De maandelijkse belediging

‘Heb jij jouw maandelijkse belediging al ontvangen?’ grapten mijn collega’s naar elkaar over het salaris zo’n 15 jaar geleden. In deze periode was ik nog onderwijsassistent en dacht ik dat het allemaal wel meeviel met deze ‘maandelijkse belediging’. Naast deze grapjes werd er verder eigenlijk nooit gesproken over ‘het salaris’. Het voelde ook een beetje Not Done om over je salaris te spreken terwijl je zo een mooi beroep hebt.

Vanaf 2008 had ik mijn eerste eigen groep met bijbehorend lerarensalaris en werd het Convenant LeerKracht afgesloten waardoor leraren sneller zouden kunnen doorstromen van een LA naar een LB schaal. Dit beloofde vooruitgang! Ik genoot er ondertussen van om voor de klas te staan, want inderdaad de dag van de leerkracht is elke dag anders.

Vervolgens sloeg de crisis toe en werden de leraren vanaf 2010 5 jaar lang op de nullijn gezet. Als juf in de Randstad met inmiddels één dochter en een eigen huis voelden de vaste lasten zwaar. Mijn partner en ik werkten fulltime en in deze periode begon mijn salaris langzamerhand echt als een ‘maandelijkse belediging’ te voelen. Nog steeds was het een onbesproken thema, en het staken in de Arena deden we voor onze leerlingen niet voor onszelf.

Het is 2012 en ik haal mijn Master SEN (Special Educational Needs) rekenspecialist. Samen met dit diploma en de rol die ik speel in de school mag ik doorstromen naar LB, dit scheelde 50 euro bruto per maand, want ik ging een trede naar beneden. In deze periode spelen passend onderwijs en opbrengstgericht werken een centrale rol in onderwijsland. Het niveau van de kinderen en de leraren moet omhoog en er zijn inspectiedoelen. Iedereen werkt hard om dit te kunnen waarmaken en dan zitten wij inmiddels 5 jaar op de nullijn.

Om mij heen worden er vrienden ontslagen in andere sectoren en ik ben blij dat ik een zware, maar fijne vaste uitdagende baan heb. Dan maar geen salarisverhoging denk ik dan. Ik genoot nog steeds van de kinderen en door de complexiteit van ons mooie diverse beroep werd ik continu uitgedaagd om mezelf te verbeteren en ik groeide evenals veel collega’s om mij heen.

Het heden
De werkdruk is hoog, het lerarentekort groeit en het passend onderwijs knelt. Ik voel het en ik merk het en ik vreet me thuis op door allerlei berichten over het onderwijs. Er zijn teveel thuiszitters, er moet meer gedaan worden aan burgerschapsvorming, kinderen moeten meer bewegen, gezond eten en we moeten ons registreren in het lerarenregister.
Onderwijs moet aantrekkelijker gemaakt worden met name voor mannen.

Het is frustrerend en het voelt als een klap in het gezicht voor de mensen die zijn gebleven in het onderwijs. Tegelijkertijd is mijn ervaring met de ‘gelokte’ mensen dat ze snel weer weg zijn wanneer ze de dagelijkse onderwijsrealiteit ervaren. Gepassioneerde doorzetters met liefde voor het vak heb je nodig. Doorzetters die niet om salaris geven en voor wie onderwijs een roeping is want anders blijven ze niet redeneer ik.

Zo was er een nieuwsbericht in 2016 over een onderwijsvacature waar er aangegeven werd dat de collega bereid moest zijn om 1/5 gratis te werken net zoals haar collega’s.
Commotie alom, echter de realiteit is wel zo, er wordt veel overgewerkt in eigen tijd en in de weekenden. Gezinnen en hobby’s staan onder druk, mensen werken minder omdat de werkdruk van vijf dagen te hoog is. Daar praten we niet over.  Dat ligt aan onszelf volgens staatssecretaris Dekker in de Monitor begin 2016, van hem hoeft die administratie niet.

