Teddy

 

img_2557

Drie jaar geleden zag ik hem in een winkel liggen: Teddy van Mr. Bean.
Ik aarzelde geen moment. Ik kocht Teddy, pakte hem in en legde het als cadeautje op het bureau van mijn collega.

Als tussendoortje keek zij regelmatig met haar groep 5A naar Mr. Bean.

Vanaf de dag dat Teddy onderdeel uitmaakte van deze klas, heeft hij veel beleefd. Elk weekend mocht Teddy nl. logeren bij een van de kinderen. Zo vierde hij talloze kinderfeestjes, ging hij mee naar de schaatsbaan en zag hij zelfs Sinterklaas tijdens zijn intocht in Nijmegen.

Toen groep 5A overging naar groep 6A, ging mijn collega mee met de groep. En Teddy natuurlijk ook. Er volgde weer een jaar van leuke bezoekjes en logeerpartijen.

Aan het eind van dat schooljaar werd duidelijk dat mijn collega niet meeging naar groep 7A. “Wat zullen we doen met Teddy?” vroeg ze aan de kinderen.
“Zullen we hem teruggeven aan juffrouw Femke?” stelde een leerling voor. Misschien komen we in groep 8 wel bij haar in de klas en dan worden we herenigd.”

En zo geschiedde. Teddy kwam terug bij mij. Samen met mijn eigen knuffel beleefde Teddy in twee jaar mooie avonturen op de vakanties naar Amerika (zie foto’s  )

img_2558

Dit jaar ben ik de leerkracht van groep 8A. Ja, de groep van Teddy. Teddy heeft de eerste drie weken gezellig in het lokaal gezeten en alle lessen braaf gevolgd.

Niet één leerling vroeg uit zichzelf of Teddy een keer met hem/haar mee mocht naar huis.
Ik dacht: ‘Ach, de kinderen zijn natuurlijk een paar jaar ouder. De grap was leuk, maar nu is het er een beetje af.’
Toch vroeg ik na drie weken: ”Met wie mag Teddy dit weekend mee naar huis?”
En wat gebeurde er tot mijn verbazing? Meer dan 20 vingers schoten enthousiast de lucht in. We hebben geloot wie Teddy mee naar huis mocht nemen.

In de afgelopen weken heeft Teddy veel beleefd. Hij is o.a. naar een familiedag in Duitsland geweest én naar een bruiloft. Ook heeft hij veel nieuwe vrienden gemaakt 🙂

img_2559
Nu brengt Teddy de herfstvakantie in Spanje door. Deze foto kreeg ik afgelopen week 🙂

img_2560

 

De maakbaarheid van een schoolleider

image

Ik heb idealen. Met die gedachte begon ik ruim 3 jaar geleden met mijn eerste baan als schoolleider. Ik was 5 jaar adjunct directeur geweest op een grote school en had er onwijs veel zin in. Juist leerlingen uit achterstandssituaties verdienen het beste onderwijs dat er is. Werk aan de winkel. Mijn voorganger had op deze plek de afgelopen 5 jaar stevig ingezet op een doorgaande herkenbare lijn binnen de school. Er was prachtig nieuw meubilair en een duidelijke leerlijn met 3 werkaanpakken te zien. “De maakbaarheid van een schoolleider” verder lezen

Tijd voor onderwijs

Druk, druk, druk… mijn agenda is net een potje vol met pieren. Van het ene overleg val ik in het andere overleg. Even tijd voor lunch of rustig plassen is er bijna niet. Als bestuurder word ik geacht bij allerlei overleggen te zijn. Ik reis van LEA (lokaal educatieve agenda) naar OOGO (op overeenstemming gericht overleg) naar ALV (algemene leden vergadering), tussendoor ga ik op schoolbezoek, heb functioneringsgesprekken, monitorgesprekken en masterclasses met directeuren.

Kijkend naar deze agenda vraag ik me soms af wat al dit overleg toevoegt aan goed onderwijs voor de kinderen in onze regio. Wat een bestuurlijke drukte!
Voor de komende periode neem ik me weer voor om me echt te richten op sturing geven aan goed onderwijs. Soms niet aanwezig zijn bij alle goedbedoelde overleggen hoort daar bij. Dus als ik er een keer niet bij ben…ik ben bezig met onderwijs!

