Innoveren een must?

Het lijkt wel een toverwoord. Innoveren je hoort het te pas en te onpas, het lijkt wel of niemand meer iets anders doet….Wat ben je aan het doen? Nou ik ben druk bezig met innoveren……
Wat is innoveren eigenlijk en waarom doen we dat met zijn allen? In de eerste plaats klinkt het waarschijnlijk beter dan vernieuwen, maar het betekent toch echt hetzelfde. En vernieuwen is vooruitgang en dus niet stilstaan. En stilstaan dat doen we niet meer in deze jachtige tijden.

Toch is er niets mis met stilstaan, genietend om je heen kijken en blij zijn met de verworvenheden die we hebben. Als je stilstaat zie je meer en kun je ook details zien die je als je voorbij rent gewoonweg mist.
Als je stilstaat kun je ook achteromkijken. Dat is niet aan te raden als je rent want dan kon je wel eens tegen een muur op lopen en dat kan hard aankomen. Echter zoals bijgaand plaatje laat zien kun je dat ook weer op een innovatieve manier doen. Al achteromkijkend zie je ook weer de goede en slechte zaken die je in je leven bent tegengekomen. Daar leer je van zodat je fouten niet vaker maakt en zodat je de goede zaken kunt herhalen. Niks mis mee zou ik zeggen.

Waarom is het vooral in het Onderwijs dan zo hot dat Innoveren? Hebben we dan niks geleerd van het verleden, maken we alle fouten weer opnieuw en laten we het goede liggen? De leraren klagen steen en been over het feit dat ze elke week, elke maand en elk jaar weer opgezadeld worden met nieuwe ideeën van weer een nieuwe lichting wetenschappers, ambtenaren en anderen die denken het beter te weten.
Terwijl de gemiddelde leraar heel goed weet “hoe het werkt” in zijn of haar klas wordt hij overspoeld met (overigens goed bedoelde) vernieuwingen en richtlijnen.
Het onderwijs volgt al enige decennia het Angelsaksische model van meten is weten, afrekenen en nadruk op cognitieve kwaliteiten. Het gevolg hiervan is duidelijk, veel schooluitval, vaak ongelukkige kinderen die hun andere kwaliteiten niet mogen laten zien, pesterijen, discriminatie enz. enz.
Zou het niet goed zijn om een pas op de plaats te maken en eens om te kijken? Was het vroeger zoveel slechter? Was er een model dat wel recht deed aan de meerdere competenties, vaardigheden, intelligenties van mensen? Doen ze het in andere landen misschien anders? beter?

In het beroepsonderwijs in Duitsland is het Rijnlands model nog steeds van kracht, hier wordt nog vanuit het Leerling-Gezel-Meester (LGM) principe gewerkt en mag de leerling gaandeweg zijn loopbaan alle kwaliteiten die hij bezit laten zien. Het LGM-principe is gebaseerd op de zeer oude vorm van ambachtsleren binnen een werkplaats. Het achterliggende idee is dat nieuwe werklieden kunnen leren van voorbeelden, toepassingen en ervaringen van meer ervaren werklieden, door samenwerking en gezamenlijke probleemoplossing. Wat is er mooier voor een kind om zo te leren. Ook in Nederland worden deze vormen van beroepsonderwijs gaandeweg meer en meer ingezet. Dat is mooi, men heeft dus achterom gekeken en gezien dat dit principe ook nu nog werkt, hoezo innoveren?
In het Rijnlands denken staat ook de mens voorop en niet zijn prestaties. Het Rijnlands model is een economisch model waarbij niet alleen winst voorop staat maar ook het werkplezier en het welbevinden van mensen. Als je dit doortrekt naar het onderwijs zijn dus niet alleen de prestaties van leerlingen van belang, of het aantal diploma’s dat de school afgeeft maar zeer zeker ook het welbevinden van de leerlingen en de docenten.

