Vakinhoudelijke overpeinzingen: Atlas en kaartvaardigheden

basisbosatlasNa de vakantie start ik met de nieuwe brugklas leerlingen in de aardrijkskunde methode Wereldwijs. Het eerste hoofdstuk gaat over het gebruik van de atlas. Ik vind het een moeilijk hoofdstuk, of eigenlijk, ik merk dat de leerlingen het een moeilijk hoofdstuk vinden. Dit is voor mij reden geweest om tijdens mijn deeltijd aardrijkskunde opleiding, dit hoofdstuk aan te pakken en met hulp van bronnen op internet een geheel eigen opdracht te maken. Toch merkte ik dat ook die opdracht niet het gewenste effect had: leerlingen oefenen hun atlas vaardigheden zodat ze hier het hele jaar profijt van hebben. De leerlingen vonden het erg moeilijk om te werken met de atlas, iets opzoeken was lastig, antwoorden formuleren is lastig.
Nu is mijn vraag: hoe komt het dat het moeilijk is? hebben de leerlingen op de basisschool niet geleerd hoe ze met een atlas moeten werken?  “Vakinhoudelijke overpeinzingen: Atlas en kaartvaardigheden” verder lezen

Stoppen met…..

Tijdens de eerste keukentafelbijeenkomst met @karinwinters, @bososs en @ronaldheidanus stond het stoppen met…. centraal. De puntjes mocht je zelf invullen. Ronald heeft hier al eerder een blogje over geschreven en ook Karin, het is ook al even geleden maar ik heb even ‘oefen’tijd genomen. Ik vond het moeilijk om iets concreets te noemen waar ik mee wilde stoppen. Alhoewel er eigenlijk al een tijdje iets is dat sluimert bij mij. Ik kan me storen aan, ergeren aan,frustreren over….gedrag van anderen. Een ander kan ik niet veranderen dus besloot ik te stoppen met me ergeren aan en frustreren over. Er zijn oefen momenten geweest, genoeg. Zo was er de collega die tijdens de afsluitende leerlingbespreking meldde dat hij dat varkentje wel eens zou wassen, doelend op een mentorleerling die hij na de vakantie zou overnemen. Ik voelde me niet goede bij deze opmerking want hiermee impliceerde hij dat de huidige mentoren dat dus niet gedaan hadden. Lekker is dat, maar niet heus. Voor mij een reden om dit uit te spreken. Vanuit de ik-boodschap heb ik aan gegeven dat de opmerking die de collega maakte bij mij verkeerd is gevallen. Reactie: het was maar een grapje! Ben ik nu te gevoelig? Dan maar gevoelig maar ik vond dat ik het recht had om mijn gevoel te delen met deze collega’Wat die collega er vervolgens mee gaat doen is mij nog onduidelijk ik wacht het maar af….
oefening twee ging over een collega die vond dat collega’s met een vast lokaal gepleast werden, en dat dat helemaal niet nodig was. Ik heb deze opmerking even een dagje laten rusten en toen heb ik maar gevraagd waar deze opmerking vandaan kwam, of de collega dat echt zo voelt, dat collega’s gepleast worden. Ik voel dat namelijk niet zo, maar ja, ik heb ook mijn eigen lokaal dus misschien is dat het wel. Deze laatste oefening heeft mij informatie gegeven waardoor ik de opmerking van mijn collega kon plaatsen zodat de frustratie bij mij weg was. Beide oefeningen hebben er voor gezorgd dat ik me niet ergerde, me niet frustreerde, dit is dus het gewenste resultaat, ik denk dat ik nog oefening nodig zal hebben maar ik denk dat het mij gaat lukken.

Bevoegd en onbevoegd, verhalen uit de praktijk

Stel, je bent PABO student, studie aan het afronden, LIO is klaar je diploma bijna in de pocket! Helaas kun je op je LIO school niet blijven, niet omdat je niet goed functioneerde maar er is binnen het bestuur nu eenmaal een vacature stop en op een andere school moeten collega’s weg. Die worden dan tegen wil en dank (niet altijd!) geplaatst op jouw stage-school. Helaas vis je niet alleen in de vijver van je regio en je besluit om je zoekgebied iets te vergroten richting het speciaal onderwijs en het VMBO. Na een positief gesprek mag je gaan beginnen als docent rekenen op een VMBO-school met LWOO. Je merkt in je werk dat deze leerlingen eigenlijk niet veel verschillen van de leerlingen die je gewend was van de basisschool en na een goed eerste jaar mag je nog een jaartje blijven. De vraag is wel of je een 2e graads diploma wil gaan halen, vol enthousiasme besluit je te starten met een deeltijd opleiding wiskunde. Helaas zie je weinig overeenkomsten tussen dat wat je in het college krijgt en je dagelijkse praktijk. Na maanden zwoegen besluit je om te stoppen met de opleiding, die keuze is moeilijk want je weet dat dit het einde van je contract (aan het einde van het schooljaar) tot gevolg heeft. Als docent rekenen en wiskunde voldoe je prima voor de leerlingen waarmee je werkt, soms nog wel beter dan je collega’s die rechtstreeks van een lerarenopleiding afkomen, maar helaas je contract loopt ten einde.
De school neemt afscheid van een top-docent een super fijne collega en moet maar afwachten wat voor collega er voor in de plaats komt….en dat allemaal vanwege het bevoegd/onbevoegd verhaal.
Staartje van het verhaal, potentiële nieuwe collega kan helaas niet komen werken bij ons op school omdat hij naast zijn baan (0,8) de deeltijd opleiding wiskunde wil gaan doen, dit wordt afgeraden door de opleiding omdat hij zo te weinig tijd voor studie overhoudt. Minder werken kan hij niet omdat hij wel zorg moet dragen voor zijn gezin.

De uitvoering, de afronding, de voorbereiding.

Nu het zo tegen het einde van het schooljaar loopt (in het zuiden hebben we effectief nog maar 3 lesweken!) heb ik altijd zo’n reflectie moment. Ik ben nog enorm druk met de uitvoering van mijn taak als mentor maar ondertussen kijk ik alvast even ietsje verder dan de komende weken. Ik kijk al naar mijn klas, mijn leerlingen, wat hebben we allemaal gedaan dit jaar, wat hebben we bereikt. Wat zijn we gegroeid met z’n allen en wat hebben we gestoeid met z’n allen. Gegroeid in schoolse vaardigheden: 8ste-groepers kwamen binnen met als hulpvraag: leer mij plannen en organiseren. Gegroeid in zelfvertrouwen: beschadigde leerlingen die weer konden vertrouwen op hun kunnen, kinderen zie in zagen dat ze niet de enige zijn die extra ondersteuning nodig hebben! Gestoeid dat we hebben: leren omgaan met elkaar, gezellig doen met elkaar, dit is nog steeds een uitdaging!
Met liefde zal ik de leerlingen uit mijn klasje (de klas blijft niet bij elkaar op basis van didactische en pedagogische verschillen) doorspreken met de ontvangende mentor, in de hoop dat ze volgend jaar weer hun plekje vinden!

Volgend jaar….het lijkt nog zo ver weg maar op 12 juni komen ze alweer, de nieuwe brugklassers, kennis maken met hun nieuwe school, klas en mentor. Voor mij een moment om te bedenken wat ik volgend jaar allemaal anders wil doen….ik neem er nog even de tijd voor….tips zijn welkom!

De avond4daagse, of worstelingen van ouders

Lolly

Ik liep vandaag eens buiten, heerlijk te genieten van het lenteweer. Kilometers maken voor langere wandeltochten. Ik liep namelijk mee met de avond4daagse in het dorp waar ik opgroeide. In het dorp waar ik jaren geleden als kleuter vol trots mijn eerste medaille kon laten zien toen ik mijn eerste 4 x 5 km had gelopen.

Toen
Vandaag liep ik tussen mijn klasgenoten van toen: zij als ouder, ik als meeloper. We keken terug op de wandelingen in onze jeugd, op de saamhorigheid die we als buurt, als school en als clubje hadden. En op die ene dropsleutel die we halverwege kregen. Wat was het een heerlijk tijd.

En nu
Nu keek ik om me heen en zag nog steeds vrolijke kinderen de route dubbel lopen: omdat ze maar op en neer bleven sjouwen tussen vriendjes van school en vriendjes van de voetbal. Ook zag ik de zakken snoep die door ouders waren meegenomen om uit te delen. Hun kroost nauwlettend in de gaten houdend of ze wel eerlijk deelden, en of ze niet gingen bedelen. Het was snoep all over! Vriendschappen die spontaan ontstonden met de kinderen die veel snoep hadden en ruzies die snel beslecht werden met: “Wil je anders toch een lolly?”

Mentos
Ik voelde verbazing bij al dit gedoe. Gelukkig gaf mijn loopmaatje aan dat ze een klein rolletje Mentos mee had voor haar zoon en zijn vriendje. Ze moest moeite doen om het aan hem kwijt te kunnen: lolly’s, stroopwafels en kauwgum zijn véééél interessanter! In zijn broodtrommel zitten dagelijks 2 boterhammen en af en toe een klein peperkoekreepje. Daar is hij dan erg blij mee! Helaas is dat bij zijn klasgenoten wel anders: mini-marsjes, croissantjes of een worstenbroodje horen er gewoon bij.

Worstelen met noodles
Ook ik zie dagelijks op school de meest vreemde dingen uit de trommels komen. Wat dacht je van noodles: die droge deegwaar waar kokend water bij moet. Maar dan gewoon uit het zakje, verkruimeld en wel! Ik moet er niet aan denken.
Is het voor ouders werkelijk een worsteling om te zorgen voor een goede en gezonde leefstijl voor hun kinderen? Of is het iets anders?