Delen omdat het kan en mag

In het jaar 2000 startte ik mijn basisschool carrière op een basisschool in een onderwijs voorrangsgebied. Het kwam er kort op neer dat we 200 leerlingen hadden met 40 verschillende nationaliteiten. De school stond in een wijk met veel sociale huurwoningen en veel hoogbouw. Ik kwam vers van de Pabo na een versneld traject en met veel onderwijszin op deze school terecht. In de jaren voor de Pabo had ik de eerste graads lerarenvariant tekenen en schilderen gedaan aan de academie voor beeldende vorming. Als vastgesteld creatief brein belandde ik in een geheel nieuwe omgeving. 13 kleuters had ik. Dat moest gaan lukken. Wat heb ik geploeterd. Kwam voor het eerst in aanraking met vele nationaliteiten, niveaus, talen en milieus. Stapje voor stapje leerde ik mijn leerlingen en hun ouders kennen en langzaamaan ging ik houden van deze enerverende en spannende omgeving. Geen enkele dag was hetzelfde en ik maakte kennis met de zoektocht naar de onderwijsbehoefte van mijn leerlingen. Geen idee dat deze benaming er later zou komen, maar ik was me al snel bewust van het feit dat elk kind iets anders nodig had. Dat was er ook op de kunstacademie ingeramd. Het ging om het individuele proces en leerlingen moesten leren om te leren. Al gauw kwam ik erachter dat dat niet zo simpel was. De meeste leerlingen hadden een enorme taalachterstand. Voor veel kinderen was Nederlands de tweede taal. Het was lastig om erachter te komen hoe het zat met de ontwikkeling van de leerlingen. Ik trof leerlingen aan met enkel en alleen een tweede taalverwervingsproblematiek die in het welbekende taalbad ongelooflijke sprongen maakten, maar ik trof ook leerlingen aan uit complexere andere situaties waarvoor enkel en alleen dat taalbad niet voldoende was. Ik had het er vaak over met mijn collega’s. We moesten samenwerken om in te kunnen spelen op wat deze leerlingen nodig hadden. Heel vaak tijd, maar soms ook echt iets anders. We hadden een kleuter remedial teacher én een kleuter ib-er die ook gedragsspecialist was. Er werd veel gekeken in de groep en met kinderen gespeeld in de speelhoeken van de klas. Twee keer per jaar gingen we de leerlingen toetsen. Dat was volgens mij op deze school toen al jaren lang de procedure. Ik was benieuwd naar hoe we dat gingen aanpakken. Toetsen bij kleuters? Geen idee dat het bestond. We toetsten in kleine groepen van 7 of 8 kinderen mét een onderwijsassistent erbij. De tafels zetten we samen met de leerlingen in rijtjes. Ze vonden het reuze spannend. Een heel schema was ervoor gemaakt. Andere leerlingen werden elders opvangen en met tweeën toetsten we de kinderen. Oudste kleuters én jongste kleuters. Streepjes zetten noemde we het. Elke leerling een eigen boekje met naam en sticker. Als we merkte dat een kind nog niet aan een tafel kon blijven zitten en werkelijk geen idee had waar de vragen over gingen staakten we de toets. Het gebeurde eigenlijk helemaal niet zo vaak want de kleuters vonden het prachtig. Mijn onderwijsassistent hielp de kleuters met het omslaan van de bladzijden en gaf de kinderen heel zachtjes positieve feedback. Na afloop maakte ik mijn la met stickers leeg en gingen we over tot de orde van de dag. De toetsen keken we altijd snel met veel belangstelling na en we noteerden tijdens of net na de toets ook onze observatie op het toetsboekje. We maakten daarna altijd een