Aan het begin van het jaar benadert het tv-programma Een Vandaag leraren naar aanleiding van het werkdrukonderzoek van de Aob en bijbehorend manifest. Als ik mijn verhaal mag doen voel ik opluchting en erkenning voor ons beroep. Het is een mooi interview waar de liefde voor het onderwijs en de kinderen mooi wordt uitgelicht en laat zien waarom het knelt. Uit het werkdrukonderzoek van de Aob komt naar voren dat er werkelijk structureel wordt overgewerkt. We werken7 uur per week over en werkdruk is iets wat niet alleen ik ervaar.
De verslaggever vraagt tussendoor wat ik verdien en kijkt verbaasd als hij mijn antwoord hoort. Hij wist het niet, hij had ook geen vermoeden en vindt het raar dat leraren met zo een verantwoordelijke en complexe taak zo een laag salaris krijgen.

Ik realiseer me vanaf dat moment dat wij ons als beroepsgroep meer mogen en moeten laten horen. Het motiveert me om actiever te worden op sociale media en mezelf te verdiepen. Dan volgt na een aantal weken het Aob onderwijsdebat waar diverse thema’s worden besproken en vervolgens het salarisstappenplan wordt gepresenteerd.
Tijdens dit debat komt naar voren dat het salarisverschil tussen onderwijssectoren groot is.

Ik ben geschokt door de grafieken die ik zie.

Ik voel me nu echt maandelijks beledigd.

In de weken erna kom ik het artikel van Thijs Roovers op de website van de PO-Raad tegen en lees het betoog van Jan van Ven.
In de aanloop naar de verkiezingen wordt er steeds vaker gesproken over het salaris op social media.

Rondom het thema onderwijs is er stilte in verkiezingsperiode door de politiek .

Een paar weken geleden begon het echt te rommelen in onderwijsland. Twee leraren starten de Facebookgroep PO in Actie waarbij er gestreden wordt voor een eerlijk salaris en minder werkdruk. Binnen no time zijn er meer dan 25.000 leraren die zich hebben aangesloten. Standpunten van partijen worden opgevraagd en dan blijkt dat bijna geen enkele partij ongelijkheid salaris in PO en VO in het verkiezingsprogramma heeft staan. Er wordt telkens doorverwezen naar het CAO primair onderwijs.

Vandaag de dag stormt het in onderwijsland.
PO in actie heeft een manifest . Vakbonden en werkgevers staan erachter en leraren laten zich horen in interviews en blogs. Thijs Roovers verwoordt het goed in het Parool en Marjolein Zwik onderbouwt de werkdruk met cijfers. Er mag nu hardop gezegd worden dat er werkdruk is!

Er mag nu eindelijk hardop gezegd worden dat ons salaris echt een maandelijkse belediging is!

De vraag is nu  wat wordt de volgende stap, blijft het bij praten?
Volgens Rene Kneyber in Trouw  wel en nemen ze ons in  Den Haag niet serieus en kunnen we pas wat veranderen als we bereid zijn ontslag te nemen. Hij heeft een punt, want Rutte geeft aan niet iets structureels te willen doen aan de salarissen in het onderwijsblad van CNV.
Hij heeft wel een financieel bedankje over voor de leraar met ‘extra’ inzet. Bovendien verschuilt Den Haag zich achter het CAO welke in september 2017 opnieuw vastgesteld moet worden.

Het doel van PO in Actie is daarom het opnemen van goede afspraken over salaris en werkdruk in het regeerakkoord. Gebeurt dat niet, dan volgt er actie. Nu komt het moment dat we wat aan die maandelijkse belediging kunnen doen, nu ligt de bal bij ons. .

“My fellow Americans, ask not what your country can do for you, ask what you can do for your country.”

John F. Kennedy

De quote van Kennedy is wellicht iets overdreven in deze situatie dat wel, maar de vraag blijft.

  • Wat ga jij doen, waartoe ben jij bereid?
  • Ga jij dat gesprek aan op school?
  • Hang je de posters op?
  • Probeer jij collega’s te betrekken?
  • Ben je lid van PO in Actie of een vakbond?
  • Kom jij voor jezelf op?
  • Ben jij bereid te staken voor betere arbeidsvoorwaarden of blijf je aan de zijlijn meekijken?