Gepersonaliseerd onderwijs komt dan al gauw om de hoek kijken. Het streven om ieder kind zoveel mogelijk zijn eigen leerproces te laten volgen met aandacht voor alle kwaliteiten die het heeft. Finland staat qua onderwijs in hoog aanzien op dit moment en hier focust men op talentontwikkeling, jonge kinderen mogen nog spelen en men is niet gericht op een zo vroeg mogelijke cognitieve ontwikkeling. Ook is er een verbod op testen!!! Leerlingen kunnen daardoor leren in een angstvrije omgeving waarin creativiteit en eigen initiatief worden aangemoedigd.
zie http://www.sbo.nl/blog/schoolsysteem-finland/

Als we in Nederland eens even stil zouden staan en om ons heen kijken of even over de schouder kijken dan zijn er genoeg mogelijkheden om te innoveren naar de “gelukkige school” en is iedere school in staat om hieraan invulling te geven in een collectief leerproces van schoolleiding, lerarencorps, leerlingen en ouders.

Dit collectieve leerproces is de mooiste innovatie die je je kunt bedenken. Laten we daar in Nederland naar streven.

Kwetsbaar?

Vanochtend scrolde ik langs mijn Twitter tijdlijn, vier berichten over obesitas bij kinderen kwamen voorbij. Dat doet pijn. Ik ben namelijk moeder van een kind met overgewicht. Sinds mijn bezoek aan het consultatiebureau afgelopen week weet ik het officieel. Dochter is te dik. Net als haar moeder, dus gevaar loert om de hoek. Ik zag de verpleegkundige draaien op haar stoel. Mijn dochter doet het verder prima. Alle vakjes werden aangevinkt. Een uitzonderlijke taalontwikkeling en een gezellig, lief, pittig meisje. De complimenten suisden langs mijn oren. Toen kwam het. Ik zat er al op te wachten. “Is ze een lekkerbek?” Uh hoezo? “Nou snoept ze veel?” Niet meer dan andere kinderen… “Beweegt ze genoeg? Is ze actief?” Nou ze is 3 dagen per week op het kdv en daar is ze altijd heel actief. “Wie zorgt voor haar op de andere dagen?” Nou wij zelf, haar vader en haar moeder. “Hoe eet ze dan?” De overhoring ging maar door…”Eigenlijk moet ik jullie volgens het protocol doorsturen naar de kinderarts” zei ze, “maar gelukkig zie ik gemotiveerde ouders en volstaat het als jullie over enkele maandjes terugkomen”.

Ik ben zo benieuwd wat deze verpleegkundige gedaan zou hebben als ik niet een hoog opgeleide ouder zou zijn geweest en geen weerwoord klaar had gehad. De verwijzingen zouden zo in mijn zak zitten, dat weet ik zeker. Ik wil hiermee niet zeggen dat ik het overgewicht van mijn kind en mijzelf niet serieus neem. Ik neem het heel serieus. Wil alleen niet dat er vroegtijdig een stempel gezet wordt op mijn kind. Een normaal gesprek over dit voor mij gevoelige onderwerp heb ik nog nooit met hulpverleners gevoerd. Altijd komt het belerende vingertje om de hoek kijken. Met een allergische reactie van mijn kant als gevolg.

Gisteren gebeurde iets dergelijks ook nog in een schoenenwinkel. Ik ging terug met dure schoenen omdat de zool op één plaats los liet na slechts twee weken. Het lukte de verkoopster maar niet om te zeggen: “Goh wat vervelend voor U”. Als ze dat had gezegd waren alle oplossingen daarna goed geweest. Nu ontstond er toch een gevoel van wrijving en verdediging. “Dit is nog nooit gebeurd bij deze schoenen.” Ja… dus?