uitgebreide analyse. Regelmatig kwam er iets uit de toets in de lijn der verwachting. Dat vond ik altijd fijn. Het gaf ons inzicht in de individuele groei van de leerlingen. Soms was die onverwacht groot. De passieve woordenschat bleek dan groter te zijn dan verwacht. Deze informatie was heel relevant, zei iets over de mogelijkheden van mijn leerlingen en ik kon mijn té lage verwachting snel bijstellen. Soms vielen de toetsuitslagen erg tegen. Via de analyse kon ik er dan achter komen wat de reden was. De maakbaarheid van het proces daarna is discutabel, maar mijn aanbod werd wel meer passend. Mijn inzicht werd vergroot. Ons aanbod gebeurde altijd betekenisvol binnen een thema. We gingen met kleuters niet zomaar van alles inoefenen. Eerst maakten en ontwikkelden we alles zelf en later gebruikten we dankbaar de methode schatkist erbij. Het thema in het kader van Moederdag zal ik samen met de kleuters van toen niet snel vergeten. Moeders languit op de tafel met komkommers op hun gezicht.
Vele jaren later werd ik zelf moeder. Inmiddels van een kleuter. Een kleuter die niet kon wachten om te leren lezen en schrijven op school. We kozen een kleine school mét prachtig onderwijsconcept, er was veel aandacht voor creatieve en sociale ontwikkeling. Op school mocht ze als jongste kleuter elke dag kiezen wat ze wilde doen en ze koos met veel enthousiasme steeds de schrijfhoek en de creatieve hoek. Een half jaar lang hield ze dit vol. Ze hield zich onopvallend en vond het wel best. Tenminste dat leek zo. Heel langzaam veranderde onze kleuter in een ongelukkig meisje. Ze vertelde steeds vaker dat ze niets leerde op school en was vaak boos en verdrietig. De juffen deden ondertussen hun uiterste best. Lieten haar kennis maken met andere hoeken en zagen ook de verandering in haar gedrag. Van een enthousiast leergierig meisje naar een angstig kind. Samen gingen we in gesprek. We vertelden hoe onze dochter thuis was en hoe ze was als peuter. Ik liet wat foto’s van zaken zien die ze thuis maakte. Schilderijen, tekeningen en geschreven teksten. De ib-er stelde voor om een toets af te nemen om eens te kijken. De school doet dat niet in groep 1, maar maakte nu een uitzondering. Wij vonden dat een goed idee omdat ook wij nieuwsgierig waren. Mijn dochter ging aan de kleutertoets één op één met de juf. Het afnemen bleek niet zo simpel, want onze dochter vond het een vermoeiende nieuwe spannende ervaring. De juf bleef rustig, zette door. Uit de toets bleek dat ze op eind niveau groep 2 een A+ scoorde en dat er een vermoeden was van behoorlijk onderpresteren. Een raar woord bij een kleuter, maar ook ik kan niets anders bedenken. Onderduikgedrag misschien of een té groot aanpassingsvermogen zou je het ook kunnen noemen. We hebben daarna een tijd geprobeerd om haar in de kleutergroep te bedienen en haar kleuter te laten zijn. Dit omdat we dat met volle overtuiging wilden proberen. De school en wij als ouders samen. Het werkte helaas niet. Nu is onze dochter sinds twee weken versneld naar groep 3. Een hele stap waar we samen met de school én ondersteuning van buitenaf flink over gesproken en nagedacht hebben. Wat ik als afsluiter kan melden is dat het heel goed met haar gaat. Langzaamaan krijgen we onze vrolijke, ontdekkende dochter weer terug. Geen batterij van toetsen was nodig, maar wel die ene om ons allemaal net even wat meer inzicht te geven.