Nu is het moment om een keuze te maken en actie te ondernemen want nu niks doen is pas echt Not Done.

 

“Juffrouw, zou jij ooit een hoofddoek dragen?”

Twee jaar geleden kreeg ik een moeilijke vraag van een leerling: “Juffrouw, zou jij ooit een hoofddoek dragen?”

De vraag kwam van Najila*.

Najila is een islamitisch meisje dat op haar twaalfde besloot om voortaan een hoofddoek te dragen. Net zoals haar twee grote zussen en net zoals haar moeder.

Haar ouders zeiden tegen haar, dat ze het nog te vroeg vonden. Wat hen betreft, hoefde dat pas vanaf haar 14de of 15de. Met name haar moeder was bang dat ze negatieve reacties zou krijgen van kinderen op school.

De negatieve reacties bleven uit. Najila en ik begonnen de maandag dat ze voor het eerst een hoofddoek droeg de kring. Ik vertelde de kinderen: “Najila wil vanaf vandaag een hoofddoek dragen. Daar heeft zij zelf verschillende redenen voor. Het kan zijn dat kinderen op het schoolplein vervelende opmerkingen maken. Dan is het onze taak om het voor Najila op te nemen. Als je dat zelf niet kunt, meld je het bij mij. Als jullie vragen hebben aan Najila, moeten jullie die aan haar stellen.”

De klas knikte, hadden op dat moment geen vragen en niet een van hen heeft ooit iets negatiefs gezegd. Sterker nog: veel meisjes waren aan het begin van elke volgende dag heel benieuwd hoe Najila eruit zou zien. Najila en haar zussen en haar moeder bleken namelijk over prachtige doeken te beschikken. Elke dag zag Najila er anders uit en elke dag werd ze opgewacht door een aantal meiden, die haar overlaadden met complimenten.

Terug naar de vraag van Najila aan mij: “Juffrouw, zou jij ooit een hoofddoek dragen?”

Ik was eerst een tijdje stil. Toen zei ik: “Wat een moeilijke vraag! Daar heb ik echt nog nooit over nagedacht. Mijn godsdienst vraagt dat niet van mij. En mijn familie en vrienden ook niet. Ik weet het eigenlijk niet.”

Najila dacht even na over mijn antwoord en zei toen: “Maar ik ben zo benieuwd hoe jij er uitziet met een hoofddoek.”

“O,” zei ik, “maar dat kunnen we natuurlijk wel regelen. Als jij vrijdag een hoofddoek meeneemt, mag jij die aan het eind van de dag bij mij omdoen.”

En zo geschiedde. Een kwartier voor het einde van de lesdag ging ik voor de klas op mijn bureaustoel zitten en ging Najila aan de slag. Eerst deed ze een doek strak om mijn hoofd. “Juffrouw, je bent net kaal!” riep een leerling.
Vervolgens kwam er een prachtige roze doek overheen.
“Juffrouw je lijkt wel Maria!” riep een andere leerling. En weer een ander zei: “Nou, bij Najila staat een hoofddoek veel beter.”

Goed, tot zover de complimenten aan de juf 😊
Najila straalde!

Inmiddels was het 15.15 uur. Voor de kinderen tijd om naar huis te gaan.
Sommige kinderen haalden hun ouders gauw om te laten zien hoe hun juf er uitzag.

Het bleek een moment dat niet gauw zou worden vergeten door de leerlingen, hun ouders en deze juf 😊

* In verband met de privacy van mijn leerlingen zijn hun namen in mijn blogs veranderd.