Graag trek ik de parallel met ouderbetrokkenheid op scholen. Te vaak zie ik het belerende vingertje en zie ik ouders in de weerstand schieten. Het is nog steeds vaak “zij” en “wij” i.p.v. “samen”. Het zit in onze cultuur verweven. Als we denken oplossingen te weten zijn we nog in gesprek en lijkt alles nog op een soort van “wij” cultuur. Zodra we het niet meer weten leggen we maar wat graag het probleem weer terug bij de eigenaar. We geven dan nog wel onze tips mee, terwijl we al weten dat die niet tot verbetering gaan leiden omdat het  goedbedoelde opgelegde adviezen zijn. We komen daarna nooit meer tot samenwerken. Met alle gevolgen van dien. Dit alles in het nadeel van de kinderen.

Voor mijn gevoel heeft veel te maken met het onvermogen om ons kwetsbaar op te stellen als mens. We willen zo graag waardering en we denken dat we die pas gaan krijgen als we perfect zijn. Waarom lukt het ons niet om te zeggen: “Als U het zo omschrijft weet ik ook niet precies. Ik wil er graag met U naar kijken en misschien zijn er ook anderen die ons kunnen helpen met het zoeken naar de juiste aanpak passend bij uw kind en de hulpvraag van uw kind?” We krijgen het moeilijk over onze lippen. Toch zal het moeten. Waarom? Omdat het ons zo veel zou opleveren. Bedreigingen worden kansen en lastige ouders worden kritische vrienden. Op dit moment worden goede stappen gezet binnen veel scholen. Het onderwerp leeft en langzaamaan veranderen beelden bij leerkrachten en ouders. Gelukkig maar. Er ligt namelijk een complexe opdracht voor ons klaar. Deze opdracht heet Passend Onderwijs. Alles moeten we doen om te voorkomen dat kinderen die al kwetsbaar zijn nog onnodig kwetsbaarder worden.

 

Maak van een (saaie) WO-methode prachtig project-onderwijs

Speurtocht
Wij gebruiken op school voor het vak geschiedenis de methode Speurtocht. Niks mis mee, maar wel een beetje saai. Klassikaal de les bespreken via het digibord, kinderen maken het werkboekje en kijken dat na. Einde geschiedenisles. Ik probeer dat al een tijdje interessanter te maken door filmpjes te zoeken bij de lessen, waarbij www.schooltv.nl/beeldbank natuurlijk een dankbare bron is. Ook maak ik al weer ruim een jaar gebruik van onze yurlspagina (http://demeentgroep78.yurls.net/nl/page/) waar veel informatie en filmpjes per blok gegroepeerd staan. Maar toch… erg tevreden was ik er niet mee.

Versnelling
Dit jaar was het al niet anders. We begonnen het jaar met het laatste blok uit het boek, omdat we het boek meestal niet uitkrijgen (nog zo’n probleem van deze methode) en het sloot mooi aan bij het laatste blok van groep 7. Dat blok ging over de moderne tijd met daarin natuurlijk de 2e Wereldoorlog. Voor de kinderen redelijk boeiend maar toch met weinig eigen inbreng.
Om er wat vaart achter te zetten wilde ik blok 1 van het boek (Prehistorie) op een versnelde manier doorlopen en ik bedacht een project met het lesboek als bron. De kinderen gevraagd of het ze wat leek, en het enthousiasme was groot. Slechts één leerling wilde liever gewoon de les en het werkboekje doen. Beetje liever-lui-dan-moe-mentaliteit, en hij kreeg geen poot aan de grond in de groep.
Maar hoe heb ik dat dan vormgegeven?