Deze blog heb ik niet geschreven om mensen te overtuigen. Ik wilde mijn ervaring met het afnemen van toetsen bij kleuters graag delen omdat ik het toetsen van kinderen een wezenlijk onderdeel vind van mijn onderwijs. Gelukkig ben ik in de omstandigheid om elke dag bij te mogen bijdragen aan de ontwikkeling van een mooie groep leerlingen. Wat nog fijner is dat ik het samen met een betrokken team mag doen. We gaan gesprekken over deze complexe onderwijs onderwerpen niet uit de weg en proberen ze te voeren zonder dat we het idee hebben dat we elkaar moeten overtuigen. Onze verbondenheid zit hem in het beste willen doen en gelukkig is dat geen eenduidige duidelijke weg.

Regen in Onderwijsland

Een blog schrijven als het buiten druilerig en koud is is misschien niet zo’n goed idee. Maar als ik naar buiten kijk en de nattigheid zo overzie dan moet ik toch denken aan wat er allemaal speelt in het onderwijs.
Als je de berichten leest dan heb je de indruk dat niets goed is, alles moet op de schop. Het onderwijs moet vernieuwen (innoveren heet dat in jargon) en de kinderen zijn allemaal zielige wezentjes die aan ons onderwijs overgeleverd zijn.

Niets is minder waar. Ons onderwijs behoort nog altijd tot het beste in de wereld en daar mogen we best trots op zijn. Onze kinderen behoren tot de gelukkigste kinderen in ieder geval in Europa en ook dat moeten we koesteren.

Natuurlijk kan het altijd beter en moeten we altijd kijken of iets anders moet. De kinderen van nu zijn niet meer de kinderen van vijftig jaar geleden terwijl het onderwijs wel nog op de leest van die tijd gestoeld is. En inderdaad de leraar die voor de klas staat die heeft twintig/dertig jaar geleden les gehad en heeft soms niet echt notie van wat er in de wereld van de huidige jongeren speelt. Dat is wel een gemis.

De huidige tijd met al zijn informatie op elk uur van de dag vraagt dus wel om een omslag in het Onderwijs en het zou mooi zijn als we die omslag vorm geven voor en zeker met de jongeren. Laat hen meedenken over hoe het anders moet, stap hun wereld binnen en laat hen vertellen wat ze graag op school willen leren. Gebruik die tools die zij zelf gebruiken ook in het onderwijs, dan is de school een verlengstuk van hun wereld en misschien gebeuren er dan niet meer zo’n extreme zaken als jihadisme en uitsluiting. Dus zaken als Ipad scholen, sociale media in het onderwijs enz. kunnen een steentje bijdragen aan het begrip voor elkaar van leerlingen onderling en leraren en leerlingen. Ook ouders moeten daarbij betrokken worden. Lessen in gebruik van sociale media, ipads, computers, internet e.d. zijn ook voor hen van belang. Zo kan afwijkend gedrag eerder gesignaleerd worden en spreekt men dezelfde taal als er gesprekken nodig zijn.

Utopia? ik hoop het niet en ik zie ook dat er al veel ingezet wordt op Onderwijs gestoeld op de vragen van deze tijd. zie bijvoorbeeld: http://www.tubantia.nl/regio/enschede/nieuw-onderwijsconcept-delta-start-volgend-schooljaar-in-enschede-1.4572884 en http://mijnplein.nl/uploads/brochure-versie-24-januari-de-schutse.pdf en http://www.agoraroermond.nl/agora-2/waarvan ik de laatste al vaker als voorbeeld genoemd heb.
Onderwijs in verandering, een goede zaak maar wel met behoud van het goede en niet het kind met het (regen)water weggooiend.

Passie voor het Onderwijs

Deze week heb ik weer een mooi staaltje van hoe het niet moet meegemaakt.

Twee studenten van een niet nader te noemen ROC hebben stage gelopen op hun eigen school. En horen dus vlak vóór de vakantie dat hun stage onvoldoende is en dat ze dus niet door kunnen naar het vierde jaar.
Zoals ik het kan zien (ik weet niet of ik alle gegevens heb) heeft één van de studenten in april j.l. een beoordeling gehad en daarna niets meer. Tot deze week het oordeel onvoldoende kwam. Op het beoordelingsformulier van april stond één zin, die ik, de moeder van de student en de student zelf niet konden lezen. Ik kon er absoluut geen chocolade van maken. Van leerdoelen en adviezen kon dus al helemaal geen sprake zijn.
Hoe kan het toch dat een stage op je eigen school op die manier afloopt? Je bent toch in een ultieme onderwijssituatie en je zou daar toch wat moeten leren. Je coaches en leraren zijn toch in de buurt? Dan verwacht je toch dat je begeleiding krijgt en dat men je helpt om je (leer)doel te verwezenlijken? Ik verbaas me nog elke dag over de praktijken in het onderwijs….. “Passie voor het Onderwijs” verder lezen

Objectief, objectiever, objectiefst

Cotan gecertificeerd meten
Onderling neutraal vergelijken.
Dan deugt het zo lijkt het.