Jaag je dromen na

De workshop van Ruben Terlou, georganiseerd door de Veerkrachtgroep, zindert nog na in mijn hoofd. Je kent Ruben misschien van de serie:’langs de oevers van de Jangtze’. Waarom blijft dit zingen in mijn hoofd? Ik blader door mijn aantekeningen… een ongeordende brij met prachtige one-liners. Op twee zinnen blijft mijn oog hangen. Jaag je dromen na… direct daarna staat de zin… zijn we verblind door vooruitgang? Ineens weet ik waarom deze middag zo bijzonder was…
Ruben laat ons bij voortduring schijnbare tegenstellingen zien. Hij laat ons voelen dat deze tegenstellingen gewoon samen kunnen komen. Op een natuurlijke manier en bijna zonder moeite.
Aan de ene kant laat hij ons zijn authenticiteit zien. Hij benadrukt de waarde van trouw zijn aan jezelf, geloven in jezelf een blijven bij je eigen ik. Een kant waarbij hij het heeft over ‘wat wil je creëren?’, over streven naar vooruitgang en voortdurend onderzoeken en ontdekken. Trouw blijven aan je eigen idealen, ook als dat niet conform de verwachtingen van anderen is. Ruben reflecteert voortdurend op zijn werk (en dat van zijn  collega’s): waarom doe ik dit? Is het ethisch wat ik doe? Hij is zelf de toetssteen en laat zich niet afleiden door verwachtingen van anderen.
Aan de andere kant laat hij het belang van het waarderen van persoonlijke en collectieve geschiedenis (tot vele generaties terug), saamhorigheid en je verantwoordelijk weten voor je medemens voelen. Aan deze kant heeft hij het over tradities en eren van je voorouders. In al zijn ontmoetingen heeft hij de waarde hiervan gezien en ervaren. Worden we verblind door vooruitgang? Hechten we voldoende waarde aan wat we hebben en aan onze geschiedenis?
Deze schijnbare tegenstellingen tussen zijn bij jezelf en zijn bij de ander en tussen vooruitgang en traditie combineert hij door te zijn ‘in het moment’, te zoeken naar ‘gelijke grond’ en door gesprekspartners autonomie te geven. Hij benadrukt de waarde van improvisatie. Vragen komen in het moment en op het moment. Alleen met echte aandacht kom je tot gelijkwaardigheid. Dan kan je de tegenstelling tussen zijn bij jezelf en zijn bij de ander overbruggen.
Een prachtige spiegel voor ons onderwijs met genoeg om over na te denken.

Edcamp eigenaar van je eigen professionalisering

De afgelopen periode ben ik meer actief geworden op Twitter. Het is voor mij als onderwijsdier een interessant en levendig platform waar ik in een klap op de hoogte ben van alles wat er speelt in onderwijsland. Het actiever Twitteren is ontstaan uit een behoefte om meer grip te krijgen op wat er gebeurt in het onderwijs.

De laatste jaren is de invloed van buitenaf door overheid en media voelbaar in het onderwijs . Ik ervaar regelmatig het gevoel meer uitvoerder dan eigenaar te zijn van mijn onderwijs. In de sociale media worden veel onderwijsinitiatieven gedeeld met elkaar via Facebook en Twitter en er zijn ook levendige onderwijsinhoudelijke discussies.

Er zijn initiatieven ontstaan om meer onderwijs met elkaar te delen; zo zijn er Meetups door het hele land waar diverse onderwijsthema’s met elkaar worden besproken.

Via Twitter @Meetup020 kwam ik een oproep tegen over het evenement Edcamp.

Wat is een Edcamp:

Edcamp is free, democratic, participant-driven professional development for teachers.

Uit de verslagen over de vorige editie en de reacties was op te maken dat dit niet een onzinnige bijeenkomst, maar een plek om onderwijs met elkaar te delen en beleven zonder commercieel gedoe. Er werd een locatie gezocht, waarbij ik meteen moest denken aan onze school, vervolgens mijn directeur ‘ouderwets’ de desbetreffende Tweet geappt en zo beleefde ik zaterdag 11 maart mijn eerste Edcamp.

Ergens voelde ik me net een kind die een evenement bezocht en al haar favoriete vloggers tegenkomt. In mijn geval waren dit de mensen die ik tegenkwam of volgde op Twitter.

