dan precies in en hoe doen we dat dan?
Een vraag die de afgelopen week steeds vaker door mijn hoofd spookt.
Waarom dan, vraag ik me af? Misschien komt het omdat ik van mening ben dat je eerst deze vaardigheden zelf moet beheersen om leerlingen en leerkrachten hierin te kunnen begeleiden. En daar zit nou precies het probleem. Deze vaardigheden worden toegeschreven aan het curriculum voor onze leerlingen maar misschien is het nodig om eerst eens goed te reflecteren op ons eigen handelen in de dagelijkse praktijk. Ik heb het dan echt niet alleen over hoe leerkrachten lesgeven, maar ook over de manier waarop we als schoolleiders omgaan met de bij de 21st eeuw horende “skills”.
Als ik om me heen kijk, merk ik dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend is dat we zelf deze vaardigheden beheersen. De angst voor vernieuwingstrajecten komt hier volgens mij ook vandaan.

Leerling, leerkracht en schoolleider
Op het grootste deel van onze scholen werken we met methodes en die geven houvast. Je hoeft dus helemaal niet kritisch na te denken en niet creatief te zijn. Er wordt voor je gedacht en als je het “geluk” hebt en jaren achtereen  dezelfde groep “draait” , is de noodzaak daarvoor helemaal niet aanwezig.  Hetzelfde hoor ik van schoolleiders: “Het gaat toch goed zo, dus waarom veranderen”. De knellende regelgeving zorgt er ook niet voor dat leerkrachten en schoolleiders in “beweging” komen. Het beleid wordt uitgestippeld en we hoeven alleen maar te “volgen”.
De leerling van nu leert anders en wordt opgeleid voor een beroep waarvan we het bestaan nog niet kennen. We hebben het dan nog niet eens over alle impulsen en afleidingen waar onze leerlingen aan “bloot” gesteld worden. De snel veranderende wereld met alle technologie.
Leerkrachten moeten leerlingen daarin begeleiden en schoolleiders hun leerkrachten. Wordt het dan niet eens tijd dat we zelf ook gaan leren samenwerken, beter gaan communiceren, kennis met elkaar gaan delen, kritisch leren denken en creatief mogen zijn? Dat wij zelf de problemen mogen oplossen?

De keurslijf van het onderwijs
Terwijl we onze kinderen al deze vaardigheden moeten aanleren, worden we in “onderwijsland” steeds meer beknot en gedwongen tot uniformiteit. De professionele ruimte wordt steeds kleiner en het onderwijs lijkt steeds meer een “eenheidsworst” te moeten worden.
En wat doen wij?  Het omgekeerde van wat je zou verwachten. We laten ons in een keurslijf duwen. Er ontstaat een soort gelatenheid, een algehele moeheid en goede leerkrachten en schoolleiders verlaten het onderwijs. We komen niet in beweging en nemen te weinig verantwoordelijkheid voor onze eigen professionaliteit. We laten ons regeren door angst. Angst voor tegenvallende resultaten, voor de inspectie en voor het loslaten van onderwijsmethoden.

De onderzoekende, goed samenwerkende, kennis delende,  kritisch denkende en probleemoplossende leerlingen, leerkrachten en schoolleiders hebben de toekomst.
Laten we die verantwoordelijkheid dan ook nemen. Samen moeten we toch in staat zijn om de verandering tot stand te brengen.

Kom op nou, het onderwijs dat zijn wij!
Wees de verandering die je in het onderwijs wilt zien.

Waarheid of cultuursprookje?

De discussie over de viering van 5 december is weer in alle hevigheid opgelaaid. Ik reageerde net als zovelen laconiek, het is immers een jaarlijks terugkerende discussie. Het is een discussie die ik eigenlijk altijd meteen naast me neerlegde. Of zelfs een beetje lacherig of laatdunkend over deed.

Waarheid of cultuursprookje?

“Waarheid of cultuursprookje?” verder lezen

Een Kameleon is er niets bij!

Leraar elke dag anders“Leraar elke dag anders.” Een kreet die we tegenwoordig elke dag kunnen lezen op Twitter en in de kranten, of horen en zien in de media. Ik heb het gevoel dat het een “quote” aan het worden is met als doel de moed er wat in te houden. Als je geen erkenning krijgt van een ander, zit er immers niets anders op dan zelf het “beroep” wat op te waarderen.

Kritiek
Het is ook niet niks al die kritiek. Niet niks en in mijn ogen vaak onterecht. De leraren doen te weinig aan pesten, professionaliseren niet voldoende, zijn te weinig innovatief, spreken slecht Engels, zijn niet capabel genoeg om de leerlingen met leer-en gedragsproblemen op te vangen, zetten ICT te weinig of juist te veel in bij de lessen. Wat moeten ze over veel vaardigheden en competenties beschikken om een goede leerkracht te zijn.

Flexibel
Ik hoor het bijna dagelijks: “Er komt steeds meer bij, maar er gaat niets van af”.
“Leraar elke dag anders.” Het is ook een zin die meteen weergeeft hoe een dag van een leraar er uitziet. Of eigenlijk het niet weten hoe zo’n dag er uit zal gaan zien. Dat maakt het zo boeiend maar tegelijk ook zo ingewikkeld. Heel veel van wat er dagelijks gebeurt kun je niet plannen en voorzien. Het doet een groot beroep op flexibiliteit en dat is volgens mij ook meteen één van de beste eigenschappen van een leraar.
Dagelijks te maken hebben met 25 leerlingen met verschillende karakters, verschillende talenten, verschillende humor, verschillende behoeften, verschillende IQ ‘s, verschillende thuissituaties. En dan hebben we het nog niet over de groepsdynamiek die dat vervolgens met zich meebrengt. Met die leerlingen komen vervolgens ook nog eens 25 “paar” ouders en moeten leerkrachten ook nog eens samenwerken met zo’n 25 collega’s. Ondanks al die verschillen moeten zij wel in staat zijn om “kwaliteit” te leveren, gemeten met een uniforme toets die voor al deze leerlingen op eenzelfde moment wordt afgenomen. Niks geen verschillen, niks geen oog voor diversiteit maar gewoon om te kunnen “benchmarken”.
Het vraagt van een leraar het vermogen om steeds “mee te kleuren” met de vele situaties die ze gedurende een schooldag tegen komen. Een leraar lijkt wel een kameleon.

Kameleon
Vreemd eigenlijk, al die negatieve aandacht. De belangrijkste voorwaarde om tot een goede ontwikkeling te komen, is toch emotionele veiligheid. Zou dat voor volwassenen niet gelden?  Ik hoop maar van niet. Maar als dat wel het geval is, slaan we “de plank” volledig mis. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat de manier waarop we op dit moment omgaan met onze leerkrachten hier ook maar enige positieve bijdrage aan levert. We willen dat leerkrachten meer in beweging komen, zich verder gaan professionaliseren, aansluiten bij de manier van leren die bij leerlingen van nu past. We vragen meer van ze dan van een Kameleon! Laten we ze het vertrouwen, de vrijheid en de verantwoordelijkheid geven om te groeien in plaats van ze hun zelfvertrouwen te ontnemen en constant kritiek te leveren.

Je zult zien dat ze dan nog meer op een Kameleon gaan lijken maar dan met de competenties van een goede leerkracht.