Projectvorm
Elk blok bestaat steeds uit 6 lessen, dus ik heb mijn groep van 31 leerlingen (groep 8) in 6 groepjes verdeeld. Ik heb daarbij gezorgd voor een heterogene verdeling per groepje (jongens-meisjes, sterke-zwakke leerling, leiders-volgers) en ik zorgde voor een goede tekenaar in elk groepje (straks wordt duidelijk waarom).
In elk groepje wees ik een leider aan die eindverantwoordelijk werd gemaakt, zowel voor het proces als voor het product. Elke leerling kreeg een lesbrief van dit project waarin precies stond beschreven wat er moest gebeuren. De opdrachten waren:

  • Maak een Mindmap van jullie les (vandaar die tekenaar in elk groepje)
  • Maak een vragenlijst van 10 vragen (met de antwoorden) van jullie les (wij noemen dat een Zoek Iemand Die, afkomstig van Structureel Coöperatief Leren)
  • Bereid een presentatie voor over jullie les

Wat de planning betreft: ze kregen 3 lessen om bovenstaande voor elkaar te krijgen, de 4e les werd gereserveerd voor de presentaties en er was eventueel nog een 5e les voor het bekijken van wat filmpjes. Dat laatste bleek niet nodig, een paar groepjes hadden dat al in hun presentatie gestopt. De 6e les zou dan de toets zijn. Daarmee zouden we zeker 2 lessen minder kwijt zijn aan het blok, op die manier kan je toch het hele boek uit krijgen aan het einde van het jaar.

Aan de slag
Na de uitleg stormde iedereen een andere kant uit, alle vrije computers van school werden in beslag genomen, boeken werden uit de kast geplukt en het leek een ongelofelijke chaos. Maar niets was minder waar: iedereen was druk bezig met zijn/haar taak, het enthousiasme was groot en de betrokkenheid enorm. Ik kon rondlopen om hier en daar wat bij te springen, vooral op het gebied van de ict (hoe zit dat ook al weer bij een powerpoint of een prezi), inhoudelijk werden er wat vragen gesteld, maar die gaf ik meestal terug met de mededeling dat ze dat nu lekker zelf mochten gaan uitpuzzelen. Verder was mijn rol vooral genieten van het geheel!
Tijdens les 4 bleek dat planning niet in elk groepje hoge prioriteit had gehad. Twee groepjes hadden hun powerpoint of prezi nog niet af, maar konden, met behulp van hun mindmap, toch een goede presentatie geven. Inmiddels had ik de boekjes af met alle kopieën van de vragenlijsten, samenvattingen en mindmaps, die konden dus mee naar huis om te leren. Best spannend vonden de kinderen, want ze hadden tenslotte maar één les uitgebreid behandeld.

2013-11-20 14.13.06-1Resultaat
Ook voor mij was het spannend: leren de kinderen net zoveel over het geschiedenisblok en kunnen ze die kennis ook omzetten in een goede toets? Gelukkig kon ik na de toets opgelucht ademhalen: het gemiddelde van de eerste toets van het jaar was een 8,3, dit blok werd met een gemiddelde van 8,2 afgesloten.
Prachtig natuurlijk, maar niet het belangrijkste. Op deze manier hebben de kinderen natuurlijk véél meer geleerd dan alleen maar kennis over de prehistorie. Wat te denken van: taken verdelen, overleggen, tekst samenvatten, kernvragen uit een tekst halen, een mindmap maken, een presentatie maken (werken met powerpoint of prezi), opslaan van een word-document en opsturen naar de juf (voor sommigen een nieuwe vaardigheid) en een presentatie houden. En vooral: samenwerken, juist voor de meer-en hoogbegaafde kinderen in mijn groep een belangrijke vaardigheid om regelmatig te oefenen.

Vervolg
En komt er een vervolg? Ja natuurlijk komt er een vervolg. Mijn kinderen willen niet meer gewoon les krijgen en werkboekje maken. Ze willen het zelf doen! Dus heb ik voor blok 2 ook maar een lesbrief geschreven (http://demeentgroep78.yurls.net/nl/page/835628#topboxes) en daar zijn we vorige week mee gestart. Iets anders ingevuld (geen mindmap maar een infoposter), maar qua opzet gelijk aan het eerste experiment. We noemen het de Uitdaging, want zo zagen we dat bij het eerste blok. Nu weten we dat het werkt!