Bijzonder om mee te maken hoeveel onderwijsmensen uit het hele land hier naartoe kwamen zonder de gebruikelijke lokkertjes als tablets of bekende sporters/ BNers en lekkere vijfsterrenlunch. Zoals mijn directeur zou zeggen, als de koffie maar goed is :). Dus plaatste hij de koffieautomaten en kannen koffie door de hele school, want ja wij hebben inderdaad twee koffieautomaten in de personeelskamer staan om het spitsuur op te vangen. Met ‘World of Food’ op 200 meter loopafstand kwam het met die vijfsterrenlunch ook wel goed.

De workshops

Wat te kiezen? Als eerste maar eens brainstormen over onze eigen schoolambities en uitwerking van het schoolplan. Samen met mijn collega leidden we deze brainstormsessie; Hoe geef je het ‘nieuwe onderwijs’, 21stcentury skills vorm in het reguliere, openbare onderwijs midden in de Amsterdamse Bijlmer? De 21stcentury skills zijn niet eenvoudig compatibel te maken met kleuteronderwijs of te implementeren in een strak schoolprogramma. Als school bouwen we al een aantal jaren aan de sociale, creatieve en schoolse basisvaardigheden van leerlingen vanuit een sterke pedagogische basis. Tijdens deze brainstormsessie beseffen mijn collega en ik dat er eigenlijk al veel in onze school gebeurt. Programmeren met o.a. Beebot en CSunplugged, het inzetten van digitale middelen, creatieve denkactiviteiten (Bloom’s Taxonomie, denksleutels, Outside the box), natuur & techniek en eigen projecten (talenweek, rekenweek, thema water met vakkenintegratie).

Het gevaar van deze interventies en activiteiten worden in deze brainstormsessie onderkend. Het zijn losse onderdelen waarmee niet een geheel gemaakt kan worden, maar het zouden juist onderdelen of een uitwerking kunnen zijn van een gezamenlijke teamvisie. Zo worden mijn collega en ik weer op het goede denkspoor gezet (wordt vervolgd..)

Bij de tweede workshop kwam ik eigenlijk onbedoeld bij het lerarenregister terecht, voorgelicht door iemand van de Onderwijscoöperatie. Met gezonde tegenzin er toch maar even bij gaan zitten om eens het verhaal van de voorstanders te horen. Ik ben niet tegen een lerarenregister, maar heb geen vertrouwen in de invoering van DIT register. Wellicht dat deze workshop ‘Wat kan het lerarenregister mij brengen?’ daar verandering in kan brengen.  Wanneer ik nogmaals de site bekijk kom ik dit tegen:

Waarom zou ik me registreren als registerleraar?
  1. Zichtbaar bekwaam
  2. Voor een sterke beroepsgroep en een goed werkend beroepsregister
  3. Grip en zicht op uw eigen professionele ontwikkeling
  4.  Vrijwillige herregistratie en meeneemrecht

Het LerarenOntwikkelFonds wordt tijdens deze workshop ook genoemd, dit is een mooi initiatief wat hier zeker positief benoemd moet worden. Een mooie kans voor leraren om nieuwe initiatieven te ontwikkelen, voorwaarde is wel dat men geregistreerd staat in het lerarenregister. Ik ben na deze workshop niet veel wijzer geworden of gesterkt in mijn vertrouwen in een verantwoorde invoering van dit register. Ik hoop dat ik inderdaad meer grip en zicht krijg op mijn professionele ontwikkeling, maar ik betwijfel de praktijk.

Het voelt net als het CAO en de daarmee samenhangende invulling van de normjaartaak, als een vage brij die het onderwijsveld maar zelf moet regelen. Een soort van ‘hoe je het doet doe je het, als het je het maar doet’. Er wordt vooral aangegeven dat de MR in gesprek moet gaan met de directie en het bestuur voor facilitering in tijd en financiering. Er wordt dan vanuit gegaan dat directie en besturen onwelwillend zijn, terwijl ik dat niet zo ervaar wellicht is dat naïef van mij.

Bij de vraag over de mogelijkheden om door te ontwikkelen na een HBO Master SEN (special educational needs) te hebben gedaan is de reactie ‘dat ik mijn benodigde lesbevoegdheden toch al heb’, niet erg bemoedigend. Ter verduidelijking, iedereen mag een Bachelor en Master volgen tegen het wettelijk collegegeld, bij een tweede studie betaal je het instellingsgeld. Dit houdt in mijn geval in voor de studie ‘Onderwijskunde’ dat deze studie mij 15.000 euro per jaar zou kosten. In de praktijk betekent dit voor het bijhouden van mijn registerpunten dat ik afhankelijk ben van ‘geregistreerde cursussen’ als bron voor professionele scholing. Deze kunnen niet altijd een hoogwaardige kwaliteit bieden zoals het HBO en de universiteit. Daarnaast betekent het dat in dit openbare register straks staat dat het behalen van mijn Master in 2012 mijn laatste ‘echte’ opleiding was.

Ik vrees dat er aan de waarde van mijn diploma een houdbaarheidsdatum zit. Ik begrijp het standpunt van deze workshopleider wel; we moeten voor onszelf opkomen en het niet van anderen laten afhangen, want je krijgt het niet op een zilveren plaat aangereikt. Uiteindelijk mezelf kennende kom ik toch wel aan mijn uren (zou een blog bijhouden ook meetellen?), maar ik had wel een beter onderbouwd verhaal verwacht.

Dan kom ik bij de workshop terecht van Karin Winters  die zelf een leuke kritische blog schrijft met een vleugje scherpe humor over bloggen. Ik hoor over ‘onderwijswijven’ (stoere naam) en iedereen wordt bemoedigend aangesproken om meer van zichzelf te laten horen. Dit spreekt me erg aan.

We moeten ons inderdaad meer laten horen en zien, onderwijs meer delen (en dan heb ik het niet alleen over lesmaterialen) en elkaar inspireren. Ik zie ook kansen om mensen ‘buiten’ het onderwijs meer inzicht te geven in ‘ons’ onderwijs. Het bloggen biedt daarmee een ook een stukje eigenaarschap. Vervolgens wordt er een workshop voor bloggers ingepland en voel ik me geroepen om me toch hier meer in te verdiepen. Ik neem vooral ook het stellen van vragen mee, een van de voorbeelden is de #onderwijsvraag; deze is erg succesvol. Uiteindelijk helpt deze workshop me over de drempel heen en is deze eerste blog het resultaat.

Lerendoenmaken is de laatste workshop die ik volg. Erg praktisch en goed uitgewerkt, makkelijk toepasbaar en past helemaal in het plaatje van onze eerste brainstorm.

Toekomstgerichte vaardigheden

Bij Leren Doen Maken draait alles om maken. Je maakt producten met behulp van ICT. Een animatie. Een tijdschrift. Een computerprogramma. Het kan van alles zijn. En dat is niet alleen heel erg leuk, maar door het maken van deze producten werk je aan vaardigheden die belangrijk zijn voor de toekomst. Jouw toekomst!

In het kort kiezen leerlingen voor een beroep zoals bijvoorbeeld filmmaker en een opdracht die past bij een ‘toekomstgerichte’ vaardigheid en het gekozen beroep. Bij filmmaker kan je dan bijvoorbeeld kiezen voor ‘Animatie maken’ . Deze opdrachten hebben vaak een digitaal product welke je dan ook digitaal inlevert bij je docent. De docent geeft sterren voor dit product. Het doet mij een beetje denken aan ‘Acadin‘ waar talentvolle leerlingen ook allerlei opdrachten maken en digitaal inleveren.

Leerlingen kunnen zelf kiezen waar ze aan willen werken, dit spreekt mij het meeste aan. Het ziet er goed doordacht en aantrekkelijk uit. Het is gratis (!) en lijkt mij eenvoudig implementeerbaar als extra aanbod. Waar je als docent rekening mee moet houden is het gebruik van de externe websites en apps, deze moeten wel beschikbaar zijn op het medium wat je gebruikt om de opdrachten te maken.

Eigenaarschap

Aan het einde van de dag zit mijn hoofd vol gedachten, het kernwoord van vandaag is eigenaarschap. Uit de brainstorm neem ik een startpunt mee. Een teamvisie op ons onderwijs, eigenaarschap. Uit de workshop over het lerarenregister neem ik een stukje emancipatie van het beroep leraar mee, meer eigen verantwoordelijkheid nemen en zorgen dat je meer eigenaar bent van je eigen professionalisering.

Toch blijven ook grote zorgen over de invoering en het is daarom belangrijk dat we ons als beroepsgroep blijven laten horen. Dat brengt mij tot het bloggen, meer delen, meer laten horen, meer zichtbaar zijn.

Tenslotte komen we bij ‘Lerendoenmaken’ eigenaarschap is ook een vaardigheid om te leren, ‘Lerendoenmaken’ geeft leerlingen ruimte om eigenaar te worden van wat ze willen leren.

Mijn volgende stap in eigenaarschap lees je nu, mijn eerste blog, waarschijnlijk lekker imperfect en niet politiek correct, maar wel van mij.

 

 

 

Teddy

 

img_2557

Drie jaar geleden zag ik hem in een winkel liggen: Teddy van Mr. Bean.
Ik aarzelde geen moment. Ik kocht Teddy, pakte hem in en legde het als cadeautje op het bureau van mijn collega.

Als tussendoortje keek zij regelmatig met haar groep 5A naar Mr. Bean.

Vanaf de dag dat Teddy onderdeel uitmaakte van deze klas, heeft hij veel beleefd. Elk weekend mocht Teddy nl. logeren bij een van de kinderen. Zo vierde hij talloze kinderfeestjes, ging hij mee naar de schaatsbaan en zag hij zelfs Sinterklaas tijdens zijn intocht in Nijmegen.

Toen groep 5A overging naar groep 6A, ging mijn collega mee met de groep. En Teddy natuurlijk ook. Er volgde weer een jaar van leuke bezoekjes en logeerpartijen.

Aan het eind van dat schooljaar werd duidelijk dat mijn collega niet meeging naar groep 7A. “Wat zullen we doen met Teddy?” vroeg ze aan de kinderen.
“Zullen we hem teruggeven aan juffrouw Femke?” stelde een leerling voor. Misschien komen we in groep 8 wel bij haar in de klas en dan worden we herenigd.”

En zo geschiedde. Teddy kwam terug bij mij. Samen met mijn eigen knuffel beleefde Teddy in twee jaar mooie avonturen op de vakanties naar Amerika (zie foto’s  )

img_2558

Dit jaar ben ik de leerkracht van groep 8A. Ja, de groep van Teddy. Teddy heeft de eerste drie weken gezellig in het lokaal gezeten en alle lessen braaf gevolgd.

Niet één leerling vroeg uit zichzelf of Teddy een keer met hem/haar mee mocht naar huis.
Ik dacht: ‘Ach, de kinderen zijn natuurlijk een paar jaar ouder. De grap was leuk, maar nu is het er een beetje af.’
Toch vroeg ik na drie weken: ”Met wie mag Teddy dit weekend mee naar huis?”
En wat gebeurde er tot mijn verbazing? Meer dan 20 vingers schoten enthousiast de lucht in. We hebben geloot wie Teddy mee naar huis mocht nemen.

In de afgelopen weken heeft Teddy veel beleefd. Hij is o.a. naar een familiedag in Duitsland geweest én naar een bruiloft. Ook heeft hij veel nieuwe vrienden gemaakt 🙂

img_2559
Nu brengt Teddy de herfstvakantie in Spanje door. Deze foto kreeg ik afgelopen week 🙂

img_2560

 

Taalles wordt les Sociale Media en Mediawijsheid.

Afgelopen vrijdag kregen de kinderen tijdens de taalles de opdracht om een officiële brief te schrijven. Bijvoorbeeld naar een directeur, een voorzitter of een burgemeester.

Eén van mijn leerlingen schreef haar brief naar de voorzitter van de Marikenloop. Toen ze de brief aan mij liet lezen, vroeg ik haar of ze wist hoe de voorzitter heet. Dat wist ze niet, maar ze ging het op internet opzoeken. Het bleek om Ton van Lieshout te gaan.

“Zal ik eens kijken, of meneer van Lieshout ook op Twitter zit?” stelde ik voor. “Dan kunnen we jouw brief misschien wel aan hem sturen.”
Dat vond mijn leerlinge een goed idee. Toen we samen zochten op “Ton van Lieshout” bleken er meer dan 10 accounts met deze naam te zijn. Om ervoor te zorgen dat we de goede Ton hadden, moesten we dus enkele accounts openen.

“Ja!”, zei mijn leerlinge bij de tweede Ton. “Dat is de goede!” Zij zag het aan de foto en ik zag het ook, maar dan aan de profielbeschrijving.

“Dan kunnen we hem nu een bericht sturen”, zei ik. “Maar eerst wil ik dat je je ouders vraagt of we jouw voor- en achternaam mogen gebruiken. Die staan per slot van rekening in jouw brief.”
Mijn leerlinge dacht even na en stelde voor om de brief opnieuw te schrijven, zonder haar naam.
Uiteindelijk hebben we een andere oplossing bedacht: we hebben haar naam afgedekt met een gekleurd papiertje.

Nog geen uur na het verzenden van de tweet, kregen we al een reactie van Ton. We krijgen binnenkort antwoord op de vraag.

Volgende week mogen andere leerlingen hun officiële brief ook via mijn Twitter-account @FemkeBosmans sturen naar hun geadresseerden.

Eén jongen heeft zijn brief (in het Engels!) gericht aan Barack Obama. We zijn benieuwd of die net zo snel reageert als Ton van Lieshout.

Wordt vervolgd …

image

 

 

Nachtmerries aan het einde van een schoolvakantie.


Herken je dit als leerkracht?

Sinds 1997 werk ik in het onderwijs. De laatste 16 jaar sta ik fulltime voor groep 8. Ik sta zelfverzekerd voor en ín de klas, bereid me altijd heel goed voor en heb geen moeite met orde houden. En toch …

Aan het einde van elke vakantie heb ik er een: een nachtmerrie waarin álle kinderen (zelfs de braafste en meest stille leerlingen) onhandelbaar zijn. Tijdens mijn les gaan alle kinderen bovenop de tafels staan en gooien al hun boeken en schriften op de grond of richting mij. Daarbij roepen ze dan dingen zoals: “Wij doen niet meer mee!” “Nachtmerries aan het einde van een schoolvakantie.” verder lezen

Mobieltjes-dilemma

Er is veel over te doen. Mobieltjes in de klas: Ja of Nee? Michelle van Dijk pleit voor een smartphone-vrije school. Frans Droog reageert op Twitter met een link naar een blogpost uit 2014. Discussie is nog steeds actueel. Johannes Visser voerde een experiment uit in zijn klas: leerlingen leverde hun mobieltjes iedere dag in en hielden een dagboekje bij. Het was erg verhelderend om te lezen hoe de leerlingen hun lessen beleefd hebben. Ik vraag me af hoe de collega’s van Johannes het experiment en de verslaglegging daarvan hebben ervaren.

“Mobieltjes-dilemma” verder lezen

De maakbaarheid van een schoolleider

image

Ik heb idealen. Met die gedachte begon ik ruim 3 jaar geleden met mijn eerste baan als schoolleider. Ik was 5 jaar adjunct directeur geweest op een grote school en had er onwijs veel zin in. Juist leerlingen uit achterstandssituaties verdienen het beste onderwijs dat er is. Werk aan de winkel. Mijn voorganger had op deze plek de afgelopen 5 jaar stevig ingezet op een doorgaande herkenbare lijn binnen de school. Er was prachtig nieuw meubilair en een duidelijke leerlijn met 3 werkaanpakken te zien. “De maakbaarheid van een schoolleider” verder lezen