Basisscholen denken te ‘Easy’ over Engels

Vanaf 1968 zijn scholen verplicht om tenminste een uur per week Engelse les te geven in groep 7 en 8. In de afgelopen 45 jaar is er aan die regelgeving niets veranderd maar zeker in de afgelopen tien jaar wel aan de praktische invulling door de scholen zelf. Drie jaar geleden inventariseerde ik in een VO I-klas bij de leerlingen hoe het Engels op hun basisschool ingevuld was. De antwoorden varieerden enorm; het ene kind had in het laatste jaar af en toe les gehad met een oude lesmethode, een ander kind vertelde dat hij alleen maar woordenlijstjes moest leren voor toetsen. Het volgende kind vertelde al vanaf groep 5 twee keer per week op levendige manier in het Engels lessen te hebben gehad, terwijl het meisje ernaast vertelde dat haar school er niets aan deed. Ongeacht deze verschillen startten we destijds met Stepping Stones hoofdstuk 1, My name is..

Deze verschillen worden alleen maar groter nu steeds meer basisscholen steeds vroeger starten met Engels. De redenen om dit te doen worden uitgebreid beschreven door het Europees Platform en de v.v.t.o. (vroeg vreemde talen onderwijs)- subsidie geeft vaak de laatste stimulans. In de afgelopen vijf jaar heb ik veel basisscholen begeleidt bij de invoer van Engels en de motivatie om hieraan te beginnen was niet altijd even zuiver; “de ouders willen het” of “ons leerlingaantal loopt terug dus we willen PR”. Het is evident dat het invoeren van een doorlopende leerlijn Engels veel vergt van een school en niet alleen in de opstartfase. Een overtuigd en enthousiast team is echt een eerste vereiste voor borging en kwaliteit op de langere termijn .

girlEr zijn veel keuzes te maken door het team; hoeveel uur gaan we Engels geven, in welke klassen, op welke manier, welke scholing is nodig, welke methode past bij ons of gaan we juist zonder methode werken? Teams die zich goed verdiepen in deze materie en transparant communiceren over wensen, belemmeringen en zorgen leggen over het algemeen een stevige basis voor een succesvolle invoer en borging van het vak. Maar juist die open communicatie ontbreekt op veel scholen; een klein team maakt de keuzes en gaat daarin onbewust voorbij aan bijvoorbeeld de onzekerheid van leerkrachten over hun taalbeheersing of didactische vaardigheden. Of kiest, zeker zo funest, voor een methode die nauwelijks inspanning vergt van de leerkrachten. Letterlijk “Take It Easy”. Deze Nederlandse methode wordt enorm gepusht door boekenleveranciers; het is een dure methode die er op het eerste oog flashy uitziet; met een ‘digital teacher’ die de les geeft vanaf het digibord. De leerlingen kijken en luisteren naar het bord, vullen de opdrachten in en klaar ben je. Ideaal!
En omdat de digital teacher een native speaker is moet het wel beter zijn dan wanneer de Nederlandse leerkracht zelf les geeft.

 

Deze kortzichtigheid raakt mij sterk. Het leren van een taal gaat om communicatie, waarom zou je anders moeite doen? Als de leerkracht zelf niet de moeite neemt om te gaan praten, leren, zingen, spelen met de leerlingen in de doeltaal, wat geeft hij dan voor voorbeeld aan zijn klas? We zijn toch met z’n allen op school om samen te leren, te ontwikkelen? Een taal leer je door te DOEN, door te praten, luisteren, herhalen, plezier te hebben. Door zorgvuldig steeds een stapje meer te leren in relatie met elkaar. Schrijven komt later wel, net als aandacht voor vorm.

Mijn pleidooi derhalve: bezint eer ge begintJ en als je een methode wilt gebruiken, kies dan in ieder geval een communicatieve methode die sprankelt, veel hulp biedt aan de leerkracht en authentiek is. Denk serieus na over CLILL in de hogere groepen, zorg dat je alle leerkrachten serieus neemt en scholing biedt. En bovenal: geniet ervan!!

Lees ook artikel in Trouw

Pascal Koole,
The English Greenhouse.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *