De maakbaarheid van een schoolleider

image

Ik heb idealen. Met die gedachte begon ik ruim 3 jaar geleden met mijn eerste baan als schoolleider. Ik was 5 jaar adjunct directeur geweest op een grote school en had er onwijs veel zin in. Juist leerlingen uit achterstandssituaties verdienen het beste onderwijs dat er is. Werk aan de winkel. Mijn voorganger had op deze plek de afgelopen 5 jaar stevig ingezet op een doorgaande herkenbare lijn binnen de school. Er was prachtig nieuw meubilair en een duidelijke leerlijn met 3 werkaanpakken te zien. “De maakbaarheid van een schoolleider” verder lezen

De winkel van Sinkel

De afgelopen onderwijsdagen waren weer typerend. Onze leraren doen het niet goed. Ze onderschatten de leerlingen, passend onderwijs lukt ze niet en ze hebben ook nog steeds te maken met veel te veel werkdruk. Ik lees het allemaal en ik denk er het mijne steeds van. Is het nu echt allemaal zo vreselijk en negatief? Natuurlijk niet. Soms denk ik dat we positieve verhalen niet meer willen lezen. Ze verkopen minder goed, je vergeet ze sneller en wat moet je er verder mee? Leraren durven bijna niet meer trots te zijn op wat ze doen. Gelukkig zit mijn dochter op een school waar ik de teamspirit van het onderwijsteam elke dag voel. “De winkel van Sinkel” verder lezen

Delen omdat het kan en mag

In het jaar 2000 startte ik mijn basisschool carrière op een basisschool in een onderwijs voorrangsgebied. Het kwam er kort op neer dat we 200 leerlingen hadden met 40 verschillende nationaliteiten. De school stond in een wijk met veel sociale huurwoningen en veel hoogbouw. Ik kwam vers van de Pabo na een versneld traject en met veel onderwijszin op deze school terecht. In de jaren voor de Pabo had ik de eerste graads lerarenvariant tekenen en schilderen gedaan aan de academie voor beeldende vorming. Als vastgesteld creatief brein belandde ik in een geheel nieuwe omgeving. 13 kleuters had ik. Dat moest gaan lukken. Wat heb ik geploeterd. Kwam voor het eerst in aanraking met vele nationaliteiten, niveaus, talen en milieus. Stapje voor stapje leerde ik mijn leerlingen en hun ouders kennen en langzaamaan ging ik houden van deze enerverende en spannende omgeving. Geen enkele dag was hetzelfde en ik maakte kennis met de zoektocht naar de onderwijsbehoefte van mijn leerlingen. Geen idee dat deze benaming er later zou komen, maar ik was me al snel bewust van het feit dat elk kind iets anders nodig had. Dat was er ook op de kunstacademie ingeramd. Het ging om het individuele proces en leerlingen moesten leren om te leren. Al gauw kwam ik erachter dat dat niet zo simpel was. De meeste leerlingen hadden een enorme taalachterstand. Voor veel kinderen was Nederlands de tweede taal. Het was lastig om erachter te komen hoe het zat met de ontwikkeling van de leerlingen. Ik trof leerlingen aan met enkel en alleen een tweede taalverwervingsproblematiek die in het welbekende taalbad ongelooflijke sprongen maakten, maar ik trof ook leerlingen aan uit complexere andere situaties waarvoor enkel en alleen dat taalbad niet voldoende was. Ik had het er vaak over met mijn collega’s. We moesten samenwerken om in te kunnen spelen op wat deze leerlingen nodig hadden. Heel vaak tijd, maar soms ook echt iets anders. We hadden een kleuter remedial teacher én een kleuter ib-er die ook gedragsspecialist was. Er werd veel gekeken in de groep en met kinderen gespeeld in de speelhoeken van de klas. Twee keer per jaar gingen we de leerlingen toetsen. Dat was volgens mij op deze school toen al jaren lang de procedure. Ik was benieuwd naar hoe we dat gingen aanpakken. Toetsen bij kleuters? Geen idee dat het bestond. We toetsten in kleine groepen van 7 of 8 kinderen mét een onderwijsassistent erbij. De tafels zetten we samen met de leerlingen in rijtjes. Ze vonden het reuze spannend. Een heel schema was ervoor gemaakt. Andere leerlingen werden elders opvangen en met tweeën toetsten we de kinderen. Oudste kleuters én jongste kleuters. Streepjes zetten noemde we het. Elke leerling een eigen boekje met naam en sticker. Als we merkte dat een kind nog niet aan een tafel kon blijven zitten en werkelijk geen idee had waar de vragen over gingen staakten we de toets. Het gebeurde eigenlijk helemaal niet zo vaak want de kleuters vonden het prachtig. Mijn onderwijsassistent hielp de kleuters met het omslaan van de bladzijden en gaf de kinderen heel zachtjes positieve feedback. Na afloop maakte ik mijn la met stickers leeg en gingen we over tot de orde van de dag. De toetsen keken we altijd snel met veel belangstelling na en we noteerden tijdens of net na de toets ook onze observatie op het toetsboekje. We maakten daarna altijd een uitgebreide analyse. Regelmatig kwam er iets uit de toets in de lijn der verwachting. Dat vond ik altijd fijn. Het gaf ons inzicht in de individuele groei van de leerlingen. Soms was die onverwacht groot. De passieve woordenschat bleek dan groter te zijn dan verwacht. Deze informatie was heel relevant, zei iets over de mogelijkheden van mijn leerlingen en ik kon mijn té lage verwachting snel bijstellen. Soms vielen de toetsuitslagen erg tegen. Via de analyse kon ik er dan achter komen wat de reden was. De maakbaarheid van het proces daarna is discutabel, maar mijn aanbod werd wel meer passend. Mijn inzicht werd vergroot. Ons aanbod gebeurde altijd betekenisvol binnen een thema. We gingen met kleuters niet zomaar van alles inoefenen. Eerst maakten en ontwikkelden we alles zelf en later gebruikten we dankbaar de methode schatkist erbij. Het thema in het kader van Moederdag zal ik samen met de kleuters van toen niet snel vergeten. Moeders languit op de tafel met komkommers op hun gezicht.
Vele jaren later werd ik zelf moeder. Inmiddels van een kleuter. Een kleuter die niet kon wachten om te leren lezen en schrijven op school. We kozen een kleine school mét prachtig onderwijsconcept, er was veel aandacht voor creatieve en sociale ontwikkeling. Op school mocht ze als jongste kleuter elke dag kiezen wat ze wilde doen en ze koos met veel enthousiasme steeds de schrijfhoek en de creatieve hoek. Een half jaar lang hield ze dit vol. Ze hield zich onopvallend en vond het wel best. Tenminste dat leek zo. Heel langzaam veranderde onze kleuter in een ongelukkig meisje. Ze vertelde steeds vaker dat ze niets leerde op school en was vaak boos en verdrietig. De juffen deden ondertussen hun uiterste best. Lieten haar kennis maken met andere hoeken en zagen ook de verandering in haar gedrag. Van een enthousiast leergierig meisje naar een angstig kind. Samen gingen we in gesprek. We vertelden hoe onze dochter thuis was en hoe ze was als peuter. Ik liet wat foto’s van zaken zien die ze thuis maakte. Schilderijen, tekeningen en geschreven teksten. De ib-er stelde voor om een toets af te nemen om eens te kijken. De school doet dat niet in groep 1, maar maakte nu een uitzondering. Wij vonden dat een goed idee omdat ook wij nieuwsgierig waren. Mijn dochter ging aan de kleutertoets één op één met de juf. Het afnemen bleek niet zo simpel, want onze dochter vond het een vermoeiende nieuwe spannende ervaring. De juf bleef rustig, zette door. Uit de toets bleek dat ze op eind niveau groep 2 een A+ scoorde en dat er een vermoeden was van behoorlijk onderpresteren. Een raar woord bij een kleuter, maar ook ik kan niets anders bedenken. Onderduikgedrag misschien of een té groot aanpassingsvermogen zou je het ook kunnen noemen. We hebben daarna een tijd geprobeerd om haar in de kleutergroep te bedienen en haar kleuter te laten zijn. Dit omdat we dat met volle overtuiging wilden proberen. De school en wij als ouders samen. Het werkte helaas niet. Nu is onze dochter sinds twee weken versneld naar groep 3. Een hele stap waar we samen met de school én ondersteuning van buitenaf flink over gesproken en nagedacht hebben. Wat ik als afsluiter kan melden is dat het heel goed met haar gaat. Langzaamaan krijgen we onze vrolijke, ontdekkende dochter weer terug. Geen batterij van toetsen was nodig, maar wel die ene om ons allemaal net even wat meer inzicht te geven.

Deze blog heb ik niet geschreven om mensen te overtuigen. Ik wilde mijn ervaring met het afnemen van toetsen bij kleuters graag delen omdat ik het toetsen van kinderen een wezenlijk onderdeel vind van mijn onderwijs. Gelukkig ben ik in de omstandigheid om elke dag bij te mogen bijdragen aan de ontwikkeling van een mooie groep leerlingen. Wat nog fijner is dat ik het samen met een betrokken team mag doen. We gaan gesprekken over deze complexe onderwijs onderwerpen niet uit de weg en proberen ze te voeren zonder dat we het idee hebben dat we elkaar moeten overtuigen. Onze verbondenheid zit hem in het beste willen doen en gelukkig is dat geen eenduidige duidelijke weg.

Registreren omdat het moet?

Afgelopen donderdag beleefde ik mijn assessment dag in het kader van mijn registratie voor het schoolleidersregister. Ik wilde de registratie niet uitstellen omdat ik vind dat ik de waardering als schoolleider verdien. Waar ik geen zin in had was een opleiding. Ik zit in het spitsuur van mijn leven. Een man met een drukke baan en een dochtertje van vier die aandacht nodig heeft. Werk vier dagen en ben daarvan minstens drie dagen aanwezig op school. Daarnaast verricht ik natuurlijk ook werkzaamheden voor de stichting. Meer afwezigheid op school vanwege een studie vond ik niet wenselijk. Mijn oog viel op de evc procedure. Met veel nieuwsgierigheid ben ik de intake ingegaan. Had daar een erg leuk gesprek en schreef mij in voor de procedure. Helaas veranderde op dat moment nogal wat in mijn onderwijswereld. De nieuwe Cao moest ingevoerd worden en binnen de stichting was veel werk te doen. In deze periode verhuisde ik twee maal. Met hangen en wurgen vulde ik mijn portfolio. “Registreren omdat het moet?” verder lezen

En dan ben je zelf een ouder…

November 2014, onze dochter heeft haar vierde verjaardag achter de rug. De dag nadat je vier bent geworden is het zover. Je mag eindelijk naar de basisschool. Helaas voor ons ging het iets anders. We zagen we nog net op de valreep in de nieuwsbrief dat er een studiedag was. Knelpunt één was ontstaan. Afscheid genomen van het KDV en verder nog niets geregeld. Thuiswerkdag voor manlief dus. Vrijdag 28 november was het zover. We gingen vroeg in de ochtend op pad om onze dochter naar school te brengen. Op mijn eigen school geregeld dat ik dat moment zeker niet zou missen. Spanning in “the house” en niet alleen bij dochterlief. Het wegbrengen ging niet slecht. Wel wat traantjes bij het afscheid, maar dat hadden we wel verwacht. Het kan vriezen of dooien bij ons kind en ze was nog niet helemaal ontdooid. Het ophalen was net zo spannend. Ouders mogen binnen in de hal wachten. Dat is aardig. Op mijn school staan ze buiten. Goed idee om eens te opperen. Daar sta je dan tussen alle andere ouders. Het voelt raar. Hallo weten jullie niet wie ik ben? De directeur…? Oh nee gewoon de mama van…die we nog niet kennen… Gelukkig haalde ik een enthousiast meisje op. Heb je het leuk gehad? Ja hoor. Wat heb je gedaan? Nou woordjes geschreven, gerijmd enzo. Tja ik wist niet wat ik ervan moest denken… beetje vlug en snel niet? Zal wel niet zo zijn…Op maandagmiddag krijgt ons kind een boekje mee naar huis en inderdaad, er is flink geschreven en gerijmd. Wat vind ik daar nu weer van? Manlief relativeert de boel al vlug. Fijn toch dat ze mag doen wat ze graag wil? Ja dat is ook zo. Ze sluiten hartstikke goed aan bij onze dochter.image

De discussie over spel en opbrengsten in de onderbouw ebt langzaam weg. In de week daarna zie ik een lijst hangen waarop ouders gevraagd worden om te helpen met knutselen in de klas. Tja dat gaat me niet lukken… nee gaat niet. Als ik onze dochter ophaal op de bewuste knutselmiddag vraagt ze doodleuk: Waarom was jij er niet mama? Nou mama was op haar eigen school…Dat antwoord was voor dochterlief niet voldoende. Kun je toch net zo goed meehelpen in mijn klas? De school die we gekozen hebben is kleinschalig en men verwacht wat van de betrokkenheid van ouders. Wij vonden dat een mooie visie en hebben vol overtuiging gekozen voor dit concept. Twee weken geleden bracht ik dochter naar de voorschoolse opvang. Net op het nippertje want mijn timemanagement in de ochtend is niet altijd helemaal geslaagd. Zie ik allemaal ontbijtbordjes staan met de juf met een boek erbij. Ik heb iets gemist zie ik. Ja het is het nationaal voorleesontbijt! Daar heb je een mailtje over gehad…ik schuif onze dochter naar binnen en verontschuldig me zachtjes. In de auto check ik mijn mail. Het is 29 januari en ik zie dat er op 12 januari een mail is verstuurd met deze inhoud. Tja gemist. Foutje…

Het zette me weer eens aan het denken over ouderbetrokkenheid. Wat verwachten we nu van elkaar? De kinderopvangorganisatie verwacht dat ik mijn mail lees en de school wil dat ik kom knutselen? Dit is natuurlijk kort door de bocht, maar wat verwacht ik zelf? Het zijn mooie vragen…Ik verwacht liefde, zorgzaamheid en betrokkenheid bij mijn kind. Gelukkig zie ik dat genoeg en dat schept vertrouwen.

Nu is het lekker vakantie. Even uitrusten en bijkomen van mijn nieuwe rol. Als je me vraagt wat mij het meest energie heeft gekost de afgelopen weken dan is dat de grote stap naar de basisschool. Als dat geen ouderbetrokkenheid is…? dochterlief ligt nu in ons bed tv te kijken met de waterpokken, want ook dat hoort bij het schoolgaande leven. Gelukkig wel even tijd voor bezinning. Het gaat vast wennen en de combinatie met mijn werk wordt natuurlijk makkelijker. Gelukkig is mijn man ook flexibel en hoef ik niet alleen alle ballen in de lucht te houden. Ook veel dank aan mijn eigen zelfstandige team. Dankzij hen durf ik keuzes te maken en breng ik af en toe gewoon zelf mijn kind naar school en ben ik er ook regelmatig om haar op te halen.

Lizette Knuvers Mijland, directeur basisschool de Cocon

Trots

Zondagochtend 8.10 uur. Ik zit met mijn dochter beneden klaar voor de Kids Top 20. Basisschool De Lochtenbergh doet mee. Kijken dus. 5 jaar heb ik er gewerkt met hart en ziel. De Lochtenbergh ligt in een achterstandswijk. Het is de derde wijk van Nederland met de hoogste armoedecijfers. Zomaar in een top 3 van een belangrijk lijstje. Helaas geen mooi pr lijstje. In de afgelopen jaren is er ontzettend hard gewerkt om de beeldvorming te veranderen en kansen te creëren voor de bewoners van deze wijk. vandaag de dag kan ik melden dat successen daadwerkelijk behaald zijn. Zijn het meetbare successen? Vast wel, maar dat bedoel ik niet. Het grootste succes is dat leerlingen en ouders en leerkrachten trots geworden zijn op hun school! Deze trots voel je zodra je een stap binnen de school zet. Niet alleen de mensen binnen het schoolgebouw stralen het uit, maar ook alle betrokkenen buiten de school. Er wordt samen gewerkt en van een strijd is geen sprake meer. Een succesvolle ouderkamer draait. Ouders leren over de schoolinhoud tijdens de lessen: Snap je kind. Welkoms-gesprekken worden samen gevoerd.

_MG_4915

Dochterlief danst er inmiddels vrolijk op los. Gaaf om te zien dat kinderen met en zonder hoofddoek, zwart, wit en bruin dansen en zingen op de hits van nu. Een smeltkroes van culturen en niemand heeft er last van. Natuurlijk zijn er problematieken die ernstig zijn, maar je ziet ze niet bij deze kinderen. De schoolomgeving heeft hen verbonden aan elkaar en zo te zien voelt het goed.

Inmiddels werk ik niet meer op deze plek. Ik was toe aan een nieuwe omgeving en uitdaging. Die ligt voor mij nu aan het randje van het centrum van mijn stad, op basisschool De Cocon. Wederom in een achterstandswijk, maar deze achterstand is veel minder zichtbaar en veel meer verspreid over de wijk. Dat maakt het lastig. Geen éénduidigheid. Het voelt als een bedreiging maar tevens ook als een geweldige kans. Na ruim een jaar zwoegen en ploeteren kan ik zeggen dat het niet zo simpel is. Trots ontbreekt bij de bewoners van mijn school. Leerkrachten hebben het wel, maar durven het niet goed te laten zien. Zijn veel te bescheiden en laten zich soms intimideren. Leerlingen zitten vaak tussen ouders en leerkrachten in. De ouders hebben soms zelf een problematische schooltijd achter de rug en willen dit koste wat kost voorkomen voor hun eigen kind. Hierdoor zijn ze erg kritisch en emotioneel. Ook zijn er veel verschillen tussen ouders. Hun sociale status en de culturele achtergrond loopt zeer uiteen. Men weet vaak nauwelijks iets van elkaar. Het oordeel valt snel.

De vraag is hoe dit te keren? Niet zo simpel, maar een begin is gemaakt. We willen een Vreedzame School worden. In het team is deze keuze met volle overtuiging gemaakt. We zijn ons er heel erg van bewust dat we dit alleen samen met ouders en leerlingen kunnen bereiken. Wij zijn de professionals en zullen de verandering in moeten zetten. Wij moeten er in geloven!

MARAP1

Er is een ouderkamer gaan draaien en wat heel sterk is dat we 6 moeders hebben gevonden die ambassadeur zijn. Een prachtige samenwerking is tot stand gekomen. Ook hebben we voorzichtige stappen gezet in het directe contact met onze ouders. We hebben lastige gesprekken geoefend met acteurs en ons vragen gesteld bij onze huidige werkwijze en benadering. Tijdens de afgelopen rapportgesprekken hebben we ons voor het eerst anders opgesteld. Kwetsbaarder met ruimte voor de emotie van onze gesprekspartner. We zijn er nog lang niet, maar we zijn wel op de goede weg. Vandaag of morgen stap ik mijn school binnen en voel ik het, ik kan niet wachten…

ei

Lizette Knuvers Mijland, directeur bs De Cocon

 

Op de barricade?

Afgelopen week was een belangrijke week voor het basisonderwijs. Het was het uur van de waarheid, want de Cito- uitslag van de eindtoets kwam binnen. Afgelopen donderdag was het directeurenberaad. Er waren vrolijke, goedlachse directeuren, stille directeuren en bezorgde directeuren. Twee collega’s zaten er zelfs behoorlijk doorheen. Hun cito uitslag was tegengevallen… de twijfel was toegeslagen. Een paar weken geleden waren dit nog hele bevlogen directeuren met veel ideeën voor de toekomst. Nu waren deze mensen onzeker en vroegen ze zich af wat ze fout hadden gedaan. Wat was er misgegaan? De gedachten van de betreffende leraren en leerlingen met hun ouders kan ik alleen maar raden…

Het baart me zorgen. Op zich ben ik een voorstander van opbrengstgericht werken. Het is belangrijk om te weten waar je mee bezig bent, wat je onderwijsdoelen zijn en hoe jouw groep presteert. Er is niets mis met groepsplannen en lesdoelen wat mij betreft. Binnen deze plannen rekening houden met leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte hebben vind ik al helemaal noodzakelijk. Deze ontwikkelingen in onderwijsland juich ik toe, maar de afrekencultuur die we zelf creëren vind ik afschuwelijk.

Mijn gedachte is namelijk dat we het zelf doen. Wij houden deze afrekencultuur in stand. We zijn het er massaal over oneens dat we afgerekend willen worden op cijfers, maar we doen er niets aan. In plaats van dat we in volle overtuiging doen waar we goed in zijn en waar we blij van worden, verzanden we in onze administratie en analyses. Wij onderwijsmensen gaan niet op de barricade. Wij onderwijsmensen durven niet makkelijk buiten de paden te gaan en te staan voor wat we vinden. We zijn meteen van slag als we niet kunnen voldoen aan de norm en helaas doen veel van onze bestuurders daarin ook mee. In plaats van inzetten op motivatie en inspiratie sturen ze modellen en kijkwijzers op ons af. Het houdt me bezig waarom we niet ingrijpen.

Wij zijn een land waarin we toetsen afnemen. We vinden ze belangrijk. We zijn ook een land dat graag werkt met methodes en methodieken. Houvast hebben we nodig. Wat mij verbaast is dat de stof die de methode aanbiedt vaak niet parallel loopt met de stof die op de ijkmomenten getoetst wordt door Cito. We moeten daardoor de leerlijnen goed weten en inspelen op wat de toets de leerlingen vraagt. Iets wat niet aangeboden is moet je ook niet toetsen, vind ik. Tenminste niet als die toetsuitslag zo bepalend is voor de beleving van kwaliteit. Er klopt hier iets niet voor mijn gevoel. Zo moeilijk kan het toch niet zijn om af te stemmen. Waarom doen methodeschrijvers en toetsbatterijen dat niet? Zou toch stukken efficiënter zijn en veel tijd besparen? Leraren zouden dan om de juiste redenen kunnen afwijken van de methode. Gewoon omdat hun eigen creatieve wijze van onderwijs aanbieden meer betekenisvol kan zijn dan welke methode ook.

Alle Citolijstjes en scheve vergelijkingen van scholen maken op dit moment meer kapot dan dat ze goed doen. Ik heb nog niet één schooldirecteur gesproken met een zwakke score die door deze ontwikkeling in zijn kracht gezet werd en ging doen waar hij en zijn team goed in zijn. Namelijk het beste onderwijs geven voor leerlingen. Het beste onderwijs geven doe je door je kwetsbaar op te stellen en altijd te willen leren van anderen. Dit lukt alleen maar als je een goed gevoel over jezelf hebt en je tevens de intrinsieke motivatie hebt gevonden om te leren van en met elkaar.

Lizette Knuvers Mijland, directeur basisschool De Cocon met “gelukkig” een goede Cito- uitslag dit jaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kwetsbaar?

Vanochtend scrolde ik langs mijn Twitter tijdlijn, vier berichten over obesitas bij kinderen kwamen voorbij. Dat doet pijn. Ik ben namelijk moeder van een kind met overgewicht. Sinds mijn bezoek aan het consultatiebureau afgelopen week weet ik het officieel. Dochter is te dik. Net als haar moeder, dus gevaar loert om de hoek. Ik zag de verpleegkundige draaien op haar stoel. Mijn dochter doet het verder prima. Alle vakjes werden aangevinkt. Een uitzonderlijke taalontwikkeling en een gezellig, lief, pittig meisje. De complimenten suisden langs mijn oren. Toen kwam het. Ik zat er al op te wachten. “Is ze een lekkerbek?” Uh hoezo? “Nou snoept ze veel?” Niet meer dan andere kinderen… “Beweegt ze genoeg? Is ze actief?” Nou ze is 3 dagen per week op het kdv en daar is ze altijd heel actief. “Wie zorgt voor haar op de andere dagen?” Nou wij zelf, haar vader en haar moeder. “Hoe eet ze dan?” De overhoring ging maar door…”Eigenlijk moet ik jullie volgens het protocol doorsturen naar de kinderarts” zei ze, “maar gelukkig zie ik gemotiveerde ouders en volstaat het als jullie over enkele maandjes terugkomen”.

Ik ben zo benieuwd wat deze verpleegkundige gedaan zou hebben als ik niet een hoog opgeleide ouder zou zijn geweest en geen weerwoord klaar had gehad. De verwijzingen zouden zo in mijn zak zitten, dat weet ik zeker. Ik wil hiermee niet zeggen dat ik het overgewicht van mijn kind en mijzelf niet serieus neem. Ik neem het heel serieus. Wil alleen niet dat er vroegtijdig een stempel gezet wordt op mijn kind. Een normaal gesprek over dit voor mij gevoelige onderwerp heb ik nog nooit met hulpverleners gevoerd. Altijd komt het belerende vingertje om de hoek kijken. Met een allergische reactie van mijn kant als gevolg.

Gisteren gebeurde iets dergelijks ook nog in een schoenenwinkel. Ik ging terug met dure schoenen omdat de zool op één plaats los liet na slechts twee weken. Het lukte de verkoopster maar niet om te zeggen: “Goh wat vervelend voor U”. Als ze dat had gezegd waren alle oplossingen daarna goed geweest. Nu ontstond er toch een gevoel van wrijving en verdediging. “Dit is nog nooit gebeurd bij deze schoenen.” Ja… dus?

Graag trek ik de parallel met ouderbetrokkenheid op scholen. Te vaak zie ik het belerende vingertje en zie ik ouders in de weerstand schieten. Het is nog steeds vaak “zij” en “wij” i.p.v. “samen”. Het zit in onze cultuur verweven. Als we denken oplossingen te weten zijn we nog in gesprek en lijkt alles nog op een soort van “wij” cultuur. Zodra we het niet meer weten leggen we maar wat graag het probleem weer terug bij de eigenaar. We geven dan nog wel onze tips mee, terwijl we al weten dat die niet tot verbetering gaan leiden omdat het  goedbedoelde opgelegde adviezen zijn. We komen daarna nooit meer tot samenwerken. Met alle gevolgen van dien. Dit alles in het nadeel van de kinderen.

Voor mijn gevoel heeft veel te maken met het onvermogen om ons kwetsbaar op te stellen als mens. We willen zo graag waardering en we denken dat we die pas gaan krijgen als we perfect zijn. Waarom lukt het ons niet om te zeggen: “Als U het zo omschrijft weet ik ook niet precies. Ik wil er graag met U naar kijken en misschien zijn er ook anderen die ons kunnen helpen met het zoeken naar de juiste aanpak passend bij uw kind en de hulpvraag van uw kind?” We krijgen het moeilijk over onze lippen. Toch zal het moeten. Waarom? Omdat het ons zo veel zou opleveren. Bedreigingen worden kansen en lastige ouders worden kritische vrienden. Op dit moment worden goede stappen gezet binnen veel scholen. Het onderwerp leeft en langzaamaan veranderen beelden bij leerkrachten en ouders. Gelukkig maar. Er ligt namelijk een complexe opdracht voor ons klaar. Deze opdracht heet Passend Onderwijs. Alles moeten we doen om te voorkomen dat kinderen die al kwetsbaar zijn nog onnodig kwetsbaarder worden.

 

Mijn onderwijs-start in 2014

Al in de vroege ochtend zie ik een moeder met haar zoon op het schoolplein staan. Het jongetje heeft een schooltas op zijn rug. Ik denk nog, wat een onbekend gezicht, zou hij hier op school zitten? Misschien is hij in de vakantie 4 jaar geworden en is het vandaag zijn eerste schooldag? Ik loop door, wens mijn collega’s eenmaal binnen een gelukkig nieuwjaar, maak wat grappen over het uitrusten van mij op school vandaag, wens een groepje ouders de allerbeste wensen en loop naar mijn kantoor. Daar start ik mijn computer op en kijk even naar de binnengekomen post. Dan hoor ik een klop op de deur. Mijn adjunct schuift de moeder met haar zoontje naar binnen. “Een nieuwe inschrijving” Heb jij even tijd?

Dat heb ik wel dus ik vraag de moeder om te gaan zitten. Het jongetje verschuilt zich achter haar rug en duikt met zijn gezicht in zijn jas. Er bekruipt mij een vreemd gevoel. Ik weet het niet. Zou moeder hem hier vandaag meteen achter willen laten? Mijn gedachten dwalen meteen af naar mijn dochter die ik vanochtend met een kleine brok in mijn keel na een heerlijke vakantie bij het kinderdagverblijf heb afgezet.

De vrouw in mijn kantoor begint in het Engels te praten. Ik begrijp uit haar verhaal dat ze in de kerstvakantie hier vanuit Polen is komen wonen. Ik zie haar nieuwe adres op een briefje staan. Een beruchte straat midden in de stad. Helemaal niet in de buurt van de school… Moeder vertelt verder. Zij heeft werk gevonden als schoonmaakster en is op zoek naar een school. De kinderen van haar vriendin zitten hier op school en zij wil dat haar kind ook hier start. Dit blijkt handig te zijn i.v.m. brengen en halen. Ik wijs haar op de andere scholen in de buurt van haar woning, maar ze wimpelt het snel af. Ondertussen kijk ik naar het jongetje. Die lijkt iets te ontdooien. Ik herhaal zijn naam en hij kijkt me aan. Ik ontdek een klein glimlachje. Op dat moment denk ik alleen maar gelukkig…waarschijnlijk kan ik dit mannetje op zijn gemak stellen en straks op een redelijke wijze in zijn nieuwe kleutergroep achterlaten. Ik weet namelijk al dat dat staat te gebeuren.

Samen met moeder schrijf ik het jongetje in en vertel ik in mijn allerbeste Engels dat het toch wel heel wat is voor haar zoon om zomaar hier op school te moeten blijven vandaag en dat hij ook best eerst even een uurtje mag wennen. Ik zie de schrik bij moeder. Ze geeft aan dat ze moet werken en het blijkt al snel dat ze er vanochtend al had moeten zijn. Ze komt vandaag te laat op haar werk en als ik niet meewerk heeft ze een nog groter probleem. Ik besluit snel om de situatie niet nog lastiger te maken. Samen gaan we naar de kleuterklas. Na snel overleg kan de kleine man terecht in groep 1/2B. De juf vangt het kind met al haar liefde en ervaring op. Ondertussen houd ik de rest van de groep even bezig. Gelukkig zit in deze groep een goed tweetalig sprekend Pools meisje. “Ik help wel hoor juf” zegt ze. Het vervelende gevoel in mijn maag wordt iets minder. Deze topjuf en deze lieve groep kinderen gaan het grote werk voor mij doen vandaag.

Ik loop nog even met moeder mee naar de poort en zie de bezorgdheid nu duidelijk op haar gezicht, ik stel haar gerust en geef haar een hand. Wens haar vervolgens succes op haar werk.  Terwijl ik terug naar mijn kantoor loop bedenk ik me dat ik morgen waarschijnlijk weer een jongetje met een rugtas op het schoolplein zal zien staan, maar dan zal ik naar hem zwaaien en dan weet ik ook nu al zeker dat hij terug zal zwaaien.