De mooiste dingen in het leven zijn niet te meten.
Wie weet dat niet.
Als onderwijs mooi, en dus goed, moet zijn.
Waarom dan toch zo die focus op dat meten?
En dus ook op inhoud die objectief, objectiever, objectiefst te meten is? “Objectief, objectiever, objectiefst” verder lezen

Einde van het (school)jaar

Zo, dat was al weer een tijd geleden. Een blog bijhouden is toch niet zo gemakkelijk als ik dacht.
Och, elke week een stukje schrijven, dat moet toch te doen zijn.
Nee dus, er zijn van die tijden dat het helemaal niet lukt. Te druk, geen inspiratie, ’s avonds te moe….. noem de redenen of zo u wilt de smoesjes maar op. “Einde van het (school)jaar” verder lezen

Cadeautje

In een van de eerste weken van dit schooljaar kreeg ik een cadeautje van mijn werkgever aangeboden. En niet zo’n cadeautje wat je ergens in de kast gooit en dat het er pas uitkomt bij de eerst volgende verhuizing. Nee, zo’n cadeau waarvan je de waarde pas later gaat inzien.

Wat het cadeautje was? Mij werd een” traject” aangeboden, zoals dat dan heet. Voor de directeuren was het een verplicht nummertje, ik had het cadeautje ook mogen weigeren. Maar: ik ben al een paar jaar op zoek naar cursussen/trainingen die me de mogelijkheid geven mijzelf verder te ontwikkelen, dus ik nam het cadeautje met beide handen aan.

Hoewel tijdens het intakegesprek het hele traject aan me werd uitgelegd, had ik niet echt een idee waar ik ja tegen zei: een masterclass, een cursus Excellent leiderschap en intervisiebijeenkomsten. “En, “zo werd eraan toegevoegd, “je krijgt daarna de mogelijkheid een master te behalen als je dat zou willen.”  Er waren al eerder pogingen gedaan een dergelijk traject op te starten, maar die waren een beetje in schoonheid gestorven, één dag hoorcollege en een map vol artikelen en weer over naar de orde van de dag. Ik zei “ja”, zei het met in mijn achterhoofd dat het zo’n vaart wel weer niet zou lopen.

In september startte de masterclass: “Strategie en Omgeving”, onderdeel van een master MBA of MCC. We doen er dit hele schooljaar over. Anders dan alle andere trainingen en cursussen die ik volgde, bleek dit al snel “serious business”:  we moesten een heuse eindopdracht maken en voor elke les was er flink wat huiswerk. Een zware belasting, naast een fulltime baan: zes volledige dagen uit de school zijn en dan ook nog veel thuis moeten doen. En toch geeft het me energie: ik merk weer hoe leuk ik leren vind.

Het tweede deel waarmee gestart werd, was de intervisie. Er werden groepen gemaakt van alle deelnemers aan het traject. We  gingen in die groepen sparren over de dagelijkse rompslomp van onze taak/school en waar we dan tegenaan liepen. En ook hier kreeg ik energie van. Samen met collega’s van andere scholen praten over onderwijs: ik genoot ervan.

Ondertussen was ik er al achter dat ik een bijzonder cadeau had gekregen, maar het werd nog beter. Het derde onderdeel was een driedaagse cursus “Excellent Leiderschap”. Voorafgaand aan de cursusdagen moest ik aan mijn collega’s vragen om ellenlange vragenlijsten in te vullen. Tijdens de cursusdagen stond deze feedback centraal. Tijdens deze dagen heb ervaren dat het beste tot het laatst was bewaard: in een kleine groep werken aan leiderschapsvaardigheden en vooral heel veel inzicht krijgen in wie je zelf bent en wat je drijfveren zijn.

En wat een inzicht was dat! Ik weet beter wat ik kan en wil en heb daarom een knoop doorgehakt: ik ga een masteropleiding doen. Niet de MBA of MCC die een logisch vervolg op de masterclass zijn. Nee, ik kies mijn eigen weg. Mijn passie (ik heb een hekel aan dat woord, maar weet geen beter) voor onderwijs stuurt me een andere kant op: in augustus start ik met de master Onderwijskunde.

En zelfs nu de afronding van de masterclass me zwaar valt en ik over mijn eigen leren ontdek dat ik liever toetsen dan eindopdrachten maak: ik heb er zin in!